Waar bent u naar op zoek?

blog

Drie wonderen

13-12-2016

Mijn vrouw en ik liepen eens in Jeruzalem, terwijl er een jongetje naar ons stond te kijken. Zo’n mooi Joods jongetje met donkere ogen en gitzwart haar. Ineens klonk de stem van zijn moeder: ‘Immanuel, kom je?’ Het jongetje rende weg, naar zijn moeder toe.

Ooit liep er ook een Jongetje in Nazareth met diezelfde naam: Immanuel. Een naam die Hem al eeuwen eerder was gegeven in de profetie van Jesaja. Het is onze Heere Jezus, Wiens komst in de wereld wij gaan vieren. Het is een van de namen die Hij kreeg, toen Hij werd geboren.

In dit artikel denken we na over de betekenis van Zijn namen. In die namen zien we het wonder van het kerstfeest schitteren. Het doel ervan vertolken de Dordtse Leerregels (I.4): de Zaligmaker met een waarachtig en levend geloof omhelzen. Ja, dan is het kerstfeest.

Betekenis

Het is bekend dat namen in de Bijbel vaak een betekenis hebben, veel meer dan bij ons. Soms is het een mooie betekenis, zoals Samuel: van de Heere gebeden. Soms is het ook anders, zoals Mara, de naam waarmee Naomi zichzelf noemde: bitterheid.

In Exodus 3:14 lezen we dat God Zichzelf een Naam geeft: Ik ben die Ik ben, vertaald met HEERE. Die Naam betekent: Ik ben erbij, Ik ben met je. Eigenlijk bevindt die Naam zich heel dicht bij de Naam Immanuel. Want die naam betekent: God met ons. Je kunt zeggen: omdat God Zichzelf HEERE noemt, mag Jesaja van de komende Messias zeggen: zie de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven (7:14).

Maar deze Zoon heeft ook die andere naam, die ons zo lief geworden is, de naam Jezus. En dan voegt de Bijbel er nog een derde naam aan toe, de naam Christus. 

Stralenkrans

Deze drie zijn echter niet de enige namen van het Kind van Bethlehem. Er bestaat een stralenkrans van namen. Ik denk aan de namen uit Jesaja 9:5: Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Of aan de naam Leraar (Joël 2:23) of aan namen als Zoon des mensen, Meester (Rabbi, Rabouni), Zoon van David, Woord van God. En dan zijn er nog al die metaforen, zoals Lam van God, Herder, Wijnstok, Hoeksteen en Bruidegom.

In de belijdenis van de Vroege kerk heet Hij Jezus Christus, Gods enige Zoon, onze Heere (Apostolicum), Heere Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God (Nicea), onze Heere Jezus Christus, Zoon van God (Athanasius). Uit al die namen en metaforen kiezen we er drie uit: Immanuel, Jezus en Christus. Elk van deze drie namen bezingt een wonder. 

Immanuel

Toen Jozef het heilig Kind van Maria een naam moest geven, had de engel in een droom tegen hem gezegd: u zult Hem de naam Immanuel geven, dat betekent God met ons (Matt.1:23). Die naam is zo ongedacht dat je van een compleet wonder kunt spreken.

Stel je voor: God mét ons, en dat ná Genesis 3, ná de dag waarop we God hebben afgezworen. Dat hebben we geweten. Het is uit met de liefde van God voor ons. De breuk komt nooit meer goed en het is volkomen verdiend. Maar dan vertelt artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis van het wonder dat God ons opzocht. God daalde af in onze diepe verlorenheid. God kwam steeds dichterbij en greep ons vast. Toen heeft Hij ons niet gedaan naar onze zonden, maar Zijn arm om ons heen geslagen. In Zijn onbegrijpelijke liefde heeft Hij tegen ons gezegd: Ik beloof jullie dat Ik jullie zal verlossen van jullie zelfgekozen ondergang.

Maar hoe doet God dat? Door in Zijn Zoon Zelf mens te worden en de plaats in te nemen van ons, schuldige en verloren mensen. Dat herdenken we als een wonder op het kerstfeest. God ging in onze plaats staan en droeg Zelf de schuld die wij verdienen. Dat is het wonder in de naam Immanuel.

O kom, o kom Immanuel,

verlos uw volk, uw Israël,

herstel het van ellende weer,

zodat het looft uw naam, o Heer.

Weest blij, weest blij, o Israël!

Hij is nabij, Immanuel!

Jezus

De eerste Naam brengt ons bij de tweede Naam: Jezus. Daarmee zijn we bij het tweede wonder. Heel expliciet krijgt zowel Jozef als Maria de opdracht om het Kind van Maria Jezus te noemen. Bij de besnijdenis op de achtste dag heeft Jozef die Naam dan ook uitgeroepen (Matt.1:25 en Luk.2:21). Jezus of Josua of Jehosjua betekent: de Heere redt. Gods Zoon heet dus Jezus, omdat Hij Jezus is.

We kunnen de betekenis van die naam niet beter weergeven dan de Heidelbergse Catechismus dat doet in zondag 11: ‘Hij maakt ons zalig en verlost ons van al onze zonden. Bij niemand anders is daarom enige zaligheid te zoeken of te vinden.’

Wat is die naam ons vertrouwd uit de evangeliën. Ik noem een paar voorbeelden. Zijn naam wordt verbonden met liefde voor het kleine kind (Matt.18:5), met het ontvangen van het eeuwige leven (Hand.3:16), met het wonder dat de redding ook voor heidenen is (Matt.12:21, Luk.24:47) en met het wonder van ons bidden als de intieme relatie met God (Joh.16:23).

Ook de keus voor Hem, met alle gevolgen van dien in de wereld, zoals haat van de wereld (Matt.10:22) houdt er verband mee. Het meest indringend is Zijn naam verbonden met Zijn kruis, waarop staat geschreven: Jezus, de Koning der Joden (Matt.27:37). Jezus, Hij redt van zonden, schuld en oordeel en is daarmee voor ons de open poort naar de naam Immanuel.

Jezus. Hoe eenvoudig is die naam. Kleine kinderen kunnen die naam al uitspreken. Verstandelijk gehandicapten kunnen het. Demente bejaarden kunnen het. Stervenden fluisteren die naam. Jezus, een naam van vijf letters. In die vijf letters zingt het hele alfabet van Gods zondaarsliefde.

O Jezus, hoe vertrouwd en goed

klinkt mij Uw naam in ’t oor,

Uw naam die mij geloven doet:

Gij gaat mij reddend voor.

 

O Jezus, hoe vertrouwd en goed

klinkt mij Uw naam in ’t oor,

als ik van alles scheiden moet

gaat nog die naam mij voor.

Christus

De derde naam van onze Heiland is Christus, de Griekse vertaling van Messias, Gezalfde. Het is Zijn ambtsnaam. Als we ons afvragen hoe Jezus het kruis kan verdragen en de dood kan overwinnen en ons daardoor verzoening en eeuwig leven geven, dan is het antwoord: door de zalving met de Heilige Geest. Zo wordt de naam Christus de naam van het derde wonder.

De engel in de kerstnacht noemt heel specifiek die naam: Hij heet Christus, de Heere (Luk.2:11). Jezus is de beloofde Messias, de Gezalfde met de Heilige Geest. Jesaja profeteerde daarover van de Knecht des Heeren: De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft. (61:1) In de synagoge van Nazareth zegt Jezus: ‘Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.’ (Luk.4:21) Simon Petrus belijdt deze naam in het openbaar: U bent de Christus, de Zoon van de levende God (Matt.16:16), nadat de Samaritaanse vrouw al eerder had beleden: is deze niet de Christus? (Joh.4:29)

O grote Christus, eeuwig licht,

niets is bedekt voor Uw gezicht.

Die ons bestraalt waar wij ook gaan,

al schijnt geen zon, al licht geen maan.

Laten we in het geloof zeggen: Mijn Immanuel, mijn Jezus, mijn Christus.

Dr. W. Verboom

Dr. W. Verboom uit Harderwijk is emeritus hoogleraar ‘Geschiedenis van het gereformeerd protestantisme’.