Dr. A. de Reuver koninklijk onderscheiden

 

Ter gelegenheid van zijn veertigjarig predikantschap is dr. A. de Reuver uit Serooskerke op 17 juni benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.

 

Ds. De Reuver preekte tijdens de herdenkingsdienst in de Hervormde kerk van Serooskerke vanuit 2 Korinthe 1:18-20. ‘Over Gods goedheid en trouw willen we zingen in ons lied, in de preek, in ons hart.' De predikant citeerde Kohlbrugge: ‘Ik was een arme zondaar, die nooit tevergeefs bij de bron bedelde. En ik ben zo royaal bedeeld dat ik naar anderen rond kan strooien. God is goed en Hij is gul.'

 

Na de dienst spelde burgemeester G.C.G.M. Rabelink van Schouwen-Duiveland ds. De Reuver de versierselen op die bij het ridderschap in de orde van Oranje-Nassau horen. Daarna voerde algemeen secretaris P.J. Vergunst  namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond het woord en sprak ouderling M. Oosse namens de kerkenraad en gemeente het predikantsechtpaar toe.

 

Dr. De Reuver en de Gereformeerde Bond horen bij elkaar. Niet alleen was hij vicaris bij oud-GB-voorzitter ds. G. Boer, die hem in 1972 in Tholen in de eerste gemeente bevestigde, vooral was hij vijftien jaar (1979-1994) lid van het hoofdbestuur. Niemand is ermee gediend de hoeveelheid artikelen die hij voor ons blad schreef te tellen, de hoeveelheid lezingen die hij verzorgde. Behalve voor De Waarheidsvriend zette ds. De Reuver zich ook in voor Theologia Reformata, het theologische wetenschappelijke tijdschrift van de Gereformeerde Bond, waarvan hij van 1995 tot 2008 redactielid was.

Bij dit alles kwam zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar ‘Gereformeerde godgeleerdheid' aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waaraan dr. De Reuver van 1994 tot 2007 verbonden was. Hij heeft zich daar van harte ingezet voor de wetenschappelijke vorming van aanstaande predikanten. Op de colleges kwamen ook de geloofsvragen aan de orde - en daarin lag voor hem geen tegenstelling. In een vraaggesprek met het RD zei hij eens: ‘Mijn studenten moeten straks de gemeente toerusten tot de vreze des Heeren in een samenleving die daar haaks op staat.'

Daarnaast was hij onder andere betrokken bij de stichting Studie der Nadere Reformatie, verzorgde het diverse keren een Studium Generale voor Driestar Educatief enz.

 

Dat die gemeenten hem lief bleven en dat de verkondiging van het Evangelie in die gemeenten voor alles zijn hart had, kon hij niet sterker laten zien door zich in 2010, op 68-jarige leeftijd, te verbinden aan de hervormde gemeente van Serooskerke. Voor velen in Zeeland is hij zo tot zegen in het onderwijs, in de catechese, in het pastoraat, vooral toch in de prediking.

Ds. De Reuver gaf aan de afgelopen veertig jaar anders te zijn gaan preken, ‘maar niet een Ander!' Hij kreeg meer oog voor de gebrokenheid van het alledaagse bestaan, zag in levens van mensen zoveel pijn dat de vanzelfsprekendheid om in God te geloven vergaat. ‘Maar we mogen in onze tijd Gods verborgenheid niet verwarren met Zijn afwezigheid. Ondanks de geruchten van het tegendeel, kunnen we op God aan, De trouw is en blijft. ‘Het ‘ja' van God is heilsfeitelijk werkelijk geworden op de echte gedenkdagen:  Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren'.

 

In zijn toespraak tot ds. en mv. De Reuver haalde ouderling M. Oosse uit Serooskerke Johannes 12:26 aan: ‘Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren.' Om dat dienstwerk gaat het. Wie daarin trouw is, zal eenmaal de kroon van het leven beërven. Die roeping tot dienst plaatst een voor kerk, theologie en samenleving vruchtbaar leven onder de regenboog van Gods genade.

Hoe blij ds. De Reuver met zijn onderscheiding ook was, zondag was het zijn belijdenis ‘niet dat we het kunnen, maar dat we het krijgen'. In dat perspectief zijn we dankbaar voor deze publieke erkenning van zijn inzet door onze overheid en feliciteren we hem en zijn vrouw met deze mijlpaal in hun leven.