Waar bent u naar op zoek?

Waarom Oorthuys het verdient opnieuw gelezen te worden

Deze predikant werd 150 jaar geleden geboren

H. Boele
Door: H. Boele
Muziek
09-04-2026

“Bestudering van de grote reformatoren behoort een eerste plaats in te nemen bij de studie van de theoloog.” Zo luidt een van de stellingen uit het proefschrift van G. Oorthuys. In 1905 promoveert hij bij professor F. Pijper cum laude op het proefschrift De antropologie van Zwingli. Met deze stelling geeft Oorthuys op scherpe en programmatische wijze richting aan zijn theologisch denken.

Op 11 april 1876, inmiddels 150 jaar geleden, wordt Gerard Oorthuys geboren in de her‍vormde pastorie te ’s-Heer Abtskerke als zoon van Casparus Bernardus Oorthuys en Johanna Wilhelmina Schoorel. Voor een indruk van het gezin waarin Gerard opgroeit, zijn we aan‍gewezen op het boekje Herinneringen van zijn vader en op de twee “opschrijfboekjes” van zijn moeder.

Zo noteert zijn moeder over haar oudste zoon: “Met hoeveel vreugde werd hij ontvangen. Wat waren we verrukt met onzen oudsten zoon en met welk een trots reed ik hem in zijn wagentje door de gemeente. Maar hoe werd mijn trots gefnuikt, toen ik eens onze smidsvrouw ontmoette, die gelijktijdig ook een zoon gekregen had en in het wagentje ons kind bekeek en vol verachting riep: ‘Nou mevrouw, ’t is maar een mager krengetje, al is hij dominees zoon…’”

Na het lager onderwijs bezoekt Gerard het gymna‍sium, waarna hij in 1894 naar Leiden vertrekt om theologie te studeren. Op 2 juli 1898 legt hij cum laude zijn kandidaatsexamen af en twee jaar later behaalt hij met lof zijn doctoraalexamen. In 1901 doet hij proponentsexamen en wordt kandidaat tot de heilige dienst.

Kohlbrugge

In 1906 neemt Oorthuys een beroep naar Leiden aan. Hier komt hij in contact met de markante predikant F. Oberman, die hem vertrouwd maakt met de prediking van Kohlbrugge. Vooral diens bekende preek over Romeinen 7:14 maakt tijdens een periode van ziekte een onvergetelijke indruk op Oorthuys; “met smart en toch met blijdschap” erkent hij de woorden: “Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” Tijdens zijn vijfentwintigjarig ambtsjubileum memoreert hij wat deze preek van de Elberfeldse predikant voor hem heeft betekend: “Want toen werd Christus Jezus mijn één en mijn al, en daarvan mocht ik met vreugde spreken in die gemeente, die mij nog lief is, en waar God ons rijkelijk zegende.” Vier jaar later, op 6 juli 1910, doet Oorthuys intrede in Amsterdam. Aan deze stad blijft hij tot aan zijn emeritaat in 1943 verbonden. Hij dient hier verschil‍lende wijkgemeenten, waaronder de Jordaan. Naast zijn pastorale arbeid vervult hij tal van functies. Zo is hij onder meer voorzitter van het Gereformeerd Oranje-Weeshuis te Huizen.

In 1940 volgt hij dr. J.C.S. Locher op als voorzitter van de Vereeniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften. Hij behoort tot de voormannen van de Confessionele Vereniging en is lid van het hoofd‍bestuur van Kerkherstel, evenals van de werkgroe‍pen Kerk en Overheid en Kerk en Prediking. Na de oorlog maakt hij deel uit van de commissie voor de nieuwe kerkorde.

Na zijn emeritaat verhuist hij naar Lunteren, waar hij tot 1951 ouderling blijft. In 1948 over‍lijdt zijn vrouw. Twee jaar later hertrouwt hij met H.W. Swellengrebel. In 1951 vestigen zij zich in Oegstgeest. Daar overlijdt Oorthuys op 18 juli 1959.

De Gestapo verhoort Oorthuys drie keer vanwege zijn verzet tegen het nationaalsocialisme

Oorlogsjaren

Tijdens de oorlogsjaren maakt Oorthuys deel uit van de ‘Lunterse kring’, een groep theologen die zich met het verzet bezighoudt. De meeste leden zijn vrienden van Karl Barth en onderhouden con‍tacten met de Bekennende Kirche. In het geheim komen zij in Lunteren samen op het terrein van de Zendingsstudieraad; vandaar de naam ‘Lunterse kring’. Een vooraanstaand lid van deze kring is dr. J. Koopmans, die de illegale brochure Bijna te laat schrijft, waarin hij opkomt voor de Joden: “Zij gaan eruit en zij gaan er aan.” Hij verzet zich tegen de zo‍genaamde ‘Ariërverklaring’, die de scheiding tussen Joden en niet-Joden regelt. Oorthuys verspreidt dit geschrift in groten getale vanuit zijn huis. Over hem wordt gezegd: “Hij was een van de ergste illegalen, zijn huis op de Prinsengracht een knooppunt, een pleisterplaats voor de ‘Zwitserse weg’.” Zijn verzet tegen het nationaalsocialisme leidt ertoe dat hij driemaal door de Gestapo wordt verhoord.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

H. Boele
H. Boele

is kerkhistorisch publicist.