Waar bent u naar op zoek?

Een protestantse kijk op euthanasie

P.J. Vergunst
Door: P.J. Vergunst
18-11-2021

Groter dan de meeste christenen aannemen, is de rol die protestanten gespeeld hebben in de acceptatie van euthanasie in ons land. Dat opvallende gegeven bleek tijdens de tweedaagse vergadering van de synode van de Protestantse Kerk, vorige week in de Utrechtse Jaarbeurs.

Met inbreng van de theoloog dr. Wessel ten Boom sprak de synode eerder over lichamelijkheid, met inbreng van FNV-bestuurder Agnes Jongerius werd nagedacht over wij en ons werk, in de ethische bezinning in de synode was nu het woord aan prof. Theo Boer, hoogleraar Ethiek van de gezondheidszorg aan de Protestantse Theologische Universiteit. Het is goed dat de synode een complex thema als euthanasie niet schuwt en in de bezinning zoekt naar de eigen stem van het Evangelie.

Overigens, eerder dit jaar besloot het bestuur van de Gereformeerde Bond om samen met de werkgroep ‘Pastoraat en gezondheidszorg’ van de kerk in het komende voorjaar voor predikanten een studiedag over ‘Pastoraat rond het levenseinde’ te beleggen, om te midden van alle maatschappelijke ontwikkelingen de opdracht en roeping van het pastoraat helder te hebben. ‘Rond het levenseinde’ is overigens iets heel anders dan ‘Rond levensbeëindiging’.

Grensoverschrijdend

Voor Nederland anno 2021 is euthanasie vanzelfsprekend geworden, de directe doodsoorzaak voor een op de zeven mensen. Een aangrijpend gegeven is dat, als we het geestelijke gehalte van een samenleving aflezen aan hoe omgegaan wordt met het levensbegin en het levenseinde. Een halve eeuw geleden werd er om actieve levensbeëindiging gevraagd om ‘een vreselijk sterven’ te voorkomen – de tijd dat pijnbestrijding niet realiseerde wat vandaag wel mogelijk is –, terwijl als motief vandaag met name ‘een vreselijk leven’ genoemd wordt. Aan gevorderde dementie, een stapeling van ouderdomsklachten, psychische problemen, eenzaamheid of een voltooid leven wordt dan gedacht.

Nog altijd staat euthanasie overigens in het Wetboek van Strafrecht. Prof. Boer noemde hulp bij zelfdoding een grensoverschrijdende handeling, zowel medisch, emotioneel, juridisch, wijsgerig als politiek. Toch bevatte zijn lezing geen pleidooi om euthanasie terug te draaien, omdat ze een politieke realiteit is, een democratisch besluit dat de kerk respecteren moet. Ik vond het opvallend dat in het gesprek met de synodeleden dit punt geen aandacht kreeg.

Gods gaven

Ondertussen kwam de focus van prof. Boer in zijn lezing dicht bij ieders leven: niet of euthanasie mag of niet, maar of ze bij ons christenen past. Dat raakt aan mijn levenslust en mijn stervenskunst, thema’s die in de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie veel aandacht kregen. Het betekent vandaag, in lijn met theologen als Barth en Bonhoeffer, het accent op wat God geeft, op het leven, op Zijn genade, zodat een christen niet moet wíllen doden. Meer woorden aan het ‘Gij zult niet doden’ geeft de PThU-hoogleraar wel in zijn boekje Eind goed. Een protestantse kijk op euthanasie in Nederland, dat op de synodedag verscheen. Bij de aandacht voor het zesde gebod blijft het ‘hoekige’ van het verbod om te doden staan, zodat ‘voor een christen euthanasie nooit tot een normale optie zal kunnen worden’, aldus prof. Boer. Wegkijken van de realiteit van de tragiek van mensenlevens doen we daarmee niet – zoals hier bij andere geboden (echtscheiding) evenmin sprake van is.

Protestantse insteek

De lezing van prof. Boer is te waardevol om niet in een kerkenraad te bespreken. Ik leerde eruit dat het motorblok van de Nederlandse euthanasiebeweging vooral bestond uit het liberale smaldeel van het protestantisme, niet het minst ook de media: NCRV, IKON, dagblad Trouw. Het motief daarvoor was barmhartigheid naar ernstig lijdenden. Ook de hervormde synode kwam, in 1972, met een rapport dat opvallend open ten aanzien van euthanasie was. Omdat barmhartigheid het motief was, zijn protestanten de jaren erna minder enthousiast over euthanasie geworden. Stond in 1970 38 procent van hen achter euthanasie, in 2018 was dit 24 procent. De reden? Omdat er medisch gezien steeds minder noodzaak toe was, de bestrijding van pijn sinds de jaren negentig een hoge vlucht nam. ‘Als er één periode in de geschiedenis bestaat waarin euthanasie minder nodig is om ons voor een vreselijk overlijden te behoeden, dan wel nu.’ Het motief van barmhartigheid maakte plaats voor het motief van de zelfbeschikking.

Nabijheid en wijsheid

Met het oog op pastoraat én diaconaat is bespreking van de lezing van prof. Boer in onze kerkenraden belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan deze zin: ‘Een euthanasieverzoek is een vraag om nabijheid en wijsheid.’ Met elkaar mogen we leren zien dat een ‘actieve doodswens’ veelal voortkomt uit lijden aan het léven, een ernstige autistische stoornis, diepe eenzaamheid, gebrek aan zingeving.

Het antwoord voor de christen vindt prof. Boer in de christelijke hoop, waarbij 2 Korinthe 4:16 dit concreet maakt: ‘Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd.’ ‘Revolutionair’ noemde hij deze tekst, omdat ze haaks staat op de werkelijkheid. Dag aan dag met Christus leven, daarom gaat het. Illustratief is het gebed van een Duitse predikant die dit elke avond bad, een gebed om ‘eine gute Nacht und ein heiliges Ende’. Zo staat elke levensdag in het teken van het sterven.

Alertheid

Wat hier ook vermeld moet worden, is het woord dat een Amerikaanse presbyteriaan (John Sutherland Bonnell) al in 1951 sprak, namelijk dat ‘ieder weldenkend mens moet beseffen dat als euthanasie eenmaal erkend is, de toepassing ervan uitgebreid zal worden tot nieuwe groepen’. Daarom riep prof. Boer op tot alertheid.

Die alertheid betreft niet alleen morele verschuivingen ten aanzien van de waarde van een mensenleven, die alertheid raakt in de kerk ook het omzien naar elkaar. Laten we daarin verder kijken dan de vrolijke buitenkant van onze naasten, de Facebookpresentatie. Op de dag dat prof. Boer zijn bijdrage in de synode hield, meldde de NOS dat studenten lijden onder de enorme prestatiedruk en dat 26 procent (!) van hen er weleens aan gedacht heeft liever dood te zijn. Het stelt de vraag naar de cultuur die we samen geschapen hebben.

Belangrijk was het appèl dat diaken ds. A. Rijken- Hoevens uit Veenendaal in de bespreking van de lezing deed: ‘Ik zie in het pastoraat het uiteenvallen van de generaties, waardoor we kwijtraken dat ouderen iets te vertellen hebben. Onlangs heb ik bij een stervende gewaakt, omdat de kinderen het vertikten.’


Beheer en beleid

Omdat de financiën pastoraat en diaconaat mogelijk maken, was ook de synodebespreking van de vermogensrechtelijke ontwikkelingen in de gemeente een geestelijke zaak. Tweejaarlijks rapporteert het Generaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB) aan de synode. Dit college draagt er zorg voor dat het financieel beheer en beleid van de gemeenten aan minimale eisen voldoet en streeft ernaar het toezicht zo uniform mogelijk te maken.

Bevoogding van bovenaf door de landelijke kerk? Nee, dat lijkt me niet. Nadrukkelijk is het uitgangspunt dat de gemeente/diaconie zelf verantwoordelijk is voor haar beheer en beleid. Toezicht is – zeker in een tijd van krimp – wezenlijk om tijdig te signaleren of zelfs te waarschuwen, om proactief leiding te geven. De gemeente zelf moet inzicht hebben in de omvang van haar vermogen, in de noodzakelijke buffer met het oog op continuïteit. Veel onttrekt zich immers aan de waarneming van derden. Neem het feit dat er vijfhonderd gemeenten/diaconieën met een begraafplaats zijn, dat honderd hiervan zich onvoldoende bewust zijn van de risico’s.

Bestuurskracht

Voorzitter Wim Oosterom van het GCBB erkende dat de communicatie over het toezicht belangrijk is én beter moet. Op een vraag van ouderling-kerkrentmeester R. Vlot uit Hardinxveld-Giessendam waarom er weerstand is tegen het publiceren van het werkzaam vermogen, antwoordde hij dat kerkenraden denken dat dit de opbrengst van Kerkbalans schaadt of dat de Belastingdienst erachter komt. Oosterom gaf aan dat diaken J.W. Stam uit Hasselt terecht op de beperkte bestuurskracht wees. ‘Er is een urgentie om de gemeenten hierin te helpen, maar dat is geen taak van het toezicht.’

Soms moet het leven even meezitten. Het moderamen zal dit ervaren hebben nu de synode op de valreep van de gedeeltelijke lockdown fysiek bijeen kon komen. Echte winst is geboekt wanneer haar bezinning de opbouw van de gemeente dient.


Synode kiest moderamenlid

Diaken B. (Bianca) Groen (classis Noord- Holland) is benoemd tot lid van het moderamen als eerste assessor. Zij vervangt diaken mw. J. ( Jeannette) Galjaard. Groen is werkzaam als onderwijsbegeleider en onderwijsadviseur. Ze is voorzitter van de diaconie van de Evangelisch Lutherse Gemeente Amsterdam. Daarnaast is zij gastdocent bij IJM (International Justice Mission), lid van de Council of World Mission (CWM) en voorzitter van de Luthers diaconaal hof (De Augustanahof Amsterdam), de werkgroep Heilzame Verwerking Slavernijverleden en bestuurslid van de Haella Stichting.


Ds. M.C. Batenburg besteedt meer tijd aan werk als preses

Twee jaar is ds. M.C. Batenburg uit Gouda inmiddels preses van de synode van de Protestantse Kerk, een taak die zestig procent van zijn werktijd in beslag neemt. Voor de overige veertig procent bleef hij verbonden aan de wijkgemeente Sint Jan in Gouda, de gemeente die hij sinds 2013 dient. Zijn benoeming als preses liep tot juni 2023. Op zondag 14 november heeft hij zijn gemeente meegedeeld dat in het voorbije jaar gebleken is dat het vinden van een goede balans tussen beide roepingen lastig is, omdat het werk voor de landelijke kerk vaak meer tijd vroeg.

De synode besloot om deze reden in haar vergadering van 11 september de werktijd van ds. Batenburg te verhogen naar tachtig procent van een weektaak, terwijl zijn aanstelling met een jaar verlengd is, tot juni 2024. Hierdoor is er ten aanzien van zijn roeping in de gemeente van Gouda een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Ds. Batenburg deelde zondag de gemeente mee dat hij na afloop van zijn termijn als preses zal vragen om losmaking van de gemeente van Gouda, zodat zijn kerkenraad nu al ruimte heeft om een nieuwe predikant te beroepen.

P.J. Vergunst
P.J. Vergunst