Preekbeurten en coronavirus

De aanwezigheid van het coronavirus in ons land heeft inmiddels zijn weerslag op het preekrooster.

Met name met het oog op de vele vacante gemeenten doet het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een appèl op de predikanten aan deze gemeenten te denken, zodat niet vrijwel alle afspraken ingetrokken worden. Uiteraard is de predikant in de gemeente die hij dient, juist in deze periode vooral herder en wil de gemeente de stem van de herder horen. Dat is nodig en belangrijk.

Dit pastorale motief betekent niet dat alle predikanten elke zondag twee keer in de eigen gemeente hoeven voor te gaan. De gehoorde opmerking dat een vacante gemeente ook mee kan luisteren met een dienst via internet van een buurgemeente, is niet valide, met name omdat de dienst van de gebeden afgestemd is op de plaatselijke situatie, de concrete zieken.

Uiteraard is elke context anders. Een grotere gemeente waarin gewoonlijk verschillende kerkdiensten op zondag gehouden worden, is niet te vergelijken met een dorpsgemeente, zeker die dorpsgemeente die geheel afhankelijk is van gastpredikanten. Bijkomend verschijnsel is dat emeritus predikanten die zich tot de kwetsbare groep rekenen, kunnen besluiten in deze periode niet voor te gaan. Voor jonge proponenten ligt dit anders.

Waar op allerlei wijze de oproep klinkt om naar de ander om te zien, naar kwetsbare en eenzame mensen, doen we dit in de kerk ook naar gemeenten in meer kwetsbare omstandigheden. Overigens gebeurt het omgekeerde ook: gemeenten die gastpredikanten afzeggen en de eigen predikanten de diensten laten vervullen.

Hoe dan ook, laat er in elke situatie op goede wijze gecommuniceerd worden. Voor niet alles is de email het geëigende middel.

Ondertussen zijn we boven alles dankbaar dat juist in deze bijzondere lijdensweken het Evangelie verkondigd wordt: ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen.’ (Jes.53)