Het Onze Vader is het christelijke gebed bij uitstek; het is het gebed dat Jezus Zijn leerlingen leerde. Waar christenen vaak minder bij stilstaan, is dat het Onze Vader tegelijkertijd voluit past bij de joodse gebedscultuur uit Jezus’ dagen.
De opbouw en inhoud van het Onze Vader passen goed bij andere joodse gebeden, waarvan sommige tot op de dag van vandaag in de synagoge gebeden worden. Het Onze Vader past in de gebedscultuur van het jodendom waarin Jezus stond. Dit inzicht kan ons eigen bidden van dit gebed verdiepen.
Leer ons bidden
De evangelist Lucas vermeldt dat Jezus’ leerlingen Hem vragen hun een gebed aan te leren. Natuurlijk baden zij al wel – de joodse traditie kende ook toen al vele gebeden. De leerlingen vragen hier echter om een specifiek gebed van hun Leermeester. Het is geen vreemde vraag. In Talmoedtraktaat Berachot zijn een stuk of tien gebeden overgeleverd die aan specifieke rabbi’s worden toegeschreven en die kennelijk door hun leerlingen bewaard zijn. Deze gebeden stammen uit een iets latere periode, maar laten duidelijk zien dat het gebruikelijk was dat een rabbi zijn leerlingen een eigen gebed aanleerde, naast de andere gebeden die zij al baden. Door Zijn leerlingen zo’n specifiek gebed te leren dat zij naast andere gebeden konden gebruiken – zoals dat in de christelijke traditie altijd is gebleven – handelt Jezus dus in lijn met wat ook andere joodse rabbi’s deden.
Voluit Joods
Het gebed dat Jezus Zijn leerlingen leert, is een voluit joods gebed, dat helemaal past in de joodse gebedstraditie van die dagen. Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat het Onze Vader direct van bestaande gebeden is afgeleid. We weten ook niet precies hoe de verwoording van de dagelijkse gebeden in het jodendom van die dagen was. Wel laten de parallellen zien hoe goed het Onze Vader past in de wereld waarin Jezus leefde. Het Onze Vader past naadloos in de joodse traditie zoals we die kennen uit het tweedetempeljodendom en uit de gebedstraditie van het rabbijnse jodendom dat zich in de eeuwen daarna, net als het christendom, vanuit het tweedetempeljodendom heeft ontwikkeld.
Opbouw
Joodse gebeden beginnen niet bij de nood van de bidder. De openingsbeden richten zich op de heiligheid en majesteit van God. Dat vinden we ook in het Onze Vader. De eerste beden richten zich op God, Zijn heiligheid en Zijn Koningschap. Pas daarna komen de beden voor persoonlijke noden. Het gebed sluit af met een lofprijzing (“want van U…”). Deze ontbreekt in de oudste handschriften van Mattheüs, maar dat de lofprijzing al heel vroeg werd gebeden, blijkt uit de Didachè , een christelijk geschrift uit het begin van de tweede eeuw. Met een kleine variatie in verwoording komt de lofprijzing daar al voor.
"*" geeft vereiste velden aan