Waar bent u naar op zoek?

‘Mijn discipelen’

P.J. Vergunst
Door: P.J. Vergunst
14-01-2021

Welke activiteit van de gemeente tijdens deze lockdown ook geannuleerd moet worden, voor het gebed geldt dit nooit. Zondag begint de jaarlijkse Week van gebed voor de eenheid van christenen.

Het gebed voor de eenheid van de christenen, het zou niet nodig moeten zijn. Anders ligt dat met het gebed voor Israël, omdat het antisemitisme in deze wereld onuitroeibaar lijkt. Anders ligt dat met het gebed voor de vervolgde kerk, omdat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, omdat hij een expert is in afbreken, verleiden, vernietigen. Verdeeldheid onder christenen – dat moeten deze zelf niet willen, als het Woord gezag voor hen heeft.

Gebrek aan eensgezindheid

En toch, ook binnen de kerk is de duivel actief, het meest rond de thema’s macht, eer, seksualiteit, geld. In het begin van het boek Handelingen acteren Ananias en Saffira, die dezelfde roem willen ontvangen als Barnabas, maar die tegelijk blijven hechten aan hun geld.

In Paulus’ brief aan de gemeente van Korinthe is het niet anders. De gemeente is geroepen tot de gemeenschap van Christus, ze is ‘in alles rijk geworden in Hem’, aan geen enkele genadegave ontbreekt het haar – en toch, de apostel gewaagt van ruzies, een gebrek aan eensgezindheid in hun spreken, terwijl zelfs het woord ‘scheuringen’ valt. Hoe erg is dit? Niet heel erg als je van mening bent (zoals vandaag relativerend klinkt) dat ‘je in elke kerk God kunt dienen’. Wel is het erg als je Paulus bijvalt in zijn zorg dat door al het menselijke het kruis van Christus zijn inhoud verliest. Het woord van het kruis is voor degenen die behouden worden een kracht van God.

Bij het kruis

Eenheid vinden we blijkbaar bij het kruis van Christus. Positief geformuleerd is dat. Een vanzelfsprekendheid is dat overigens niet. Waar Hij in de prediking niet hoogverheven wordt, waar de heilsfeiten niet verkondigd worden, waar de bewogenheid van de Heiland én Zijn nadruk op alle geboden van de Vader er in onze gemeenten bekaaid vanaf komen, daar zie je het gebeuren: de onrust komt, verdeeldheid, een veelheid aan meningen waarbij wij de preek beoordelen in plaats van dat het Woord ons leven oordeelt.

Het is niet zomaar dat in het hoofdstuk over de tweedracht (1 Korinthe 1) de inhoud van de verkondiging op noemer gebracht wordt: ‘Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.’ Als de verzoening door Hem klinkt en het bloed van Christus op de gemeente drupt, weet ik me met elke andere hoorder diep verbonden.

Gebed van de Zoon

Vanwege de ene Christus zijn de Zijnen geroepen één te zijn. Jezus Zelf heeft dit beseft, vlak voordat de weg naar Golgotha leidde en Zijn discipelen naar alle kanten op de vlucht sloegen: ‘…opdat zij allen één zullen zijn…, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’. Hij preekt over de liefde van de Vader, Hij onderstreepte Zijn boodschap met wonderen van genezing, Hij bad om de verheerlijking van de Zoon, ‘opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt’ én Hij bad om eenheid, de missionaire kracht bij uitstek.

Niet te ontkennen is dat de eenheid onder christenen het sterkst in de gebeden ervaren wordt. Als je je hart voor de Heere opent in het bijzijn van de ander, kan er geen ruis op de lijn zijn. Boze gevoelens – en laten we kerkelijke hoogmoed of zelfingenomenheid ook hieronder scharen – verhinderen de gebeden, niet alleen in het huwelijk (1 Petr.3).

Gebedsuur

De voorbije weken was ik diverse keren betrokken bij een online gebedsuur, waarin mensen samenkwamen die verlangden naar de doorwerking van het Evangelie in deze moeilijke maanden, die hoopten dat de kerk in Nederland niet alleen in het nieuws komt in discussies over dertig of honderd kerkgangers, over gehoorzaamheid aan de overheid in relatie tot gehoorzaamheid aan God. Uit die ontmoetingen deel ik nu een bijzonder moment waarop een vertegenwoordiger van de 4e Musketier, bekend vanwege haar karakterweekenden voor mannen, in zijn gebed de (in de samenleving gekritiseerde) hersteld hervormde gemeente van Staphorst voor het aangezicht van God bracht. Hij haalde de belofte uit Exodus 14 aan: ‘De Heere zal voor u strijden, en ú moet stil zijn.’ Aan kanselruil zullen de musketiers en de Staphorsters nog wel niet doen, maar eensgezindheid was er dat moment.

Zwitserse zusters

Bidden óm eenheid is in de week van gebed – van 17 tot en met 24 januari – ook vórmgeven aan eenheid. Het thema komt deze keer uit Johannes 15:5-9: ‘blijf in Mijn liefde’. Sinds in 1908 het initiatief genomen werd om christenen wereldwijd een week lang voor hun eenheid te laten bidden, worden de te lezen teksten steeds door een andere groep uit een ander land voorbereid. Deze mooie taak was nu toebedeeld aan de zusters uit de oecumenische kloostergemeenschap in het Zwitserse Grandchamp. Sinds haar ontstaan wijdt deze gemeenschap zich aan eenheid en gebed.

Centraal in hun teksten staat het woord uit Johannes 15. Niet anders dan in 1 Korinthe – hoe zou het ook gezien de eenheid in het Woord – ontdekken we de verbondenheid met Christus als de bron van de vrucht van eenheid. Omzien naar de ander leerde de stervende Heiland vanaf het kruis aan Johannes en Maria, terwijl ze beiden in Hem de Verzoener van hun schuld zien. Het is een woord dat ons in de kerkelijke praktijk verootmoedigt, als we ontdekken dat in de eenheid de Vader verheerlijkt wordt, dat Zijn grootheid nog meer aan de dag treedt als mensen sámen voor Hem buigen. Verootmoediging is dan geen doel in zichzelf, geen nederige activiteit om bij te blijven. Verootmoediging vraagt om bekering.

Gemeenschap met God

Het begin van Johannes 15 is een oproep om de band met Christus te bewaren. Kun je ontvangen genade van Hem dan weer kwijtraken? Nee, dat niet. Eerder in het Evangelie van Johannes (6:66) lezen we echter over een beginnende verhouding tot Hem, over discipelen die Jezus de rug toekeren. Als Hij onderwijst dat niemand tot Hem komen kan, ‘tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is’, lezen we: ‘Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee.’ Zij hadden in Zijn Naam geloofd, toen zij de tekenen zagen die Hij deed (Joh. 2:23).

Is het om deze reden dat Jezus in Johannes 8 zegt: ‘Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen.’ Kinderen van God mogen de gemeenschap met Hem daarom altijd weer zoeken, wat tot gevolg het wonder van de wederkerigheid heeft: ‘Wie in Mij blijft, en Ik in hem…’ In die wederzijdse gemeenschap wordt de vrucht van het geloof gevonden, een leven in heiligmaking.

Leer van Christus

We raken daarmee aan de ernst van Johannes 15, de ernst van elke verkondiging van het Woord: ‘Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg.’ In het gedeelte dat de Zwitserse zusters centraal stellen, vallen woorden met een donkere lading: ranken die buitengeworpen worden, die verdorren en verbrand worden. Immers, de waarde van de rank ligt slechts in de vrucht.

Leerzaam voor ons is dat in Christus blijven functioneert door het blijven in het Woord. In zijn zendbrief legt Johannes daar de vinger bij: ‘Ik heb u geschreven, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.’ Elders heet dit blijven in de leer van Christus, een mooie uitdrukking. Tot slot, het blijven in Zijn liefde is concreet het doen van Zijn geboden, gehoor geven aan de richtlijnen voor ons leven uit het Oude Testament, de vermaningen van de apostelen uit het Nieuwe Testament.

Coronaperiode

Hoe dichter bij het kruis, hoe dichter bij Christus, we zijn dan tegelijk dichter bij elkaar. Eenheid wordt op Golgotha geboren. Zo kan de komende gebedsweek tot zegen voor ons land zijn, ook voor de kerk. Terwijl de coronaperiode het gebed zelf niet verhinderen kan, geldt dit wel de organisatie ervan. Maar ook online kun je bidden, zoals velen dit het voorbije jaar deden met hun ouders in het verpleeghuis. In de ene gemeente is de kerk als huis van gebed (denk aan Jesaja 56: ‘en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed’) op vaste tijden open, kun je in heel kleine groepjes op afgesproken tijden bijeenkomen. In de andere gemeente wordt een gebedswandeling gehouden, twee aan twee, om op bepaalde plaatsen tijdens de wandeling te bidden voor mensen die je tegenkomt, voor onderwerpen waaraan je denkt bij bepaalde plaatsen.

Bidden om eenheid van de christenheid, verbonden aan Jezus Christus. Op onze lippen nemen we het lied dat met Kerst geklonken heeft:

Maak ons Uw oren.

Maak ons Uw lippen.

Laat ons leven een teken van Uw liefde zijn.

P.J. Vergunst
P.J. Vergunst