Waar bent u naar op zoek?

Een geladen begrip

Dr. R.W. de Koeijer
Door: Dr. R.W. de Koeijer
08-09-2022

Het woord bekering is een geladen begrip want het heeft een geschiedenis. Vroeger sprak men over ‘bekeerde mensen’. Bekeerd-zijn kan dan een bijzondere en moeilijk bereikbare positie worden. Hoe weet je eigenlijk dat je bekeerd bent?

Wat verlies je als de notie van bekering vervaagt of zelfs verdwijnt? Dat is de terugkerende vraag. Een antwoord is: je verliest je geloofszekerheid. Dat klinkt vreemd, want wat heeft bekering met geloofszekerheid te maken? Het antwoord heeft uitleg nodig.

Op de vraag hoe je weet dat je bekeerd bent, kun je verschillende antwoorden geven. Je bent bekeerd als je schuldbewust bent en je zonden voor God hebt beleden, want dit betekent ook een breuk met je oude leven. Een ander antwoord is: je bent bekeerd als je tot overgave aan de Heere Jezus als Verlosser bent gekomen. Met zulke antwoorden verbind je bekering met berouw en geloof. Ze zouden voldoende moeten zijn.

Toch kunnen ze hooggegrepen zijn als je geloofszekerheid een kwetsbaar punt is. Want hoe weet je of je berouw en je geloof echt zijn? Daarom kun je ook een ander antwoord geven: je bent bekeerd als je ermee bezig bent. Hier gaat het over de geloofspraktijk van de dagelijkse bekering. Deze herken je als je verlangt om toegewijd aan God te leven en tegelijk last hebt van allerlei tekorten.

Dagelijkse bekering

Dagelijkse bekering komt ter sprake in zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus:

Zondag 33 staat in het stuk van de dankbaarheid en dus in het christenleven. De bijbelse beelden van sterven en opstaan geven aan dat bekering een levenslang proces is met een binnenkant en een buitenkant. De binnenkant houdt in dat berouw over de zonde en een afkeer ervan samengaan met vreugde in God en verlangen om Zijn wil te doen. Deze innerlijke houding is bepalend voor de buitenkant, want hieruit komen allerlei concrete dagelijkse keuzes en beslissingen op. Wie zich in dit proces van sterven en opstaan herkent, mag zeker weten dat hij bekeerd is, maar weet tegelijk dat bekering elke dag nodig is.

Genade

Opvallend is ook dat dagelijkse bekering een ‘evangelische sfeer’ ademt. Zeker, je hebt innerlijke pijn over dagelijkse zonden en soms concrete misstappen. Zeker, je beseft dat je Gods toorn verdient en niet Zijn genade. Tegelijk ken je iets van de blijdschap over Gods genade, want je ziet steeds meer de rijkdom van Christus’ verlossingswerk. De evangelische sfeer houdt in dat berouw en schuldbelijdenis optreden in een liefdesrelatie, waardoor ze bijna een ‘zoete smaak’ krijgen. Dat klinkt nogal positief. Toch raak je juist in de teleurstelling over je toewijding aan Christus steeds meer verwonderd over Zijn genade. En dit maakt de liefde en de blijdschap groter. Op deze manier draagt de herkenning van dagelijkse bekering bij aan de geloofszekerheid.

Je naaste

Het verlies van bekering heeft ook grote gevolgen voor de omgang met je naaste. Want wat gebeurt er als je de nederigheid – de innerlijke kant van bekering – mist? Het Evangelie geeft hiervan een indringend voorbeeld. Ondanks al hun godsdienst wordt het leven van de Farizeeën ernstig vertroebeld door hun hoogmoed. Daarom minachten ze met name hoeren en tollenaars. De gelijkenissen van de verloren zoon alsook die van de Farizeeër en de tollenaar laten deze hoogmoed indringend zien. De oudste zoon kijkt op zijn jongere broer neer als deze thuis een warm welkom krijgt. De Farizeeër in de tempel voelt zich niet alleen goed voor God, maar ook veel beter dan de tollenaar. Bekering betekent de doodssteek voor deze menselijke hoogmoed: je beseft dat je Gods genade net zo goed als de ander nodig hebt. Op deze manier leer je naast de ander te staan. Bekering maakt je ook vergevingsgezind. Kan de misstap van een ander ook niet in je eigen leven plaatsvinden? Waarom zou je hiervoor immuun zijn? Vergevingsgezindheid verkondigt iets in een samenleving die steeds sterker staat op recht en vergelding. Die in een proces van verharding en verkilling is gekomen. De vergeving van de ander geeft echter een verrassend nieuw begin en is een verwijzing naar Gods barmhartigheid. Hij doet ons niet naar onze zonden… (Ps.103).

Bekering leert je ook om de gaven van een ander te waarderen. Ongezonde concurrentie heeft al veel vertroebeld en verzuurd. Maar waarom zou je meer gaven hebben gekregen dan een ander? Alles is genade en onverdiend. Als je nederig leeft, zoek je juist het heil van je naaste en daarbij hoort ook waardering. Zo heeft bekering een verrassend missionaire spits.

Zelfbedrog

Bekering is heilzaam voor het goede zicht op jezelf. Ik wil nog een keer wijzen op het voorbeeld van de Farizeeën. Jezus illustreert hun hoogmoedige houding indirect met het beeld van de dokter (Luk.5:31- 32). Omdat de Farizeeën denken dat ze niet ziek zijn, lijden ze aan ernstig zelfbedrog of hypocrisie. Wat missen ze? Ze kennen geen berouw en daarom hebben ze Gods genade niet nodig. Een belangrijke reden van hun ergernis over Jezus’ optreden is dan ook Zijn ontdekkende boodschap aan hun adres. Als bekering ontbreekt, is geestelijk zelfbedrog dus een ernstig gevaar. Je belijdt dat je christen bent en je getuigt van Gods genade, maar intussen mis je het leven met Hem.

Hoe herken je dit bedrog? Als je innerlijke kenmerken mist, zoals de verwondering over Gods genade, de strijd tegen verkeerde verlangens of de blijdschap in Christus. Als je een levensstijl mist van toewijding aan God en je naaste, terwijl je zondige gewoonten of praktijken verzacht. De apostelen Jakobus en Johannes stellen zelfbedrog in de gemeente aan de orde. Jakobus waarschuwt voor ‘christenen’ die vol zijn van geld, de armen voorbijgaan en hoogmoedig handel drijven zonder te beseffen dat ze kwetsbaar zijn (Jak.2:1-13; 4:13-17; 5:1-6). Johannes schrijft over ‘gelovigen’ die belijden in het licht te wandelen, maar intussen oppervlakkig over de zonde denken en liefdeloos met hun medegemeenteleden omgaan (1 Joh.1:7-10; 3:17).

De prediking

Bekering raakt ook de prediking, want met name via dit middel brengt God deze geestelijke verandering tot stand. Denk nog een keer aan de opdracht die Jezus Zijn discipelen meegaf: de verkondiging van bekering en vergeving van zonden, te beginnen in Jeruzalem. Maar hoe ziet deze prediking van bekering eruit? Twee voorbeelden laten dit zien. In zijn pinksterpreek legt Petrus de zonde van zijn hoorders open: ze hebben Christus gekruisigd en staan dus schuldig aan Zijn dood. Na deze ontdekkende spits roept hij op tot bekering (Hand.2:36,38). Hetzelfde gebeurt een hoofdstuk later. Petrus verkondigt opnieuw ontdekkend dat zijn hoorders schuldig staan aan Jezus’ dood, waarna hij hen oproept tot bekering (3:13-21). In dit laatstgenoemde gedeelte zet de apostel zijn oproep kracht bij door te verkondigen dat ongehoorzaamheid zal leiden tot de ondergang (vs.22,23).

In het licht van deze voorbeelden heeft de prediking van bekering een ontdekkende en appellerende kant. Volgens de Amerikaanse predikant-auteur Tim Keller moet dit concreet gebeuren door de belangrijkste afgoden van onze tijd – geld, seks en macht – te ontmaskeren. Zo wordt duidelijk dat we zondaars zijn die egocentrisch leven en daarmee God beslissend tekortdoen.

Ontdekkend is ook dat we op deze manier medeschuldig staan aan de dood van Christus. Tegen deze donkere achtergrond klinkt de opwekking om naar Hem toe te gaan en tegelijk om de zonde los te laten. Er is ook een nauwe samenhang tussen bekering en geloof in Christus: alleen wie Christus vindt, breekt met het kwaad, terwijl overgave aan Hem pas echt doorbreekt wanneer je de zonde vaarwel zegt. Als bekering vervaagt of zelfs verdwijnt, zal de prediking niet langer de klop op de deur van het hart betekenen. Hoorders zullen er niet langer meer van onder de indruk raken. Dan zijn we veel kwijt.

Herkenningsteken

We raken dus veel kwijt als bekering naar de achtergrond verdwijnt. Bekend zijn de woorden van William Booth (1829-1912), de stichter van het Leger des Heils, dat het grootste gevaar van de twintigste eeuw zou zijn: ‘een religie zonder de Heilige Geest, een christendom zonder Christus, vergeving zonder bekering, verlossing zonder wedergeboorte, en een hemel zonder een hel’.

Inmiddels zijn we verder in de tijd. Bekering is een van de hoofdonderdelen van Gods verlossing van mensen. Ze laat zien dat de Heilige Geest geen half werk doet. Hij verandert niet alleen je positie voor God, maar eveneens je leven. Toch maakt bekering ook helder dat het christenleven gebroken is, doordat de zonde blijft. Maar straks breekt de volmaakte verlossing aan en is het kwaad voorgoed verleden tijd. Tot die tijd is bekering een belangrijk teken dat je met alle gelovigen naar die volmaaktheid op weg bent.


Vraag 88. In hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering van de mens?

In twee stukken: in de afsterving van de oude en in de opstanding van de nieuwe mens.

Vraag 89. Wat is de afsterving van de oude mens? Het is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en die hoe langer hoe meer haten en ontvluchten.

Vraag 90. Wat is de opstanding van de nieuwe mens?

Het is een hartelijke vreugde in God door Christus, en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven.


Gespreksvragen

1. Ben je zeker van je bekering? Of vind je dit een moeilijke vraag? Hoe helpt zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus je?

2. Hoe komt de uitspraak van William Booth op je over? Vind je dat hij gelijk heeft (gekregen)?

Dr. R.W. de Koeijer
Dr. R.W. de Koeijer