Waar bent u naar op zoek?

Boekbesprekingen

L.W. Smelt
Door: L.W. Smelt
17-03-2022

Dr. W. Verboom Van doopvont naar avondmaalstafel. Pastorale uitleg van de liturgische formulieren bij doop, belijdenis en avondmaal. KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht; 174 blz.; € 18,99.Dr. M. Nel Daniël (serie: De prediking van het Oude Testament). KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht; 343 blz.; € 39,90.

Het is doctor én pastor W. Verboom vergund om in zijn laatste boek Van doopvont naar avondmaalstafel alle goeds wat hij aangaande de trits doop-belijdenisavondmaal ontdekt heeft in de Bijbel, de belijdenisgeschriften en de klassiek-gereformeerde liturgische formulieren bij elkaar te brengen. Onvermoeibaar ijvert Verboom voor het bevorderen van een evenwichtig persoonlijk geloofsleven in relatie met de gemeente van Christus. Je proeft op elke pagina zijn passie dat wij samen onze doop meer en meer leren verstaan met als doel om zo godvruchtige avondmaalgangers te worden. Je merkt dat Verboom de ‘beproefde route’ (p.113) zelf menigmaal heeft gelopen. Hij waakt ervoor dat die route een platgetreden paadje wordt, waarop de verwondering over Gods eenzijdige liefde en genade ontbreekt.

Dr. Verboom licht op een pastorale wijze toe wat de klassiek-gereformeerde formulieren bedoelen. Tevens benadrukt hij hoe de inhoud van de sacramenten samenhangt met de liturgische vormgeving van doop-, belijdenis- en avondmaalsdiensten. Het maakt bijvoorbeeld verschil of het eerste gedeelte van het avondmaalsformulier aan het eind van de dienst (snel) gelezen wordt of dat het vanwege de actualisering van het zondenregister (p.119) heel goed vooraan op de plek van de Tien Geboden gelezen wordt. Opvallend uitvoerig zijn ook de suggesties die in deel 2 aangereikt worden voor de belijdenisdienst: knielen met handoplegging en ruimte voor een getuigenis.

Door de coronacrisis met zijn online kerkdiensten is er versneld meer aandacht gekomen voor die twee kanten van dezelfde medaille: inhoud én vorm. Waarom missen – nogal wat – gemeenteleden de doop- en avondmaalsdiensten niet? Waarom is niet eerder beseft dat de formulieren te lang zijn om voor te lezen en – nog erger – niet (meer) landen én botsen? Moeten we niet meer de formulieren bespreken in catechese en kringwerk, zoals ook de oorspronkelijke bedoeling was? Hoe worden doopouders bij een doopdienst betrokken? Het is al winst als zij een gedeelte van het doopformulier in de dienst voorlezen. Ook staat naast de predikant die de doop bedient, de ouderling van dienst die ook bij het doopgesprek aanwezig was. Hij reikt de persoonlijke teksten aan.

Bij een avondmaalsdienst komt de voorganger van de preekstoel af om bij de tafel enkele gedeelten van het formulier te lezen en aan tafel het dankgebed met de voorbeden uit te spreken. Het Onze Vader wordt in de oorspronkelijke versie van het formulier zelfs twee keer gebeden (p.147). Dit kan toch zeker genoeg reden geven om samen het Onze Vader hardop te bidden of te zingen.

Wij schamen ons nu dat het lang geduurd heeft voordat verstandelijk gehandicapten (p.47) belijdenis mochten doen. Rekening houden met aanwezige kinderen in de kerk leidde tot het uitbreiden van de avondmaalstafels. Hoe betrek je hen bij online diensten? Ik was verrast door het heel duidelijk vooraan (p.13) citeren van Romeinen 6:3-4. Maar mag deze hoofdtekst over de doop niet meer het gehele boek doortrekken? De blinde vlek daarvoor heeft met zich meegebracht dat de kinderdoop en de volwassendoop uit elkaar zijn gegroeid. Vergelijk de aandacht voor het feit dat Jezus Zelf door Johannes de Doper is gedoopt als de grond voor onze doop. Hoe komt het dat de ‘dankzegging heilig avondmaal’ naar de tweede dienst is verhuisd, terwijl avondmaal vieren zelf dankzegging (= eucharistie) is?

Verboom voedt door dit boek het verlangen naar verdieping van de beleving van de sacramenten. Hij waagt het om formulieren in te korten en te hertalen, zet aan tot verdere doordenking en tot een sprekender liturgische vormgeving. Ook beveelt hij ieder aan goed op de stem van de goede Herder te letten. Kortom, een warm pastoraal boek dat mede dankzij de gespreksvragen achterin geschikt is om samen met familie- en gemeenteleden te lezen.

Het boek Daniël staat volop in de belangstelling. Diverse predikanten hielden de afgelopen periode een prekenserie over dit bijbelboek. Anderen hebben het voornemen dit te doen. Hoeveel schroom we ook kunnen hebben om met name het tweede gedeelte van het boek Daniël te bepreken, het is vanwege de toepassingsmogelijkheden naar deze tijd toe aan te bevelen. Het commentaar van prof. Nel kan behulpzaam zijn bij het trekken van lijnen naar vandaag.

In het voorwoord stelt de schrijver de vraag of het boek Daniël een ooggetuigenverslag over de ervaringen van een viertal Joden tijdens de Babylonische ballingschap is of een reeks verhalen die gedurende een groot aantal jaren mondeling zijn overgeleverd en die mogelijk pas later een historische neerslag hebben gekregen. Kortom, moeten de verhalen historisch-kritisch of narratologisch worden gelezen?

Hiermee is de toon gezet. De duidelijke uitleg, waarin de tekst heel precies wordt gevolgd, wordt overschaduwd door het uitgangspunt van de schrijver dat het gezag van het boek in theologische waarheden ligt, die steeds worden benadrukt, en niet in het feit dat de gebeurtenissen historisch juist zijn weergegeven. Veel beschreven gebeurtenissen worden dan ook als onwaarschijnlijk gezien. Het feit dat buitenbijbelse bronnen niets over de krankzinnigheid van koning Nebukadnezar vermelden, zegt wat mij betreft niets over het waarheidsgehalte van betreffende geschiedenis. Bij Daniël 6 tekent prof. Nel aan dat het begin van het verhaal wemelt van de historische problemen, zodat gesteld moet worden dat de verteller weinig belang hechtte aan de historische betrouwbaarheid. Dat is een wel heel snel getrokken conclusie. Het tweede apocalyptische deel van het boek Daniël, de hoofdstukken 7-12, ziet prof. Nel voornamelijk als beschrijving achteraf. Daardoor ontbreekt in zijn uitleg het Messiaanse perspectief.

Nel benadrukt, terecht, dat de trouw van God zichtbaar wordt in de geschiedenis van Daniël. Dat moet bemoedigend zijn geweest voor de eerste lezers en dat geeft moed aan hen die zich aan de God van Daniël toevertrouwen.

De actualiteit van de boodschap die vanuit het boek Daniël naar ons toekomt, verwoordt prof. Nel krachtig: ‘Gelovigen beleven iets van een cultuurstrijd waaraan zij noodgedwongen deelnemen, wanneer zij trouw aan hun geloof willen blijven. Dit strekt zich uit tot ten minste vijf terreinen: de familie, de opvoeding, de populaire media waaronder sociale media, de wet en de verkiezingspolitiek.’ (p.61) Aan het eind van elk hoofdstuk staat een paragraaf waarin de relevante punten voor de prediking worden benoemd. Iedereen die het Woord heeft te verkondigen, kan daar zijn winst mee doen. Daarin ligt de waarde van deze verklaring, waarbij we genoemde kanttekeningen in het achterhoofd moeten houden.

L.W. Smelt
L.W. Smelt