Waar bent u naar op zoek?

blog

Op de ereplaats

26-04-2018

Ook al zijn de demonische machten van de Tweede Wereldoorlog niet meer zo prominent aanwezig, we leven ook nu in een gebroken wereld. Juist in zo’n tijd zouden we de Heere Jezus onder ons moeten hebben.

Maar sinds hemelvaart kan Hij verder weg lijken dan ooit. 

Wat een troost echter om te weten dat Hij hierboven, aan de rechterhand van de Vader, ‘naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest nooit van ons wijkt’, zoals de catechismus dit verwoordt in zondag 18.

Hemelvaart is in dat opzicht geen verarming. Het is de troonsbestijging van Christus. Hij kreeg in de hemel niet zomaar een plaats, nee, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. De ereplaats bij uitstek. Hij Die de doornenkroon droeg, kreeg de koningskroon. Hij Die de rietstok droeg, kreeg de gouden scepter. Hij Die de spotmantel droeg, kreeg de koningsmantel. 

Gods rechterhand

In de Oudheid was de persoon die naast de koning zat, de belangrijkste persoon na de koning. Een soort onderkoning. We kunnen bijvoorbeeld denken aan onze premier. Maar de verhoogde Christus krijgt, als Koning der koningen, wel heel veel macht: ‘alle macht in hemel en op aarde’ (Matt.28:18). Deze positie was Hem al toegezegd in Psalm 110: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. (…) Heers te midden van Uw vijanden.’

De Hebreeënbrief tekent daarbij aan dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn. Hij heerst volgens Calvijn in de macht en de majesteit en heerlijkheid van de Vader. Dat doet Hij namens God. Maar de Vader regeert ook alle dingen door Hem (HC.19). 

Koninklijke heerschappij 

Met zoveel macht ligt altijd het gevaar van misbruik of corruptie op de loer. Daar hoeven we bij de regering van deze Koning niet bang voor te zijn. Zijn heerschappij staat ook niet in het teken van technocratie of materie of de wapenarsenalen, maar van geduld, van verzoenende liefde en reddende genade. Hij is ‘rechtvaardig, wijs en zacht’.

Hij regeert als het Lam. Maar wel als een Lam met zeven horens en zeven ogen. Hij is immers ook de Leeuw uit de stam van Juda, geroepen om te heersen te midden van Zijn vijanden en om recht te spreken onder de heidenvolken. Dat doet Hij onvermoeibaar, zelfs zonder zich te laten ophouden door eten of drinken. Onderweg drinkt Hij even uit de beek (Ps.110). Hij moet immers alle vijanden ‘tot een voetbank voor Zijn voeten’ maken.

Luther schrijft in zijn Brieven uit de beslissende jaren van zijn leven

dat de gelovigen zelf ook vijanden van Christus zijn. Toch wil Hij juist voor hen ‘Heer en Verlosser’ zijn. Appellerend schrijft hij dan: ‘Midden tussen de vijanden is het rijk van Christus; zou jij dan midden onder de vrienden zijn?’ Juist te midden van de vijanden en de aanvechtingen geeft Hij vrede, de werkelijke vrede, die ons verstand te boven gaat. 

Profetisch en priesterlijk

Heel bijzonder is dat Zijn koningschap in het teken van Zijn werk als Middelaar is blijven staan. Want behalve koninklijk heerst Hij hierboven ook profetisch en priesterlijk. Profetisch als onze hoogste Profeet en Leraar om ons te onderwijzen door Zijn Woord en Geest. Maar Hij is hierboven ook nog steeds onze enige Hogepriester. Hij is een echte Priester-Koning, Die ons raad geeft en steunt.

Wat een zegen dat Hij in Zijn hemelvaart Zijn menselijke natuur meenam naar de hemel om ons daar te vertegenwoordigen bij de Vader, om daar onze Voorspreker te kunnen zijn, om daar voor ons te kunnen pleiten bij de Vader en onze gebrekkige gebeden te vervolmaken. Ook om te bidden of ons geloof niet zal bezwijken.

Stefanus zag door een open hemel de Heere Jezus zelfs aan Gods rechterhand ‘staan’ om in zijn plaats het pleidooi te voeren. Met zo’n Advocaat zullen we nooit verliezer zijn. 

Ten goede

Tot onze troost mogen we ook weten dat Christus hierboven vooral Zijn Kerk regeert. De catechismus verwoordt vanuit het geloof zo mooi dat de Heere Jezus hierboven voor ons ‘ten goede’ is (HC.18). Er zijn veel machten die Zijn gemeente proberen te ondermijnen en uit te roeien. Maar Hij is het Die de strijd met hen aanbindt en Zijn kerk beschermt en bewaart. Hij heeft immers beloofd: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’

In Romeinen 8 belijdt de apostel dat ‘voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede’. Dan kunnen tegenslagen zich aandienen en vragen over de Godsregering zich opstapelen, maar dan nog mogen we geloven dat, hoe dan ook, alle dingen heilzaam zijn. Het zicht erop breekt vaak pas later, soms pas op latere leeftijd door. Persoonlijk begrijp ik nu pas bepaalde wegen van de Heere in mijn leven, waarbij ik voorheen vragen en soms zelfs onbegrip had.

Het met Christus gekruisigd worden en zijn en onder Zijn heerschappij leren buigen en leven, kan heel wat kosten. Het kan ook erg tegendraads zijn wat ons vlees en onze ideeën en wensen betreft. Maar dan leeft en regeert Hij wel in ons.

Toch begrijpen we Zijn regering vaak niet en soms zien we er ook zo bitter weinig van. Dat is echter niet verwonderlijk, want vanuit Hebreeën 2 weten we dat we nu nog niet zien dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn. Zijn heerschappij is vaak nog verborgen. Het lijkt soms of we er alleen voor staan. Door het geloof worden onze ogen er echter meer en meer voor geopend. Zomaar ineens kan Hij de weg die Hij met ons gaat, duidelijk openbaren.

Laten we elkaar ook steeds bemoedigend voorhouden dat Hij alle machten in de kiem heeft gesmoord en dat Hij in alle dingen het laatste woord heeft. 

Heel nabij

We leven misschien op een planeet die schokt als een vulkaan die op uitbarsten staat. Voor ons besef lijkt Hij in deze omstandigheden soms heel ver weg. Laten we dan steeds voor ogen houden dat Hij door Zijn middelaarswerk een nieuwe en levende weg heeft geopend naar de troon van Gods genade. Met al onze zorgen en nood mogen we naar Hem toe gaan en kunnen we bij Hem alles kwijt, wetend dat heel de wereld onder Zijn bereik ligt. Ondanks de onmetelijke afstand is Hij toch heel nabij. Hij is bereikbaar voor contact en gemeenschap. We mogen weten dat Hij, door Zijn Geest, daadwerkelijk tot ons spreekt en ons ook zeker hoort, als de medelijdende Hogepriester, Die medelijden met onze zwakheden heeft.

Boven alles staat de Koning der koningen: Christus Jezus, ‘Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit’. 

Kennen we Hem nog niet als onze Zaligmaker? Het is deze Jezus, Die God ‘door Zijn rechterhand verhoogd heeft tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden’ (Hand.5:31). In de eerste plaats geeft Hij dit aan Israël. Maar Hij schenkt het ook daarbuiten, wie we ook zijn en waar we ons ook bevinden. Hem zij de lof, de eer, de aanbidding en de dankzegging, tot in alle eeuwigheid.

H. Liefting