Het heilig avondmaal en de Stille Week, een passende combinatie. Maar wanneer moet dat avondmaal dan plaatsvinden? Sommige gemeenten vieren het op Goede Vrijdag. Andere doen dat op Witte Donderdag en er zijn er die met Pasen avondmaal vieren. Wat is nu het juiste moment?
Internetfora bieden levendige discussies over het al dan niet vieren van het heilig avondmaal op Goede Vrijdag. Het blijkt trouwens een typisch Nederlands en protestants gebruik te zijn. Hoe is dit gebruik tot stand gekomen? Een klein stukje historische achtergrond biedt helderheid.
Instelling
Tijdens de instelling van het avondmaal op wat wij de Witte Donderdag zijn gaan noemen, gaf de Heere Jezus de opdracht om het brood te blijven breken en de beker te blijven drinken. In Handelingen 2 lezen we dat de eerste gelovigen gehoor geven aan deze opdracht. Ze komen dagelijks bij elkaar en breken het brood van huis tot huis. De maaltijd die men samen gebruikte, was niet het avondmaal zoals wij dat tegenwoordig kennen. Het waren liefdesmaaltijden waarin gezamenlijk werd stilgestaan bij het werk van de Heere Jezus.
Middeleeuwen
Het dagelijks breken van het brood is in de eerste eeuwen van de kerk uitgegroeid tot de gewoonte om op zondag de eucharistie (dat betekent: dankzegging) te vieren. In de eucharistie wordt het lijden en sterven van de Heere herdacht in brood en wijn. Dat dit wekelijks gebeurde, betekent niet dat alle gelovigen hier ook daadwerkelijk wekelijks gebruik van maakten. Er was juist sprake van veronachtzaming. Om hier leiding in te geven, doet het Vierde Lateraans Concilie in 1215 verschillende uitspraken over de eucharistie. Het concilie stelt de leer van de transsubstantiatie vast: brood en wijn veranderen tijdens de eucharistie werkelijk in het lichaam en bloed van Christus. Deze leeruitspraak zal een belangrijk twistpunt worden tijdens de Reformatie en de scheuring van de kerk in het Westen. Daarnaast spreekt dit concilie uit dat de gelovigen ten minste één keer per jaar, en wel met Pasen, de eucharistie moeten vieren. Het was in die tijd niet gebruikelijk om regelmatig deel te nemen aan de communie; veel gelovigen hielden zich aan het minimaal voorgeschreven aantal en gebruikten de eucharistie slechts één keer per jaar.
Vastendag
Goede Vrijdag is niet altijd een kerkelijke gedenkdag geweest. In de eerste eeuwen van de kerk werd de instelling van het avondmaal en de kruisiging van Jezus in de paasnacht herdacht. Pas rond het jaar 400 wordt het gebruikelijk om op de vrijdag voorafgaand aan Pasen stil te staan bij het lijden en sterven van Jezus. Goede Vrijdag wordt vanaf die tijd als een vastendag ingevuld. Een dag van inkeer en matigheid. Op die dag werd en wordt de eucharistie niet gevierd. De eerste eucharistieviering na Witte Donderdag vindt pas weer plaats op eerste paasdag.
Reformatie
Calvijn was fel tegenstander van de middeleeuwse gewoonte om één keer per jaar de eucharistie te vieren. Ook in de kerk van de Reformatie waren er gelovigen die slechts één keer per jaar het avondmaal vierden. Calvijn noemt deze gewoonte in zijn Institutie een “uitvinding van de duivel”. Hij wil juist wekelijks het avondmaal vieren. Met een beroep op de vroege kerk is voor Calvijn een samenkomst van de gemeente pas compleet als er sprake is van “prediking des Woords, gebeden, uitdeling van het avondmaal en aalmoezen”. Het is Calvijn niet gelukt om de wekelijkse avondmaalsviering in Straatsburg en Genève in te voeren. Ook in de Nederlanden is Calvijns wens niet overgenomen.
De Eerste Synode van Dordrecht schrijft in 1578 voor dat het avondmaal elke twee maanden gevierd moet worden. In 1586 voegt men hier de aanbeveling aan toe om het avondmaal te vieren tijdens Kerst, Pasen en Pinksteren. De Tweede Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 bevestigt dit nogmaals.
In deze periode is er ook gesproken over het houden van kerkdiensten op Goede Vrijdag. In de discussie wordt gewezen op het gevaar van losbandigheid en het missen van een Bijbelse grondslag voor deze gedenkdag. Of op deze dag avondmaal gevierd moet worden is geen vraag. Het avondmaal wordt gevierd op de voorgeschreven feestdagen. Dat op Goede Vrijdag geen avondmaal werd gevierd, sluit aan bij de geschiedenis waarin Goede Vrijdag een vastendag is.
Verdeelde kerk
De achttiende en negentiende eeuw worden ook wel de periode van de romantiek genoemd. Een tijd met extra aandacht voor het individu, de emotie en de beleving. Het is in diezelfde tijd dat kerkelijk Nederland een turbulente tijd doormaakt. De kerk raakt verdeeld – vrijzinnige en orthodoxe theologen staan tegenover elkaar. Tussen gemeenten ontstaan grote verschillen. In dit tijdsgewricht komen zogenoemde genootschappen op: interkerkelijke ontmoetingsplekken waar pogingen gedaan worden om kerkelijke structuren en twisten te overstijgen. Deze genootschappen organiseren samenkomsten waarin liturgische vernieuwingen worden doorgevoerd. Een van die vernieuwingen is de viering van het avondmaal op Goede Vrijdag. Het genootschap Christo Sacrum in Delft bedient in april 1798 voor de eerste keer het avondmaal op Goede Vrijdag.
Vanuit de genootschappen verspreidt dit gebruik zich langzaam over de kerken. Dit leidt er ook toe dat steeds vaker de roep klinkt om Goede Vrijdag tot een kerkelijke feestdag te maken. Dit was vooral een wens van vrijzinnige gemeenten en theologen. Zij kunnen beter uit de voeten met Goede Vrijdag, omdat de historiciteit van de kruisiging makkelijker wordt beleden dan de historiciteit van de opstanding. Het vieren van het avondmaal op Goede Vrijdag maakt ook dat in vrijzinnige kring de viering los komt te staan van het leerstuk van de verzoening. De viering op Goede Vrijdag maakt het makkelijker om te spreken van een gedachtenismaal, zonder de kruisdood en het offer van Christus te betrekken op het zielenheil van de vierende gemeente.
Viering onder druk
Dit leidt in 1817 tot een aanbeveling van de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk om op Goede Vrijdag een kerkdienst te beleggen. Er wordt nog niet gesproken over het vieren van het avondmaal in deze kerkdiensten.
De viering van het avondmaal staat in de negentiende eeuw onder druk. Er zijn gemeenten waarin het avondmaal helemaal niet meer wordt gevierd. In bijvoorbeeld verschillende remonstrantse gemeenten wordt in de tweede helft van de negentiende eeuw geen avondmaal gevierd. De synode van de Nederlandse Hervormde Kerk probeerde hierop toe te zien. In 1853 doet de synode een aanbeveling om ten minste één keer per jaar het avondmaal te vieren, en wel op Goede Vrijdag.
In de twintigste eeuw is, mede onder invloed van de liturgische beweging, de viering van het avondmaal weer vaker naar Witte Donderdag verplaatst. Dit gebruik sluit aan bij de Rooms-Katholieke Kerk, waar de eucharistie ook op Witte Donderdag wordt gevierd. In gemeenten met een gereformeerde signatuur bleef de viering van het avondmaal op Goede Vrijdag juist meer gebruikelijk. De nadruk op het lijden en het offer van de Heere Jezus in het gereformeerde avondmaalsformulier past bij een viering van het avondmaal op Goede Vrijdag.
‘Verhef uw harten’
Avondmaal vieren op Goede Vrijdag is een vrij jonge en lokale gewoonte. Vele eeuwen vierde de kerk geen avondmaal op Goede Vrijdag. In het avondmaal verkondigen wij de dood en opstanding van de Heere totdat Hij komt, en heffen we onze harten op tot de hemel waar Jezus Christus is, onze Voorspraak aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Dat kan het hele jaar door. De dag waarop het avondmaal bediend wordt, heeft effect op de manier waarop het avondmaal wordt beleefd. Een viering op Witte Donderdag zal meer aandacht hebben voor de instelling van het avondmaal. Een viering op Goede Vrijdag zal meer aandacht hebben voor het sterven en het offer van de Heere, en een viering op Pasen, zoals de kerk eeuwenlang heeft gedaan, zal het avondmaal meer in het licht van de opstanding plaatsen. Uiteindelijk moeten al deze verschillende aspecten van het avondmaal in de viering aanwezig zijn, maar kan de nadruk verschillen. Over elke avondmaalstafel schijnt het licht van de opgestane Heere, ook op Goede Vrijdag. De vraag is ten diepste niet wanneer we het avondmaal vieren, maar of wij delen in het sterven en in de opstanding van de Gastheer.