Waar bent u naar op zoek?

Aanstoot aan Jezus

P.J. Vergunst
Door: P.J. Vergunst
02-12-2021

In elke fase van ons leven kent de duivel ons zwakke punt. Volharding tot het eínde is daarom roeping voor elke christen. Ambtsdragers mogen hierin vooropgaan.

Van de kerkdienst waarin ik belijdenis van het geloof aflegde, herinner ik me weinig meer. Maar de tekst waarover de preek ging, is me altijd bijgebleven, Mattheüs 24:13: ‘Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.’ Het ging in de preek over een opdracht en een belofte. Ja, die twee horen bij elkaar. Van een belofte word je natuurlijk altijd blij, maar dit is geen belofte die zomaar met de wind mee komt waaien, dit is een belofte die door inspanning verkregen wordt, inspanning als christen, als ambtsdrager, ook als gemeente als geheel. Daarom: opdracht én belofte.

Een opdracht, zo kun je volharden wel noemen. Een positieve handeling en inzet om te blijven in hetgeen je geleerd hebt. Ik herinner me het laatste gesprek met een van onze predikanten die dit jaar overleed. Hij vertelde me dat bij het ouder worden, het afnemen van krachten en het toenemen van lichamelijke ongemakken het hem strijd kostte om bij de Heere te blijven, Hem te zoeken in het gebed, Hem gelovig Zijn woorden en beloften voor te houden. Tot het laatste van ons leven toe geldt de opdracht om te volharden. Omdat de boze weet wat in elke fase van ons leven het zwakke punt is, het punt waarop we dreigen te verslappen.

Scheiding

We kunnen de Heere Jezus, de Heiland der wereld, tekenen als de goede Herder, als een Man Die kinderen zegent en omhelst, Die goed doet. Dat beeld klopt, helemaal. Maar toen Hij Zichzelf openbaarde als de Zoon van God, als de Zaligmaker zonder Wie een mens in zijn verlorenheid blijft, toen Hij onderwijs gaf over de geboden van Zijn Vader, zeiden velen van Zijn discipelen: ‘Deze rede is hard; wie kan het aanhoren?’ Ze volgden het onderwijs niet over de vernedering van de Zoon des mensen. ‘Neemt u hier aanstoot aan?’ zo reageert Jezus. Voor de omstanders is Hij een ergernis, een struikelblok. ‘Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee.’ (Joh.6:66) Dit hoofdstuk tekent ons eerst de duizenden die zich verdringen om Jezus én tekent aan het einde de scheiding der geesten. Alleen in het geloof wordt de ergernis aan Hem overwonnen, leren we wat volharding is. Dan richt de blik van de Heere Jezus zich tot de trouwe volgelingen, de twaalf mannen: ‘Wilt u ook niet weggaan?’ Het is een vraag op het hart, een vraag naar de liefde, een vraag die elke dwang in het volgen van Hem uitsluit. Petrus belijdt dan dat bij Jezus woorden van eeuwig leven zijn. Tot Wie zullen we anders heengaan? Blijven bij God, volharden in het volgen van Hem, dat is een keuze.

Gehoorzaam aan geboden

Het Oude Testament leerde ons dankzij ons jaarthema dat volharding en standvastigheid wijzen op het voortgaan als enkeling of als volk in het dienen van God, in gehoorzaamheid aan Zijn geboden – laten we dit onderstrepen, want het dienen van God op ónze manier is geen bijbelse volharding – en het wandelen voor Zijn aangezicht. Soms is daaraan een belofte verbonden, zoals in 1 Kronieken 28:7, waar God tegen David zegt (over Salomo): ‘En Ik zal zijn koningschap bevestigen tot in eeuwigheid, als hij sterk zal zijn om Mijn geboden en bepalingen te doen.’ Om vol te houden moet je dus stérk zijn! Het zijn de leiders van het volk die hierin vooropgaan, niet alleen David, maar bijvoorbeeld ook Jozua, hij die het volk leidde naar Kanaän en bij zijn afscheid tot de oudsten (Joz.23:6) zei: ‘Wees daarom zeer sterk door alles wat geschreven is in het wetboek van Mozes, in acht te nemen en na te leven, zodat u daarvan niet afwijkt, naar rechts of naar links.’ Dat is vandaag een belangrijke overweging: de ambtsdragers gaan voorop in een leven van volharding. Hun geloof en leven zijn cruciaal, zowel in de mogelijkheid van afval (in de Bijbel zien we dat bij allerlei koningen die door hun regering het volk deden zondigen) áls in een leven van volharding. Is het om die reden dat de Bijbel focust op de ambtsdragers, op hun zorg voor de gemeenten én op het feit dat ze als eerste op zichzelf goede acht moeten slaan? We zien dat niet alleen in de Bijbel, ook in de kerkgeschiedenis.

Overigens, het tegenovergestelde kan ook voorkomen, volharden in het kwaad. In Hosea 11:7 zegt de Heere: ‘Mijn volk volhardt in afkeer van Mij.’ Niets meer wekt Zijn toorn op.

Hoop

In het Nieuwe Testament wordt volharding verbonden met lijdzaamheid, een woord dat we kennen uit de klassieke Statenvertaling. Volharding is nogal eens verbonden met situaties van lijden, verdrukking, beproeving. Juist in die moeite leert een christen te volharden, niet in te dutten. Kijk naar wat Paulus schrijft in Romeinen 5:3: ‘Wij roemen in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt.’ De volharding zorgt voor hoop. Zien we dat om ons heen? Ik denk aan die morgen dat ik te gast was in een dorpje in Nigeria, waar drie dagen eerder door Boko Haram 34 mannen, vrouwen en kinderen vermoord waren. Met de overgebleven mannen stonden we bij een massagraf, stil en verslagen; zij verkeerden in shock. Tot één van hen zei: ‘Boko Haram kan terugkeren. Besef daarom dat jullie alleen veilig zijn als je blijft bij God en Zijn Woord, bij het gebed.’ Ik leerde hier concreet dat door te volharden ons leven perspectief houdt; luister maar naar Romeinen 15: ‘Want alles wat geschreven is, is geschreven tot onze onderwijzing, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden.’ Hier zien we hoe nodig volharden is. Immers, wie wil er leven zonder hoop? Hoop als geliefden in een massagraf liggen. Hoop als je je ouders zo mist, je een kind moest afstaan aan de dood, je echtgenote ernstig ziek is. En die hoop krijg je door te volharden. Zonder die hoop houd je de volharding niet vol. Die krijg je van de God van de volharding.

Gave van God

Volharding als actieve inspanning doet ook denken aan ‘eronder blijven’, waarbij het beeld van de brug en de pijlers genoemd is. De brug houdt het, ook als er zwaar verkeer over haar gaat. Volharding is zo een manier van in het leven staan, in het besef dat beproeving van het geloof volharding meebrengt (Jak. 1:2). Zo hoort volharding net zo goed bij het geloof als liefde, geduld, zachtmoedigheid enz.

Opvallend is dat volharding in het Nieuwe Testament tegelijk een geschenk is. We zagen dat Romeinen spreekt over de God van de volharding. Ik wijs ook op 2 Thessalonicenzen 3: ‘En de Heere moge uw harten richten op de liefde van God en op de volharding van Christus.’ Volharding dus als gave van de Heilige Geest, verworven door Christus, door Hem Die volhard heeft in het doen van Zijn geboden, in het leven in de gemeenschap met de Vader.

Ernst van het leven

Het is leerzaam om speciaal naar de Hebreeënbrief te kijken, een brief die wel een preek genoemd wordt. Deze brief confronteert ons ten aanzien van volharding ook met de ernst van het leven. Immers, als de grote dag van Christus nadert, moeten we onwankelbaar vasthouden aan de belijdenis van de hoop, moeten we volharden in het deelnemen aan de eredienst, want… ‘als we willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, dan blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over.’ (Hebr.10:26)

In dat spanningsveld doen én ontvangen we huisbezoek, als ambtsdragers met gemeenteleden in gesprek zijn over trouw zijn op de zondag, over het maken van de keuzen die het Evangelie ons voorhoudt. Een uitwisseling van meningen is dat niet, een horen hoe de ander tegen de dingen aankijkt. Als we willens en wetens zondigen, waar blijven we dan in de dag van het oordeel?

Het is een hoofdstuk, Hebreeën 10, dat alle ambtsdragers stempelen mag, in de rijkdom waarmee over Christus en Zijn offer gesproken wordt, ook over de noodzaak om te volharden in het leven met Hem. Immers, ‘de Heere zal Zijn volk oordelen,’ zegt de schrijver van de brief. Wat te doen als we het bloed van het verbond onrein achten, als we de Geest van de genade smaden? Als een soort conclusie eindigt dit hoofdstuk met deze woorden: ‘Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen.’

P.J. Vergunst
P.J. Vergunst