Als de Eerste Kamer instemt met de asielnoodmaatregelenwet die hulp aan mensen zonder geldige documenten strafbaar stelt, heeft jurist Jan de Beer er alles aan gedaan om dit tegen te houden. Recent riep hij in het Reformatorisch Dagblad CDA en SGP op om de christelijke barmhartigheid in het oog te houden. Kerken en gelovigen moeten hulp kunnen blijven geven, wat De Beer betreft. En deze wet biedt daarvoor volgens hem geen enkele garantie.
“Juridisch wrakhout”, noemt Jan de Beer deze wet die binnenkort in de Eerste Kamer in stemming wordt gebracht. En hij niet alleen, ook mensen als onderzoekshoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer en hoogleraar internationaal en Europees recht Paul Minderhoud spreken zich uit in woorden van gelijke strekking. Met klem roept De Beer christelijke partijen dan ook op om tegen deze wet te stemmen. Want al kregen CDA en SGP afgelopen december van minister Van Weel de garantie dat hulp aan mensen zonder geldige documenten niet strafbaar wordt, “het is naïef om te geloven dat een wettelijke bevoegdheid daarvoor niet gebruikt gaat worden omdat een vorige regering heeft gezegd dat dat niet de bedoeling is”, aldus De Beer. Hij luidde de noodklok en organiseerde op 12 april een landelijke gebedsdag.
In het dagelijks leven houdt de jurist zich bij het ministerie van Financiën bezig met het organiseren van herstelgesprekken met door de toeslagenaffaire gedupeerde ouders. Daarnaast zet hij zich op allerlei andere manieren in voor recht en hulp aan zwakkeren. Zo leverde een simpele Facebook-oproep voor warme kleding voor vluchtelingen in zijn woonplaats Zwolle afgelopen winter een hausse aan reacties op, zo groot dat ook landelijke media erover berichtten. Ook organiseert hij jaarlijks een kleedjesmarkt waar kinderen met weinig geld speelgoed kunnen kopen. Verder initieerde hij ook dit jaar weer een schrijfactie waardoor honderden gevangenen een paasgroet ontvingen.
Waar komt die passie voor recht doen vandaan?
“Ik heb een vrij atypische jeugd gehad. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik jong was, en in de plattelandsomgeving in Noord-Nederland waar ik opgroeide, stonden mensen vrij snel klaar met hun oordeel. Dat raakte mij, naast het persoonlijke verdriet van ‘je in de steek gelaten voelen’ doordat een ouder weggaat. Het oordeel van gelovigen maakte dat ik ervoor koos om op jonge leeftijd de kerk en God de rug toe te keren. God kwam opnieuw in mijn leven toen ik 34 jaar was. Ik bedoel eigenlijk: Hij was er altijd, maar ik was er niet voor Hem.
Vanaf dat moment ervaar ik de roeping om in mijn hele leven zichtbaar te maken wat het betekent om Jezus te volgen. Als je als christen Zijn Naam wilt dragen, moeten mensen dat aan je kunnen merken.”
Hoe voorkom je cynisme of frustratie als het niet lukt om anderen te helpen? Als instituten of zelfs wetgeving in de weg staan?
“Veel dingen die ogenschijnlijk mislukken, hebben misschien uiteindelijk toch wel degelijk effect. Het is goed om dat voor ogen te houden. Ook leert het geloof mij dat we niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat van wat we doen. God vraagt simpelweg dat we het proberen, dat we doorgaan. Soms ervaar ik zegen, als ik het resultaat van mijn werk zie. Zo kan ik moed en hoop blijven houden. Maar vaak is dat niet zo. Dan moet ik daar genoegen mee nemen. Als de Eerste Kamer straks instemt met de asielwet, dan is dat zo. Ik leg mijn hoofd dan niet in de schoot, maar zeg: ‘God, ik heb gedaan wat ik kon.’ Zonder boosheid, hoop ik.”
Er zijn ook christenen vóór een strengere asielwetgeving, bijvoorbeeld uit angst voor het verlies van onze christelijke wortels. Snapt u die angst?
“Ook ik verlang soms terug naar het Nederland van veertig jaar geleden. Naar de overzichtelijkheid, de zekerheid, de vaste waarden. Maar we moeten de werkelijkheid onder ogen zien en mogen niet zwelgen in nostalgie. De wereld is veranderd, en christenen zijn altijd en overal geroepen zich te bekommeren om vluchtelingen, gevangenen, armen.
Als iemand zegt: ‘Ik ben tegen vluchtelingen’, zeg ik: ‘Ik ook! Mensen zouden namelijk niet moeten vluchten.’
Die discussie over cultuurchristendom verbaast mij, eerlijk gezegd. Wij weten juist als christenen hoe gebroken de wereld is. Ze ís gebroken, ze wás nooit heel én ze wordt nooit heel. Spreek gerust je melancholie uit, maar laat dat niet het laatste woord hebben. God leert mij om te leven vanuit mijn omstandigheden en om daarin recht te doen.”
De inzet voor toeslagenouders, het verweer tegen de asielwet – het zijn dingen die een lange adem vragen. Hoe houdt u het vol?
“Ik ben een geduldig mens. De toeslagenaffaire, zestien jaar onrecht, los je niet in een paar weken op. Ik heb zes jaar lang mogen helpen om zo’n 70.000 ouders een beoordeling te geven van hun situatie na deze affaire. Je moet alle informatie verzamelen in systemen die er niet op gemaakt zijn om er snel informatie uit te halen, je moet tijd nemen voor ouders die na jarenlang tegen een digitale muur te zijn aangelopen eindelijk een ambtenaar treffen die hen wil horen. Dat kost tijd.
Geduld hebben is wel de les van mijn leven, denk ik. Ik heb geleerd dat geduld tonen loont. Een tijdlang heb ik me, soms met anderen, ingezet om politieke gevangenen in landen als Oezbekistan en Ethiopië vrij te laten komen. In vier gevallen is dat gelukt, met hulp van ambassades en investeerders in het desbetreffende land. Door geduld mochten wonderen gebeuren. Met deze les in mijn achterhoofd leer ik onze drie kinderen: ‘Denk nooit te klein over jezelf en over God. Je bent van waarde, je bent door Hem gemaakt en mag Zijn kind zijn.’”
Op het schoolplein of op de werkvloer ervaart niet iedereen dat.
“Je kunt altijd iets doen. We hebben als ouders en als christenen de taak om náást de ander te gaan staan. Dat lijkt iets kleins, maar is van onschatbare betekenis. Er is één ding erger dan onrecht, en dat is onrecht dat je alleen draagt. Vanaf mijn zesde heb ik dat ervaren, doordat een buurman mij misbruikte. Die angst… Die angst dat iemand je iets aandoet waarvan je voelt dat het niet goed is, dat is zo’n sterke emotie. En als kind ontwikkel je direct gedachten waardoor je denkt dat het je eigen schuld is.
Uiteindelijk heb ik het geluk gehad dat na al die jaren eenzaamheid iemand naast mij kwam staan die in mij geloofde. Zo kon ik mijn middelbare school en een rechtenstudie afronden en uiteindelijk zelf naast anderen gaan staan.”
Met Pasen in de rug: wat betekent dit heilsfeit voor u?
“Elk jaar overvalt de rijkdom van Pasen mij weer. In het Evangelie naar Johannes lees je hoe de Heere Jezus Zelf naar Pasen toeleeft. Hij wist wat er ging komen. En weet je wat Hij, terwijl Hij dit wist, ons wilde leren? Hoe wij gelukkig kunnen worden! Hij neemt de minste plaats in en wast de voeten van Zijn discipelen voordat Hij gaat lijden en sterven. En dan zegt Hij dat we gelukkig zijn als we Hem op deze manier willen volgen. In navolging van Hem mag de kerk vandaag ook dingen doen die anderen niet doen, zaken waar onze omgeving zich misschien te goed voor voelt. In de wetenschap dat God ons belooft dat Hij ons dan gelukkig maakt.”
Welke taak heeft de kerk volgens u vandaag de dag?
“De kerk moet altijd en overal de tekenen der tijden herkennen. Denk aan eenzaamheid. Als kerk vormen wij een gemeenschap. Zeker met Pasen ervaar ik dat sterk. En juist daar smacht onze samenleving naar. Er zijn zo veel krachten werkzaam in onze tijd die ervoor zorgen dat mensen op zichzelf terugvallen. En iedereen kan daar op zijn of haar eigen plek iets aan doen. Op zijn eigen manier, met zijn eigen talent.
Je kunt dienstbaarheid en zorg voor mensen uitleggen als een linkse hobby, prima. Ik ben niet zo van de stickers, dat vind ik iets voor luie denkers. Als je wilt, noem me links, maar geef me dan ook een goede reden waarom je je als christen niet druk hoeft te maken om je medemens.”