Waar bent u naar op zoek?

Een bemoediging

dr. R.W. de Koeijer
Door: dr. R.W. de Koeijer
23-09-2021

Gelukkig ligt volharding in het geloof veilig en vast bij God. Als het christenleven namelijk geen genade zou zijn, was het absoluut een verloren zaak. Wie kan dan ooit zalig worden?

Daarom hoort volharding helemaal bij de troost van het Evangelie: de Heere brengt niet alleen tot geloof, Hij houdt de Zijnen daarna ook vast. De Schrift wijst erop dat volharding Gods gave is, voluit genade.

Vrucht van de Geest

We zien dit in Handelingen 2. Eerst komt de uitstorting van de Heilige Geest aan de orde en daarna lezen we als kenmerk van de jonge christelijke gemeente: ‘En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.’ (vs.42) Dit gebeurde dus als vrucht van de Pinkstergeest.

Met name de Hebreeënbrief stelt volharding nadrukkelijk aan de orde. Voor de lezers bestond kennelijk de dreiging om terug te vallen in Joodse ceremoniën en het zicht op de unieke betekenis van Jezus Christus te verliezen. Daarom komen Christus’ Persoon en werk in deze brief zo uitvoerig naar voren: Zijn aanstelling als Zoon, waardoor Hij hoger is dan de engelen (hfdst.1), Zijn menswording, lijden en verzoening (hfdst.2) en Zijn Hogepriesterschap volgens de eeuwigdurende orde van Melchizedek (hfdst.7-10). De doorlopende boodschap is dan ook dat het heil alleen in Christus is te vinden.

Heilswerk van Christus

Volharding is in de Hebreeënbrief dan ook een gave die rust op het heilswerk van Christus op aarde en in de hemel. Dit houdt drie dingen in. Ten eerste garandeert Christus het behoud van de Zijnen door Zijn ene offer aan het kruis, als vervulling van de oudtestamentische priesterdienst. Vergeving en vernieuwing zijn voor alle gelovigen een levende werkelijkheid op basis van Zijn eenmalige offer. Dit offer opent ook de toegang tot de troon van de genade en biedt de zekerheid van hulp en verhoring.

In de tweede plaats rust volharding op Christus’ voorbede in de hemel. Een rijke tekst in dit verband is Hebreeën 7:24-25: ‘maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.’ Christus’ eeuwige hogepriesterschap in de hemel garandeert het ‘volkomen zalig maken’.

Dit kan betekenen dat vergeving en vernieuwing dankzij het offer en de voorbede van Christus een vaste en eeuwige rechtsgrond hebben. Toch lijkt de uitdrukking vooral te slaan op de toekomst. ‘Volkomen zalig maken’ houdt dan in dat God volharding geeft en uiteindelijk thuisbrengt – om beelden van de brief te gebruiken – in de volmaakte sabbatsrust (4:9) en in de eeuwige stad (11:10).

Het grote Voorbeeld

Ten derde heeft volharding ook te maken met Jezus als Voorbeeld. Aan het begin van Hebreeën 12 wordt de opwekking om te volharden verbeeld aan de hand van een hardloopwedstrijd. De lezers moeten het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. De schrijver verkondigt Jezus hier als Verlosser, maar tegelijk als het grote Voorbeeld van volharding, want Hij heeft onder druk, lijden, schande en kruis de loopbaan tot het einde toe gelopen. Nauw met dit verlossingswerk verbonden zijn Gods trouw en de beloften van het nieuwe verbond, zoals een kerntekst uit de brief verwoordt: ‘Laten we de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.’ (10:23) Je kunt dus alleen volhouden door het oog op Jezus gericht te houden.

Gods trouw

Volharding als Gods gave vinden we ook in onze gereformeerde belijdenis. In het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leeregels klinkt de belijdenis dat gelovigen niet in eigen kracht kunnen volhouden op de geloofsweg, maar alleen dankzij Gods verkiezende liefde, de verzoening door Christus en de inwoning van de Heilige Geest. Hoewel gelovigen zwak zijn en in zonde kunnen vallen, zullen ze niet verloren gaan. De verkiezende God is immers zo trouw dat Hij Zijn gelovigen tot het einde toe bewaart.

Paragraaf 3 verwoordt het zo:

Deze genade biedt zekerheid en troost, zoals paragraaf 15 belijdt:

De wetenschap dat de Heere ondanks alles Zijn werk afmaakt, roept innige liefde op, verwondering en ontroering. Volharding als Gods gave en belofte biedt immers zekerheid en is daarom vol bemoediging.

Hoop en moed

Volharding staat in nauwe verbinding met hoop en moed. In de Tweede Korinthebrief spreekt Paulus openhartig over zaken die hem moedeloos kunnen maken: met name de kritiek van dwaalleraars en gemeenteleden, maar eveneens de verdrukkingen die hem zijn overkomen en die hij steeds uitvoeriger verwoordt (4:7-12; 6:8-10; 11:23-28). Tegelijk getuigt hij echter van zijn hoop op Gods toekomst, zoals een kerntekst uit de brief verwoordt: ‘Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.’ (5:1) Hij verlangt zelfs vurig naar deze toekomst, waarin hij op Gods tijd zal binnengaan. Deze hoop heeft hem moed gegeven, zoals hij in de hoofdstukken 4 en 5 verschillende keren aangeeft met de woorden: ‘Daarom verliezen wij de moed niet.’ (4:1,16) Of met ‘Wij hebben dus altijd goede moed.’ (5:6) Omdat Paulus weet dat hij Gods toekomst zal binnengaan, blijft hij volhouden in zijn apostolische dienst.

Geestelijk uithoudingsvermogen

Toch lijken allerlei verdrukkingen de volharding in de weg te staan. De eindtijd zal steeds meer gekenmerkt worden door tegenstand en vervolging. En wat kun je persoonlijk meemaken aan moeite? Romeinen 5 werpt helder licht op de verhouding tussen verdrukking en volharding. Het hoofdstuk begint met de vrede door het geloof in de Heere Jezus Christus: ‘Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.’ De lijn van het hoofdstuk is: als je gerechtvaardigd bent, sta je in de goede verhouding tot God en komt het voor eeuwig goed.

Verdrukkingen staan deze toekomst niet in de weg, maar krijgen juist een plaats binnen het overkoepelende raamwerk van Gods genade: ‘En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.’ (vs.3) Blijkbaar is het zo dat verdrukkingen het geestelijke uithoudingsvermogen bevorderen. In de verdrukking leer je immers pas echt wat het betekent om te blijven geloven, zoals je bij vervolgde christenen kunt zien. Maar je kunt het ook horen in de gemeente, van gelovigen die juist in de moeite hebben ervaren dat de Heere betrouwbaar is en dwars door alles heen vasthoudt. Deze ervaring brengt niet alleen hoop voor de toekomst, maar ook roem in God in het heden.

Pastorale troost

De anglicaanse bisschop J.C. Ryle (1816-1900) wijst in het laatste hoofdstuk van zijn boek Old Paths op de pastorale troost van de leer van de volharding als gave van God. Hij zegt onder andere: ‘Zou je volmaakte vrede willen hebben in dit leven? Houd dan de leer van de volharding vast. Je kunt vele en grote beproevingen hebben. Je kruis kan erg zwaar zijn, maar alle dingen werken mee voor je goed. Vanuit welke richting de stormen ook waaien, ze drijven je alleen maar dichter naar de haven toe.

Zou je een sterke troost willen bezitten in dagen van ziekte? Houd dan de leer van de volharding vast. Denk eraan dat als de pinnen van deze aardse tent stuk voor stuk losser beginnen te raken, niets de eenheid met Christus kan breken. Zou je volle zekerheid willen hebben van de hoop in het uur van je dood? Houd dan de leer van de volharding vast. Artsen mogen je dan hebben opgegeven, vrienden mogen dan niet meer kunnen helpen, maar Gods liefde zal je niet verlaten. Als je in Christus bent, zul je nooit worden verlaten. Jezus zal je bijstaan. Satan zal je geen kwaad kunnen doen. De dood zal je niet kunnen scheiden van de eeuwige liefde van God in Christus. Je zult nooit verloren gaan.’


Vanwege deze overblijfselen van de zonde die in hen woont, en ook vanwege de aanvechtingen van de wereld en de satan, zouden de bekeerden niet kunnen volharden in de genade, als zij aan hun eigen krachten werden overgelaten. Maar God is getrouw, Die hen in de genade die hun eenmaal gegeven is, door Zijn barmhartigheid bevestigt en tot het einde toe met kracht bewaart.


Deze leer van de volharding van de ware gelovigen en heiligen, en van de zekerheid daarvan (…) wordt weliswaar door het vlees niet begrepen en door de satan gehaat, door de wereld bespot, door de onervarenen en huichelaars misbruikt en door dwaalgeesten bestreden, maar de bruid van Christus heeft haar altijd als een onwaardeerbare schat innig liefgehad en standvastig verdedigd.

dr. R.W. de Koeijer
dr. R.W. de Koeijer