Waar bent u naar op zoek?

Bidden: het gesprek voortzetten dat God begonnen is

30-08-2017

Overbekend is het gedicht van Guido Gezelle waarin hij zich beklaagt over eigen gebedsarmoede. Hij blijft echter niet in zelfbeklag steken, vertelt ds. P. van der Kraan.

De dichter opent een venster door zijn roep om hulp: ‘O, leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!’ De uitweg is een gebed om een gebed.  

Het lijkt op het intrappen van een open deur als we stellen dat onze verlegenheid Gods gelegenheid is. Immers, wanneer je door welke oorzaak ook met biddeloosheid bent geslagen, lijkt de oproep om te bidden te veel van het goede – ook al betreft die oproep ‘slechts’ een gebed om een gebed. Biddeloosheid betekent toch dat je niet meer bidt, écht bidt. Dan zit er zelfs geen gebed om een gebed meer in. Wie bij zo’n conclusie halt houdt, verkeert werkelijk in een hopeloze situatie.

Wie echter bij de ontdekking van eigen biddeloosheid aan de grond terechtkwam, kan niet anders dan roepen: uit diepten van ellende. En ook al komt er niet meer dan een zucht over onze lippen, is dat soms geen gebed? Als ik tegen de Heere God zeg dat ik niet kan bidden, zie… dan bid ik.

Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 31 augustus 2017.