Synode kiest ds. M.C. Batenburg tot preses

Op donderdag 14 november koos de synode van de Protestantse Kerk ds. M.C. Batenburg tot haar preses. Ds. Batenburg nam deze verkiezing aan en zal DV de komende drie en een half jaar deze taak voor zestig procent van zijn werktaak vervullen. Voor veertig procent blijft hij verbonden aan de hervormde gemeente van Gouda.

In een reactie gaf Piet Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, aan dankbaar te zijn voor de benoeming van ds. Batenburg, omdat deze niet alleen een ervaren bestuurder is, maar vooral een dienaar van het Woord en zo ook van de kerk. ‘Na de moeilijke maanden die achter het moderamen liggen, zie ik deze benoeming als een zegen van God, ook vanwege de kwetsbare situatie van de kerk. We bidden dat hij in verbondenheid met de belijdenis van de kerk als preses leiding aan het geheel van de kerk zal geven.’

Na zijn verkiezing sprak ds. Batenburg als volgt de synode toe.

Geachte synode, broeders en zusters,

Allereerst wil ik u hartelijk danken voor het vertrouwen dat u in mij hebt gesteld. Ik vind het een bijzonder voorrecht om de kerk in deze rol te mogen dienen.

Van jongs af aan heb ik in de kerk veel ontvangen. Als baby werd ik er binnengedragen en werd ik gedoopt. In de kerk ontmoette ik mensen die me het evangelie vertelden en voorleefden. Al op jonge leeftijd is de vreugde om het evangelie van Christus in mijn leven wakker geroepen. En de kerk is ook de ruimte om ons in die vreugde te oefenen. Als het Woord wordt verkondigd. Als het sacrament wordt gevierd. Als mensen nieuw geraakt worden door het evangelie – in een pioniersplek, of in een dorpskerk met een eeuwenoude traditie. Vreugde die aanstekelijk en bemoedigend werkt.

Ik ben liefhebber van de gedichten van Ida Gerhardt. Eén van haar gedichten is me extra dierbaar. Gerhardt woonde in Kampen, maar komt in een van haar gedichten langs Zalk gelopen. Het dorp waar ik in 1999 werd bevestigd tot predikant. In het gedicht ‘Pasen’ vertolkt ze iets van de hoop van het evangelie.

Een diep verdriet dat ons is aangedaan
kan soms, na bittere tranen, onverwacht
gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,
op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.
Waar onderdijks een stukje moestuin lag
met boerse rijtjes primula verfraaid,
zag ik, zondags getooid, een kindje staan.
Het wees en wees en keek mij stralend aan.
De maartse regen had het ’s nachts gedaan:
daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

Het gedicht zet in met ‘bittere tranen’ en ‘verdriet’. Die zijn ons ook als kerk niet vreemd. In allerlei gemeentes is sprake van achteruitgang, van spanning en vrees voor de toekomst. Secularisatie, onvermogen tot vernieuwing, interne spanningen en teruggang kunnen mensen doodmoe maken en alle enthousiasme doen uitdoven. Maar God dank is dat niet het hele verhaal. Het gedicht geeft ook stem aan hoe het verdriet wordt gelenigd. En dat gebeurt niet toevallig op de dag van de opstanding. Op Paasmorgen komt alles in ander licht te staan. Een doopnaam klinkt. De vreugde breekt door.

Als kerk leven en herleven we van de gekruisigde en opgestane Christus. Onze vreugde ontspringt telkens aan die Bron. Laten we als synode telkens weer de kerk uitnodigen om het van deze Christus te verwachten. Om van zijn genade te leven.

Ik hoop dat de synode ook een plaats zal zijn om elkaar daarin te oefenen. Niet alleen een vergadering waarin besluiten worden genomen, maar ook een ontmoetingsplaats om het geloofsgesprek voeren. Om van daaruit ook met vrucht en visie leiding te geven aan de kerk. Daarvoor is het wat mij betreft ook belangrijk dat we als synode een goede afspiegeling vormen van de kerk. Wat zou het in dat verband ook goed zijn als meer jonge ambtsdragers afgevaardigd zouden worden naar de synode.

Geachte leden van de synode, vanaf vandaag mag ik uw preses zijn en ik voel de verantwoordelijkheid die deze roeping met zich meebrengt. Van mijn kant zal ik alles doen wat in mijn vermogen ligt om mijn taak goed te vervullen. Maar ik besef ook heel goed mijn afhankelijkheid van de Drieënige God. Ik wil u daarom ook vragen om voor mij en de andere leden van het moderamen te bidden. Laten wij het met elkaar verwachten van deze God, de Koning van de kerk. Van Hem is de toekomst.

 

Met woorden die klinken aan het begin van iedere kerkdienst:
Onze hulp is in de Naam van de Heere
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Die trouw blijft tot in eeuwigheid
En die het werk van zijn handen niet loslaat.

Ik heb gezegd.