De heilsbetekenis van Jezus’ opstanding kent verschillende aspecten. Een ervan is de vernieuwing van ons leven zodat we beschikbaar zijn voor God. Paulus spoort hiertoe aan in Romeinen 6:13. Het is een notie die aansluit bij het jaarthema ‘Geroepen in kerk en wereld’.
Zondag Pasen! In de kerk een hoogtijdag. We vieren Jezus’ overwinning op de dood, de zonde en heel het rijk van de duisternis. Wat kun je ernaar verlangen dat de paasjubel in de prediking krachtig doorklinkt. En ook in het geheel van de liturgie, in de gebeden en in de samenzang. Opdat we het (weer) weten, geloven en belijden dat we een levende Heere hebben Die regeert! We vieren Pasen 2026 in een zwaar geteisterde wereld vol oorlogsgeweld, leed, onrecht en dreiging. Wat kan het wereldgebeuren ons verontrusten. In korte tijd is er mondiaal gezien veel veranderd. En dat doet iets met ons. Wie ervaart bij tijden niet een gevoel van onzekerheid? Maar de Koning van Pasen heeft van Zijn Vader alle macht ontvangen. Zijn Rijk komt. Hij zál overwinnen omdat Hij al overwonnen hééft. Pasen is een (heils)feit dat nooit meer ongedaan te maken is. Gelukkig niet!
Nieuw leven
Ondertussen is het wel de vraag wat Jezus’ opstanding in ons leven uitwerkt. We kunnen Pasen niet vrijblijvend vieren. “Nu vangt het nieuwe leven aan” zingen we in een bekend paaslied. Dat wil concreet vorm krijgen in ons dagelijks bestaan. Het is om meerdere redenen belangrijk om hier nadrukkelijk bij stil te staan. Allereerst omdat Gods eer ermee gemoeid is. Maar ook opdat we als christelijke gemeente ‘opgewekt’ leven – in de dubbele betekenis van het woord: blijmoedig én met Christus opgewekt tot een nieuw leven. En vervolgens is een door Pasen gestempelde levensstijl van belang richting buitenstaanders. Ik las ergens dat de beste paaspreek niet op de kansel wordt gehouden maar in de levenswandel van Gods gemeente. Om over na te denken! Het geldt in ieder geval in missionair opzicht.
Romeinen 6
Over het nieuwe leven schrijft Paulus diepe dingen in Romeinen 6, dat we een paashoofdstuk kunnen noemen. We lezen over de hechte verbondenheid tussen Christus en Zijn gemeente. Die is er nú. Maar die was er ook toen Hij werd gekruisigd en opstond uit de dood. In deze weg heeft Hij al Zijn volgelingen meegenomen zodat zíj met Hem zijn gestorven en opgewekt. Het gaat om een diepe realiteit waarmee volgens vers 4 de doop alles te maken heeft. Wie zijn of haar doop werkelijk in het geloof verstaat, mag weten met Christus gekruisigd en opgewekt te zijn. Om zo in een nieuw leven te wandelen. Leven we niet te weinig uit deze kernnotie van het Evangelie? Terwijl deze focus op Jezus’ kruis en opstanding zo bevrijdend werkt. De beslissing ís gevallen. Daarom is in het leven van een christen niet (langer) de zonde koning, maar de opgestane Heiland Die ons door Zijn Geest vernieuwt.
"*" geeft vereiste velden aan