Coronavirus en de kerk

Na weken van toenemende zorg kent Nederland sinds de persconferentie van premier Rutte op donderdag 12 maart een aangrijpende situatie. Het kabinet maakte het dringende advies bekend om in heel het land tot 1 april bijeenkomsten met meer dan honderd personen af te gelasten. Drie dagen later, op zondag 15 maart, besloot de regering dat tot in ieder geval 6 april alle scholen, kinderopvangcentra, cafés, restaurants en sportclubs in Nederland dicht moeten.

In de aanloop naar de vorige zondag betekende dit voor kerkenraden ‘spoedberaad’, een woord dat niet echt past bij de christelijke gemeente. Vooral stond op de agenda op welke wijze de eredienst door zou kunnen gaan. Juist in de ene gemeente zou de belijdenisdienst plaatshebben, in een andere dienst stond de bediening van de heilige doop op het rooster. Een algemene richtlijn inzake een keuze was hiervoor niet te geven. Duidelijk is wel dat de zorg voor de gezondheid van gemeenteleden én het welzijn van ons land de doorslag gegeven hebben. Wijs is dat, en goed. Nogal eens betekende dit dat de gemeenteleden thuis via de computer de kerkdienst meebeleefden en de predikant en een deel van de kerkenraad in de kerk waren.
Zes weken geleden vernamen we dat in de Chinese provincie Hubei, waarin de miljoenenstad Wuhan ligt, de stad, de kerk op deze wijze haar eredienst belegde. In deze stad werden in december jl. verschijnselen van een longontsteking van onbekende oorsprong waargenomen, wat al snel in verband gebracht werd met een dierenmarkt waar ook levende dieren verkocht werden. Sinds vorige week spreken we van een wereldwijde epidemie. Zo kwetsbaar is een mondiale samenleving. Vijf weken geleden ervoeren we het als bijzonder dat vanwege de storm Ciara veel avonddiensten niet konden doorgaan. En nu… komen we vooralsnog enkele weken niet bijeen. Dat is ingrijpend. In onze gebeden denken we nu aan al degenen voor wie het virus en de besluiten ingrijpende gevolgen hebben, in het persoonlijke leven en voor het werk.

Als Paulus aan Timotheüs schrijft over het lijden van verdrukkingen – een woord dat we nú niet in de mond nemen – dan bemoedigt hij zijn geestelijke zoon met wat wel actueel is: ‘Maar het Woord van God is niet gebonden.’ Juist als we het onvanzelfsprekende ervaren van het elke zondag mogen opgaan naar Gods huis, juist als er een streep gezet wordt door de gedachte dat het (maatschappelijke) leven maakbaar is, verlangen we naar de doorwerking van het Evangelie, dat houvast in tijden van moeite en zorg.
Niet gebonden? Paulus wil zeggen dat mensen het Woord nooit in hun macht kunnen krijgen, dat de kracht van het Woord van God voorgoed uit de wereld weggedaan is. Paulus bemoedigt: ‘Timotheüs, nooit en te nimmer zal het zo met het Woord van God toegaan.’ Dat geldt voor de kerk van alle eeuwen, dat geldt gelukkig ook vandaag, als de gemeente thuis meeluistert, meezingt, meebidt. Het Woord van God, niet tot zwijgen te brengen. Genade is dat, in een tijd van crisis, angst, onzekerheid.

Met elkaar bidden we het gebed van Maarten Luther:

Blijf bij ons, Heer, wanneer het avond wordt
Heer, blijf bij ons, want het is avond
en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met Uw genade en goedheid,
met Uw troost en zegen,
met Uw Woord en sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid. Amen.