Waar bent u naar op zoek?

blog

In het gebed wordt God geëerd zoals Hij is: gevend en vergevend

Dankbaar en corona

03-11-2020

De beperkingen vanwege het coronavirus begonnen de dag na de biddag. Deze week kent de kerk haar dankdag voor wat groeide op het land, voor de verrichte arbeid.

Al deze maanden was het virus er elk moment. Dankdag in een moeilijke tijd.

Wanneer elk jaar dezelfde dankdagpreken gehouden worden, is er iets niet goed. Ja, altijd is de vraag naar de vernieuwing van mijn leven aan de orde, en daarom ook de vraag naar de vergeving van mijn schuld voor God. In het leven van een christen blijven de drie stukken van de Heidelbergse Catechismus er toe doen: ellende, verlossing, dankbaarheid. Zonder de twee eerste noties raakt dankbaarheid los van het geleefde leven, blijven we steken in een blij gevoel dat geen bodem kent. 

Bediening van het Woord

Zullen we in deze dagen niet het meest ervoor danken dat de bediening van de verzoening voortgang had, dat woorden van God klonken in de reële werkelijkheid van ons leven? Onwillekeurig denk ik aan de weduwe uit het naoorlogse Putten, die tijdens de bezetting door de Duitsers gebeden had: ‘Heere, geef dat mijn huisje mag blijven staan. En geef dat mijn jongen die weggevoerd is, terug mag komen. En geef dat de bediening van de verzoening in onze gemeente niet weggenomen wordt.’

Maar haar huisje werd in de oorlog kapotgeschoten en haar zoon keerde niet terug uit het concentratiekamp. ‘En toch’, zei de vrouw tegen ds. L. Kievit, ‘heeft God mijn gebed verhoord, want de levende bediening van het Woord is er nog in Putten.’ 

Gods hand ging door

Min of meer ervoeren we de voorbije maanden allemaal onzekerheid, eenzaamheid, financiële zorg, verdriet, spanning thuis of op het werk, rouw. Onderschatten mogen we dit niet, de zorg vanwege je bedrijf, je werk, verantwoordelijkheid vanwege financiële lasten. Of het leven van jongeren die de vaste gang in hun leven missen, studenten die zonder veel persoonlijke contacten op andere wijze gevormd moeten worden en hun leven ontplooien. Of de eenzame oudere, die zich de voorbije weken vol angst realiseerde dat een nieuwe periode zonder bezoek van familie dichterbij komt.

Waar zouden we persoonlijk en als gemeente in die onbalans zijn als het Woord van God niet open kon, als Christus niet als Redder en Koning verkondigd was? Ondanks belemmeringen van allerlei aard en ongemakken van diverse soort, ondanks mondkapjes en raamvisites bij het verpleeghuis als symbolen van ziekte en eenzaamheid schreef Gods hand verder, ging de heilsgeschiedenis verder. Dánkbaar maakt dat. 

Diaconaal initiatief

Het gemis aan gemeenschap is door ons sterk ervaren, het samen zingen en bidden in het huis van God. En tóch, we kijken dieper dan wat voor ogen is, we zien dat ook deze periode het Woord niet gebonden was en we met gebruikmaking van technische middelen online kerkdiensten ontvingen. We zien bij velen ook hernieuwde zorg en verdiepte aandacht voor de ander, lokaal hier en daar samenwerking van kerken. Via de site #nietalleen.nl zijn plaatselijk hulpvragers gekoppeld aan mensen die zorg konden bieden, een diaconaal initiatief van waaruit twee weken geleden de regering gevraagd is op welke plaatsen we volgens de overheid naastenliefde vorm kunnen geven. Zoveel beter is die positieve houding dan het met zeventien miljoen anderen eindeloos discussiëren over de regelgeving waarmee de regering het virus beteugelen wil.

Om deze reden is het volop dankdag! Het hoort bij de opwekkingen van Paulus voor het geestelijke leven dat hij schrijft: ‘Dank God in alles.’ Geen advies van de apostel is dit, maar ‘dit is de wil van God in Christus Jezus voor u’. Altijd God danken, los van de situatie, Paulus gaat de gemeente van de Thessalonicenzen erin voor: ‘Wij danken God altijd voor u allen, wanneer wij aan u denken in uw gebeden…’ Paulus stelt hier God centraal, reden voor Calvijn om te schrijven ‘dat door de erkenning van de gaven van God alle godzalige harten vernederd worden en tot zorgvuldigheid geprikkeld, tot volharding aangespoord’. 

Voornaamste deel

Dankbaarheid is er voor de gemeente van Thessaloniki, omdat ze het Woord aangenomen heeft als het Woord van God. Een dergelijke focus leert ons Calvijn, woorden van hem die er vandaag nog altijd toe doen: ‘Laten we onze ogen afwenden van het tegenwoordige ongerief en weten hoe God jegens ons gezind is in Christus.’ De kerk die in deze wereld vervolgd wordt, gemarginaliseerd is, in het geheim samenkomt – zij illustreert voor ons de waarheid van deze bijbelse notie. Geeft de Heere ons dit jaar niet om een en ander dieper te verstaan?

Als kind leerden we het al dat in de catechismus de dankbaarheid het voornaamste onderdeel was, woorden die in Zondag 45 beleden worden. In het gebed wordt God immers geëerd als Degene Die Hij is: de gevende en de vergevende. In dit kader schrijft dr. A. de Reuver ergens: ‘Aan ons bedelaarsbestaan komt men levenslang niet voorbij.’ 

Leven als dankbaar mens

Maak het graag concreet, het is een woord dat vandaag in de gemeente klinkt. De Bijbel zelf doet dit gelukkig als het om dankbaarheid gaat. In de geboden uit het Oude Testament, in de vermaningen uit het Nieuwe Testament wordt het leven van de dankbaarheid van een christen zichtbaar, uitingen van liefde tegenover God en de medemens. Als de Meester van Zijn discipelen is Jezus in die weg voorgegaan.

Wat een kansen biedt onze tijd om als dankbaar mens een zelfverloochenend leven te leiden, waartoe Paulus in Efeze 5 oproept: ‘Wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons overgegeven heeft als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’ Altijd weer staat Hij als Gods onuitsprekelijke Gave centraal, in een dankdagweek niet minder. ‘Ik heb u een voorbeeld nagelaten…’ 

Goede werken

Een leven van dankbaarheid, dát is missionair, dat doet een appèl op het leven van de ander die jij belangeloos dient, dat heeft werfkracht. In de Bergrede verkondigt de Heiland ons dat we ons licht voor de mensen moeten laten schijnen, ‘dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’ Geen dienstbetoon in de gemeente om op je facebookpagina uit te kunnen pakken, maar om de Heere ermee te eren, om je naaste te winnen. Een woordeloos getuigenis vol geduld voor een zuster en trouw meeleven met een broeder is een middel dat de Heilige Geest gebruikt.

Een zegen voor de samenleving én een zegen voor de kerk zou het zijn als opiniepagina’s van de kranten gedomineerd worden door artikelen over onze diaconale roeping, waardoor we de ander stimuleren onze tijd en gaven beschikbaar te stellen. Dankdag blijft het dan. 

#Dankbaar

Op basis van het leven van David, Salomo, Jezus en Paulus biedt de Protestantse Kerk in deze weken het boekje #Dankbaar aan, dat ‘bijbelse inspiratie voor een dankbaar leven bieden wil’. In een tijd waarin we leren dat het leven niet maakbaar is en vertrouwen een geschenk, licht scriba dr. R. de Reuver toe dat ‘Zijn goedheid ons staande houdt’. Ja, zo is het, die genade van God die zichtbaar werd in het leven én sterven van de Zoon.

In de gemeente mogen we ouder en jonger léren danken. Een dankbaar hart is je immers nooit aangeboren, ontvangen we slechts in de overgave aan God, in de gerichtheid op Christus. Danken is ook een moeilijker deel van het gebed, kijk maar naar kinderen. Aan hen hoef je niet te leren ergens om te vragen, terwijl het meer moeite kost om hen ‘dank u’ te laten zeggen.

Het tedere hart van God de Vader wacht op de dankbaarheid van Zijn kind. Zelfs een beker koud water dat de ander aangereikt is in Zijn Naam, vergeet Hij niet. Ook het hart van de Zoon is gespitst op de dankbaarheid van de Zijnen. Als negen van de tien genezen melaatsen hun dank aan Hem niet uiten (Luk.17), klinkt de vraag: ‘Zijn er dan geen anderen gevonden die terugkeren om God de eer te geven dan deze vreemdeling?’ Terwijl we zo de Heere danken en eren, doen we waartoe we geschapen zijn. In zijn klassieker over het gebed zegt de lutherse bisschop Ole Kristian Hallesby: ‘Uit uw dank tegenover Jezus. Hij is niet van steen. Hij verblijdt Zich telkens als Hij ziet dat u waardeert wat Hij voor u gedaan heeft. Grijp Zijn doorboorde hand…’ 

Ambtsdragers

Mijn laatste opmerking is voor de ambtsdragers. Zeer bezet kunnen ze vandaag zijn met regelgeving rondom de eredienst, een activiteit die gebeuren moet. Voor alle dingen mogen zij echter voorop gaan in de dank aan God, wat we van Hizkia in 2 Kronieken 31 leren: ‘Vervolgens stelde Hizkia de afdelingen van de priesters en de Levieten vast volgens hun afdelingen, ieder overeenkomstig zijn dienst: de priesters en de levieten voor het brandoffer en voor de dankoffers, om te dienen, te loven en te prijzen binnen de poorten van de legerkampen van Israël.’

Danken – behalve van je ouders leer je het van je dominee, je ouderling, je diaken.

Bestel een los nummer, of neem een abonnement op De Waarheidsvriend.