Waar bent u naar op zoek?

Een pastorale verkenning

Wat hebben ouders van een homojongere nodig?

J.J. van Willigen-van Beijnum
Door: J.J. van Willigen-van Beijnum
Homoseksualiteit
12-02-2026

Wanneer een kind aan zijn ouders vertelt homoseksueel te zijn, is dat vaak een ingrijpend moment binnen het gezin. Ouders worden geconfronteerd met emoties, vragen en onzekerheden; in de eerste plaats persoonlijk, maar vaak ook in relatie tot de kerk. Wat hebben ouders op zo’n moment nodig van hun omgeving en hun kerkelijke gemeente?

Uit ervaring weet ik dat de behoefte aan pastorale steun groot is. Ouders zoeken geen snelle antwoorden of theologische verklaringen, maar vooral ruimte, nabijheid en erkenning. Ze hopen op een gemeente die hen en hun kind niet wegzet of verzwijgt, maar een gemeenschap waarin ze gezien en gedragen worden; juist in hun zoeken naar liefdevolle en pastorale antwoorden.

Coming-out
De persoonlijke ervaringen verschillen sterk, evenals de manier waarop kerken hiermee omgaan. Een terugkerende ervaring was dat na de coming-out van een kind er regelmatig gekozen werd voor het verlaten van de kerk. Het idee dat homoseksualiteit niet verenigbaar zou zijn met actieve deelname aan het kerkelijk leven, leidde bij voorbaat al tot afscheid van de gemeente waarin men was opgegroeid.

De vraag die daarbij opkomt: was er wel voldoende open gesprek mogelijk geweest? In sommige gemeenten zijn jongeren met homoseksuele gevoelens nauwelijks zichtbaar, terwijl andere gemeenten juist actief proberen aandacht te geven aan deze jongeren en zich afvragen: wat hebben hun ouders nodig?

Het kerkelijke standpunt dat een homoseksuele relatie niet verenigbaar is met een ambt of deelname aan het heilig avondmaal, zorgde ervoor dat veel jongeren de kerk volledig verlieten. Ouders kwamen daarbij in een spagaat tussen hun liefde en zorg voor hun kind en hun loyaliteit aan de kerkelijke gemeenschap.

Milder
Onderzoeker Henrieke Remmink deed uitgebreid onderzoek onder 135 ouderparen uit orthodox-christelijke kring met een kind dat homo is. Haar bevindingen: deze orthodox-christelijke ouders blijken over het algemeen milder te oordelen over homoseksualiteit dan hun kerkelijke omgeving. “Kerken moeten daarom het gesprek over homoseksualiteit voortdurend blijven voeren”, stelt Remmink. “Je moet zorgen dat de kloof overbrugbaar blijft.”

Een deel van de ouders geeft aan dat zij hun grenzen inmiddels anders hanteren dan hun gemeente. Wat doe je dan als kerkenraad? Tegelijkertijd stemmen veel ouders ook in met de stelling: ‘Je mag wel homoseksueel zijn, maar Bijbels gezien is er geen ruimte voor het aangaan van een relatie.’ Dat spanningsveld wijst op de ambivalentie tussen theologische overtuiging en liefde voor het eigen kind.

Hierin klinkt een dringend appel door tot bezinning; ook op de pastorale kant van dit onderwerp, voor jongeren én hun ouders. De persoonlijke pijn en de zoekende houding van veel deelnemers weerspiegelen hoe het thema leeft in gemeenten.

Het belang van luisteren kan niet genoeg worden benadrukt. Luisteren zonder oordeel, zonder haastige uitleg. Ouders willen vooral serieus genomen worden in hun zoektocht. Ze hebben geen behoefte aan snelle verwijzingen naar Bijbelteksten, maar aan gesprek, begeleiding en mensen die zich kunnen inleven. Pas daarna ontstaat ruimte voor theologische duiding.

Wat kerken kunnen doen
Op basis van het onderzoek van Remmink tekenen zich zeven aandachtspunten af die richting kunnen geven aan het pastoraat aan ouders van homoseksuele kinderen:

  1. Veilige ruimte voor verdriet en vragen
    Ouders ervaren verlies: van verwachtingen, toekomstbeelden en idealen. Ze hebben een plek nodig waar dat gedeeld mag worden, zonder direct tegengesproken te worden.
  2. Compassie boven oordeel
    Niet het oordeel, maar de nabijheid is helend. Ouders zoeken bevestiging dat zij én hun kind geliefd blijven, ook bij verschil in inzicht.
  3. De kracht van herkenning
    Verhalen van andere ouders helpen. Het besef dat zij niet de enigen zijn, is een belangrijke steun. Gemeenten kunnen dit stimuleren via gesprekskringen of ontmoetingsmomenten.
  4. Ruimte in theologische duiding
    Veel ouders leven in het spanningsveld tussen leer en liefde. Ze zoeken een theologie die recht doet aan de Schrift én aan de concrete werkelijkheid van hun kind.
  5. Zichtbaarheid
    Gemeenten die expliciet uitspreken dat ieder gemeentelid – ongeacht geaardheid – welkom blijft, geven een krachtig getuigenis van genade en gemeenschap.
  6. Begeleiding gericht op relatie
    Begeleiders hoeven niet te beginnen met theologische argumentatie. Het belangrijkste is dat zij luisteren, meeleven en pas daarna verbinden met Schrift en traditie. Luisteren gaat altijd vóór welk beleidsdocument dan ook. Alleen waar mensen zich gehoord weten, ontstaat ruimte voor groei, verbinding en geloofsgesprek.

Moeilijk bespreekbaar
Het onderzoek van Remmink maakt duidelijk dat homoseksualiteit voor jongeren vaak moeilijk bespreekbaar is. Soms vertellen ze het pas laat; ook aan hun ouders en hun omgeving.

Als kerk staan we voor de uitdaging om een bedding te bieden waarin ouders én jongeren zich gehoord weten. Niet door de waarheid te verzwijgen, maar door trouw te zijn aan het hele verhaal van de Schrift: Gods liefdevolle omgang met mensen in alle gebrokenheid.

Pastoraat begint niet met het formuleren van regels en beleid, maar met de bereidheid om de ander werkelijk te ontmoeten. Zolang dat gebeurt, blijft de kloof overbrugbaar.

J.J. van Willigen-van Beijnum
J.J. van Willigen-van Beijnum

is directeur onderwijs bij de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap.