Waar bent u naar op zoek?

blog

Dood is geen vijand meer

27-02-2012

Onze houding ten opzichte van de dood laat zien hoe we het leven waarderen. En onze invulling van het leven toont hoe we tegen de dood aankijken. Per 1 maart heeft Nederland een levenseindekliniek. Is er een thema waarover het denken tussen niet-gelovigen en zij die van Christus zijn, meer uiteenloopt?

In de gereformeerde Reformatie neemt de leer van de laatste dingen een belangrijke plaats in, al hebben de reformatoren zich uit reactie op de overspannen toekomstverwachting van de dopersen tegelijk voorzichtig en ingetogen geuit. Calvijn heeft het leven op aarde getekend als een wachtpost voor de eeuwigheid. En Luther zong in Wittenberg:

Midden in het leven zijn wij

door de dood omvangen.

Wie is daar die hulp ons biedt,

dat wij troost erlangen?

Ook in de Nadere Reformatie is die levenshouding sterk beklemtoond. De zeventiende-eeuwse predikant Guiljelmus Saldenus noemt de dood ‘de deur van de eeuwigheid, of tot zaligheid, of tot verdoemenis’. Alleen wie godzalig leeft, sterft in de gunst van God. 

Breed is de weg

Het leven is een voorbereiding op de eeuwigheid. Met onze kinderen – als God ons die schonk – zijn we op weg naar de rechterstoel van Christus. Dat besef en de daaruit volgende levensernst stempelden vanouds het christelijke leven. Dat besef betekende dat je als oudere of jongere bepaalde plaatsen niet bezocht, omdat de vraag naar je toekwam: ‘Kun je God ontmoeten als je daar bent (geweest)’? Als kind leerde je dat de lijnen in je handpalm een ‘m’ laten zien – en twee van deze letters betekende memento mori, gedenk te sterven. De bekende poster van de brede en de smalle weg uit 1875 is een treffende illustratie van die levensernst. De vraag is wat het zegt als deze poster onder ons aan bekendheid inboet.

Wat die poster laat zien, is een uitwerking van Jezus’ woorden uit Mattheüs 7, een onderdeel van Zijn praktische onderwijs. ‘Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt.’ De weg naar het leven is een smalle weg, waarop de gelovige in zijn strijd tegen de zonde radicale keuzen maakt. Als het Koninkrijk van God en de gerechtigheid van Christus centraal staan, hoeven we over veel secundaire dingen in ons leven niet meer bezorgd te zijn. Toekomstverwachting gaat dan gepaard met ontspanning over het leven zelf, waarin het onze roeping is in het kleine getrouw te zijn. 

Beklagenswaardig

Wat Jezus leerde, vinden we ook bij Zijn apostelen. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe dat ‘als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gesteld hebben, wij de meest beklagenswaardige van alle mensen zijn’. Het perspectief van het christelijk geloof reikt verder dan dood en graf. Petrus bemoedigt zijn lezers – mensen die vreemdeling in deze wereld geworden zijn – door te schrijven over ‘een onvergankelijke erfenis die in de hemelen bewaard wordt voor u’, een erfenis waar niemand dus bij kan.

                                                                                      ***

Dat is de lijn van de Bijbel, een lijn waarvan de Nederlandse samenleving de afgelopen decennia steeds meer afgeweken is. Het overlijden van een medemens, dat ons stil zet in de drukte van ons eigen bestaan, is langzaam maar zeker uit het openbare en dagelijkse leven verwijderd. In de intieme beslotenheid van een woonhuis, waarvan de luiken of de gordijnen tot de dag van de begrafenis gesloten waren, kwam steeds minder ruimte om de laatste eer aan onze doden te bewijzen. 

Onzichtbaar geworden dood

Tot ver in de twintigste eeuw stierven mensen in Nederland in het bijzijn van familieleden, nog eerder in de aanwezigheid van buren en dorpsgenoten. Omdat mensen gemiddeld op jongere leeftijd overleden, kwamen mensen veel eerder dan tegenwoordig heel concreet met de dood in aanraking. Ook al was reeds in 1825 bij Koninklijk Besluit geregeld dat begraven binnen de bebouwde kom verboden was, veel dorpen wisten deze regels te omzeilen, zodat begraafplaatsen zich in het centrum bevonden, veelal rondom de kerk.

De laatste halve eeuw stierven de meeste mensen in ziekenhuizen en werden ze in rouwcentra opgebaard. Totdat er een gebruik opkwam dat wel getypeerd is als ‘de meest definitieve verbanning van een lijk’, namelijk de crematie. Er wordt gesproken over de onzichtbaar geworden dood. 

Rouwadvertenties

Onderzoekers die studie gemaakt hebben van rouwadvertenties in Nederland signaleren dat God aanvankelijk in veel advertenties ‘Hij, die geen rekenschap geeft van Zijn daden’ genoemd wordt, Hij ‘Die het tijdelijke met het eeuwige doet verwisselen’. Aankondigingen van iemands levenseinde in de kranten zijn een spiegel van de tijd. Dat leert ons ook dat het woord dood vervangen is door overlijden, door inslapen, door heengaan. Iemand schreef vanwege de nu afwezige Schepper: ‘De enige die in de advertenties echt nog dood is gegaan, is God zelf.’

In 1965 vinden we in de Verzamelde gedichten van J.C. Bloem een vers dat aangeeft wat ‘ons verwarde bestaan’ ten diepste is.

Niet te verzoenen is het leven.

Ten einde is dit wellicht nog ’t meest:

te kunnen zeggen: het is even

tussen twee stilten luid geweest.

Stilte, voor ons leven en na onze dood. Want er was niets en er komt niets. Een vijand is de dood dan niet meer. Rekenschap van zijn daden hoeft de mens dan niet te geven, en een vrolijke, uitbundige levenshouding is het gevolg. 

Kliniek

Laten we ons goed realiseren dat als het evangelie ons bestaan geen richting geeft en ons bij de aftakeling van het leven geen perspectief biedt, het begrijpelijk is dat mensen het leven moe zijn. Eenzaamheid en depressiviteit tekenen de toekomst dan als zwart. Vanwege chronische en vooral hevige pijn kan een kind van God zeggen in te voelen dat iemand om zijn levenseinde vraagt – al weet hij of zij tegelijk dat alleen God over het leven gaat. De komst van een levenseindekliniek raakt daarom heel de samenleving, ook ons, die de ander blijkbaar geen leven met hoop konden aanreiken.

Tegelijk is het een aangrijpend kenmerk van onze cultuur dat mensen de dood gaan verkiezen boven het leven. Behalve de abortusarts kent Nederland ook de SCEN-arts, iemand die opgeleid is voor de Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. ‘Wat doe jij voor werk? Ik ben SCEN-arts, onafhankelijk consulent bij een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding.’ Zulke gesprekjes kunnen in ons land voorkomen. 

Prediking

Het is goed ons te realiseren dat het veranderde denken over de dood in onze samenleving de christelijke gemeente raakt. Rouwgebruiken hebben minder een plaats, rouwkleding wordt minder gedragen. Belangrijker, het lijkt me dat de dood en het oordeel in de prediking minder dan in vroegere tijden een plaats hebben – al is deze uitspraak generaliserend.

Saldenus riep zijn hoorders op ‘dikwijls en met een bewogen hart aan het onvermijdelijke van onze dood te denken’. Zijn conclusie was dat ziekte en het oog in oog gestaan hebben met de dood, vaak weinig uitgewerkt hebben. 

Middelaar

Als de prediking iets aan de orde mag stellen, is dat het leven en de dood. Zijn uitleg van 1 Korinthe 15 begint prof. Van Ruler met de opmerking dat de overwinning over de dood een van de kernen van het evangelie van de apostelen is. ‘Wij kunnen ons er weinig bij voorstellen. Het verstand kan er niet bij. Erger is: het hart wil er niet aan. We kunnen maar één ding doen: de woorden van het Nieuwe Testament op ons af laten komen.’

Die woorden spreken over de dood van de testamentmaker, over de Middelaar van het nieuwe verbond, door Wie, ‘nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen’ (Hebr. 9). Christus de dood, Zijn kind het leven – ook al is het leven een gestadige dood, een voortdurend sterven. Hier scheiden de wegen: een doodswens voor mensen in een levenseindekliniek, een begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn (Fil.1:23) voor allen die Paulus naspreken.

P.J. Vergunst