Waar bent u naar op zoek?

In memoriam Mr. G. Holdijk (1944-2015)

08-12-2015

Het voelt alsof we met zijn overlijden een tijdperk afsluiten. 32 jaar was mr. Gerrit Holdijk lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, de laatste van een generatie langzittende bestuurders.

Mag ik dit ‘In memoriam’ beginnen met de vorige keer dat de redactie van De Waarheidsvriend vergaderde, 21 september? Zonder er woorden aan te geven wisten we alle vijf dat we voor het laatst samen om de tafel zaten. En toch, toch was de sfeer niet bedrukt of beladen. Leny, zijn vrouw, had Gerrit van Uddel naar Apeldoorn gereden – een afstand die hij net nog kon volbrengen.
Wat waren we blij dat hij er was. Voor hem én voor ons allen las ik 2 Timotheüs 1:9-14. ‘Hij heeft ons zalig gemaakt… overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade… door Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft… Daarom onderga ik ook deze dingen… want ik weet in Wie ik geloofd heb.’ Twee uur later dankte Tineke, onze eindredacteur, met de zeven coupletten van de Avondzang: ‘O grote Christus, eeuwig licht… Houd ons gemoed voor U bereid, opdat het blij Uw komst verbeid… Bescherm ons in de bange tijd van zielsverzoeking en van strijd…’
Zo namen we afscheid. En we wisten dat de woorden van Timotheüs en de woorden van de Avondzang het hart van Gerrit Holdijk geraakt hadden. Omdat hij de inhoud ervan kénde.

Orde en structuur
De voorbije anderhalf jaar waren daartoe voor Holdijk van betekenis geweest. Nadat hij die een ziekenhuis eigenlijk niet van binnen kende, in juni 2014 hoorde dat hij alvleesklierkanker had en de arts in Harderwijk niets meer voor hem kon doen, moest hij de balans van zijn leven opmaken. Alle zakelijke aspecten van het leven moesten eveneens op orde komen.
Wat paste dit laatste bij hem, ook al is het een zwaar werk. Orde en structuur hoorden bij Holdijk, evenals een groot verantwoordelijkheidsbesef. Toen een specialist uit Utrecht hem wel wilde opereren – het was een wonderlijke leiding van de Heere dat Holdijk in het UMC terechtkwam –, en maanden van chemokuren volgden, was er (daarna) toch tijd om te regelen wat gedaan moest worden. Liefde voor zijn vrouw en kinderen, een grote gehechtheid ook aan de boerderij waarop hij geboren was en waar hij na het overlijden van zijn moeder weer woonde, zochten een uitweg in het op orde brengen van de dingen. Zonder veel woorden, maar nauwgezet.

Genadetijd
In geestelijk opzicht waren de voorbije achttien maanden evenzeer van belang. Twee woorden typeerden die tijd, de woorden die afgelopen mei boven een vraaggesprek met het Nederlands Dagblad stonden, ‘Extra genadetijd’. In de beslotenheid van een intiem gesprek deelde hij dit, maar altijd totaal afziende van zichzelf. Het was niet de zekerheid van Gerrit Holdijk, nee, het was de zekerheid van de beloften van God. De overgave aan zijn Schepper bracht hem de vrede van Christus, die je ervoer als je de Uddelse boerderij binnenging.
Op de laatste zaterdag van oktober besefte ik meer dan ooit waarom het loslaten van de Veluwse hoeve hem zwaar viel. De najaarszon zette het bruine blad in een zachte gloed en schiep een vredige sfeer. Zijn krachten verminderden snel en zijn beperkte energie ging niet meer uit naar de dagelijkse krant. Omdat de oud-senator voor de duizenden vluchtelingen geen actieve bijdrage meer leveren kon, had hij er vrede mee. De aanvechting was er wel, het verder loslaten van de intieme kring… en tegelijk het Woord, de overdenking van de meditaties van Van Ruler en Noordmans die hem vergezelden, de erkenning dat ín onze zwakheid Gods kracht aan het licht komt.

Bedachtzaam
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is mr. Holdijk veel dank verschuldigd. Sinds 1983 nam hij onder ons zijn plaats in, altijd bescheiden en bedachtzaam, zichzelf relativerend. De keren dat hij het voorbije jaar de kracht ontving om aanwezig te zijn, vroeg hij vaker het woord, waarbij we met elkaar voelden welke plaats hij onder ons had. Daarbij was hij betrokken op al die zaken waar het de Gereformeerde Bond om gaat: de kerk, het ambt, de belijdenis, de prediking, het verbond. Dán wilde hij graag ook iets zeggen. Aan dingen die volgende week niet relevant meer zouden zijn, besteedde hij geen aandacht. Uiteraard heeft hij als jurist ons bestuur en veel plaatselijke afdelingen van adequaat advies voorzien. Voor die adviezen nam hij de tijd. In de jaren dat we met een faxapparaat werkten, kon er maar één de afzender zijn als mijn fax midden in de nacht een bericht ontving. Zelfs door zichzelf liet hij zich niet opjagen, laat staan door een ander.

Groot onrecht
Gerrit Holdijk was niet alleen bedachtzaam, hij was ook trouw. Zijn typerende handdruk en oogopslag waren woordeloze blijken van verbondenheid in de dingen die ons te doen stonden. Beter leerde je hem nog kennen tijdens lange autoritten naar bijeenkomsten waar we beiden moesten zijn. In een van die momenten spraken we over het overlijden van zijn moeder, in april 2000, én de inbraak kort erna, in de toen onbewoonde boerderij, waarbij een waardevolle klok ontvreemd was. Van dat laatste lag Holdijk wakker. ‘Want’, zei hij, ‘het feit dat mijn moeder de weg van alle vlees moest gaan, daarin was geen onrecht. Immers, het loon op de zonde is de dood. Maar dat men kort na haar sterven niet van die klok afblijven kon, daarin is groot onrecht.’ Denken in termen van recht bracht hem ertoe achter de gewone dingen de werkelijkheid vanuit God te zien.

SGP
Breed is mr. Holdijk in de (christelijke) media herdacht. Nadat hij in 1971 door ds. H.G. Abma als fractiemedewerker aangezocht werd, volgde een lange loopbaan als SGP-vertegenwoordiger, 24 jaar in de Provinciale Staten van Gelderland, een jaar langer nog in de Eerste Kamer. Op 26 juni sprak oud-minister Donner op zijn definitieve afscheid van ‘Den Haag’ over onder vuur liggende staatsinstellingen. Op hetzelfde moment genoot Holdijk van het gedegen betoog én was hij oprecht verrast over al deze belangstelling voor hem.

Historische grond
In het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en in de redactie van ons blad zal de lege plaats van broeder Holdijk sterk ervaren worden. Zijn sterven markeert een periode en herinnert aan een generatie die voor altijd voorbij is. Op de voor de familie Holdijk historische grond, de boerderij aan de Oude Dijk buiten de dorpskern van Uddel, zal de lege plaats door zijn vrouw en hun kinderen nog heel veel sterker gevoeld worden. Gerrit niet meer lezend onder het gele licht van de lamp, niet meer op zijn tractor naar het land of bezemend op het erf.
Van harte condoleren we Leny en haar kinderen en kleinkinderen met het overlijden van hun man en vader. Mogen we hen troosten met de woorden van Nahum, die we hem rond zijn laatste verjaardag, 17 november, vanuit ons bestuur deden toekomen? ‘De HEERE is goed, Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid. Hij kent hen die tot Hem de toevlucht nemen.’

P.J. Vergunst