Waar bent u naar op zoek?

De waarheid omhelzen

ds. M.K. de Wilde
Door: ds. M.K. de Wilde
01-06-2023

Geloven doe je met hoofd én hart. De meeste christenen zijn het daar wel over eens. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden en hoe geloven met hoofd en hart er dan concreet uitziet, is echter lastiger vast te stellen. Tim Keller en John Piper kunnen ons daarbij helpen.

Geloven heeft een rationele, objectieve kant (geloofsinhoud, geloofsovertuigingen) en een meer subjectieve, gevoelsmatige kant (ervaring, wilskeuze, gevoelens). Zeker in onze ervaringscultuur vraagt dit thema om grondige bezinning. Hoe gaan we in prediking, pastoraat en persoonlijk geloofsleven om met de relatie geloof en gevoel?

Keller en Piper

Zelf ben ik erg geholpen door twee Amerikaanse theologen: Tim Keller en John Piper. Ze zijn belangrijke vertegenwoordigers van het nieuwe calvinisme en ze hebben in Nederland inmiddels ook veel bekendheid. Keller overleed vorige maand op 72-jarige leeftijd. Beiden hadden en hebben hun eigen front, stijl en kracht. Kellers front is de seculiere denk- en leefwijze, Piper richt zich meer op lauwe en wereldgelijkvormige (naam)christenen. Keller heeft een apologetische en dialogische stijl, Piper meer de stijl van een opwekkingsprediker. Keller reflecteert diep op de verhouding tussen cultuur en geloof, Piper reflecteert vooral op de hoogten en diepten van het geloofsleven. Keller is voorzichtig en presenteert zich vaak als algemeen christelijk, Piper is uitgesproken calvinistisch.

De overeenkomsten tussen beiden zijn belangrijker dan deze verschillen, zeker als het gaat over geloof, gevoel en beleving. Er zijn in ieder geval vier accenten die we ook in onze Nederlandse context ter harte kunnen nemen.

Zaak van het hart

Allereerst houden ze verstand en gevoel dicht bij elkaar. Zowel Keller als Piper benadrukt dat geloven uiteindelijk een zaak is van het hart. Beiden zijn ze bang voor een geloof dat in ons hoofd blijft steken. Zeker Piper behoort zonder meer tot de meer piëtistische of bevindelijke hoek van de nieuwe calvinisten. Maar ook Kellers theologie heeft een piëtistisch karakter, zoals zijn dagboek over de psalmen en zijn boek over het gebed duidelijk illustreren.

Tegelijkertijd leggen beide theologen veel nadruk op het objectieve en rationele karakter van de Bijbel en het christelijk geloof. Ze zijn ervan overtuigd dat God ons grond onder de voeten geeft, een fundament om op te staan. Er zijn goede argumenten om je aan God over te geven en de boodschap van de Bijbel te aanvaarden. Keller en Piper noemen die argumenten ook in hun preken en boeken. Geloven is geen sprong in het donker, maar in het licht. Beiden belijden ook de inerrancy (onfeilbaarheid) van de Bijbel, niet als een beschermingsconstructie, maar als een belijdenis van de volstrekte betrouwbaarheid van de woorden van God, die door de Bijbel zelf wordt opgeroepen.

Vreugde

In de tweede plaats benadrukken Keller en Piper dat geloven meer is dan kennen en vertrouwen. Geloven is ook de heerlijkheid, de schoonheid van God in Christus zien en bewonderen. Typerend is wat Keller in zijn psalmendagboek (zie p.21) schrijft bij Psalm 27:4 (‘Eén ding heb ik van de Heere verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de Heere, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de Heere te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel’): ‘Aanschouwen is niet ergens even een blik op werpen, maar je ogen er voortdurend op gericht houden. Het is niet God vragen om wat je nodig hebt, maar Hem prijzen, aanbidden en van Hem genieten om wie Hij is. David vindt God prachtig, niet alleen maar een instrument om iets te krijgen.’ Vervolgens verwoordt Keller dit gebedspunt: ‘Heere, het is niet overdreven om te zeggen dat ik in dit leven echt maar één ding nodig heb, en daar vraag ik U om. Dat is niet slechts in U geloven, maar al biddend en in het dagelijks leven Uw heerlijkheid, Uw schoonheid zien en ervaren. Laat mij van U houden enkel en alleen om Uzelf. Amen.’

Levensechte beelden

Bij Piper krijgt deze vreugde in God nog meer nadruk. In zijn bekendste boek, Verlangen naar God, citeert hij C.S. Lewis: ‘We zijn halfhartige wezens, we rommelen wat met drank, seks en status, terwijl er oneindige vreugde aangeboden wordt; zoals een onnozel kind dat wil doorgaan met moddertaartjes maken in de zandbak, omdat het zich niets kan voorstellen bij een vakantie aan zee. We zijn veel te gauw tevreden.’

Hoe vind je die vreugde in God? Meditatie, ‘heilig nadenken’, is een belangrijk middel om de kernthema’s van het christelijk geloof van ons hoofd in ons hart te brengen. Beide theologen wijzen ook op het belang van beelden en metaforen. De waarheid van God moet verkondigd worden, maar wel op zo’n manier dat die ook reëel voor ons wordt en we die ook gaan omhelzen. Dat is bijvoorbeeld de kracht van C.S. Lewis, met zijn krachtige en levensechte beelden, zoals we zagen in het citaat.

Het Evangelie centraal

Voor een goede verhouding tussen hoofd en hart en voor vreugde in God, is het cruciaal dat in kerk en theologie het Evangelie centraal staat. Dat is een derde aspect van hun werk waarvan we veel kunnen leren. Zeker in onze tijd van ‘religieuze laaggeletterdheid’ moet het helder zijn waar het nu werkelijk om gaat. Christenen mogen niet druk zijn met bijzaken. De Bijbel heeft een centrum: de dood en opstanding van Christus (1 Kor.15:3-5). Dat Evangelie moet ook het centrum van ons leven, onze gemeente en onze theologie zijn, om vervolgens alle andere thema’s vanuit dat Evangelie te doordenken en te belichten. Paulus deed dat ook al. Of hij nu spreekt over het plan van God (Ef.1), het huwelijk (Ef.5), de levensheiliging (Ef.4; Rom.6) of de toekomst (1 Thess.4-5), altijd doet hij dat op een evangeliecentrische manier. Juist dat Evangelie raakt ons hart en geeft vreugde in God. Of preciezer, juist de Heere Jezus, Die Zelf het goede nieuws is, raakt ons hart en geeft vreugde in God. Hoe helderder, zuiverder en rijker het Evangelie gepreekt en geleefd wordt, hoe meer er geloofd wordt met hoofd én hart. De Reformatie (een evangeliebeweging!) is daar het bewijs van. Ook vandaag kunnen we alleen een herleving en geestelijke vernieuwing verwachten als het Evangelie klinkt.

Indalen

Het Evangelie moet dan wel verbonden worden met het echte, geleefde leven. Dat is ook een belangrijk aspect van het thema geloof en gevoel: het geloof dat indaalt in de existentie van mensen. Voor Keller is dat al jaren zijn zoektocht. Hoe verwoord je de boodschap van de Bijbel zo dat ook moderne seculiere mensen binnen en buiten de kerk aangesproken worden in hun ervaringen, verlangens en tekorten? De vrucht van die zoektocht is te vinden in tal van boeken die hij de laatste jaren over allerlei thema’s publiceerde, zoals: Het huwelijk, Goed werk, Namaakgoden, Aan Gods hand door pijn en lijden en Vergeven.

Algemeen christelijk

Tot slot wil ik nog het katholieke (algemeen christelijke) karakter van Kellers en Pipers theologie noemen. Beiden hebben een originele stijl. Keller was als geen ander in staat om allerlei perspectieven vruchtbaar met elkaar te verbinden en een evenwichtige totaalvisie te formuleren. Piper boeit vooral door zijn enorme passie en zijn consequente focus op God en Zijn eer (God-Centeredness).

Toch is de inhoud van hun theologie en spiritualiteit allesbehalve origineel. Ze geven vooral door wat ze ontvangen hebben in grote christelijke schrijvers zoals Augustinus, Luther, Calvijn, Edwards en Lewis. Wat beide theologen ons over geloven met hoofd en hart meegeven, is vooral Onversneden christendom (Mere Christianity). Maar wel in nieuwe taal. Dat is, denk ik, precies wat we nodig hebben.

ds. M.K. de Wilde
ds. M.K. de Wilde