Waar bent u naar op zoek?

column

Fietsen

15-11-2016

We zetten onze fietsen voor de rijtjeswoning op slot en bellen aan. Samen met Co ga ik op bezoek bij een gezinnetje uit Syrië, dat een paar weken terug op Urk is komen wonen.

De deur gaat open. ‘Welkom, welkom, kom binnen, kom binnen.’ De Syrische vrouw is duidelijk blij met ons bezoek. Ze draagt een kleine baby op haar rechterarm en aan haar been hangt een klein jongetje van een jaar of twee. De moeder roept in het Arabisch iets naar boven, waarop even later haar man de trap afkomt. Hij begroet ons ook allerhartelijkst en trekt ons naar binnen.

Terwijl onze gastvrouw thee zet, neemt haar man ons mee naar de woonkamer. Een beetje onwennig gaat hij tegenover ons op de bank zitten. Alles ziet er fris en nieuw uit. De wanden zijn mooi licht geschilderd, rechts staat een lange tafel met zes bijpassende stoelen. Links twee banken met kussens erin, een tafeltje in het midden. Alles in dezelfde stijl, echt op z’n Hollands. ‘Vrienden van kerk hebben huis ingericht. Alle mensen goed hier voor ons’, legt de vader uit. In gedachten zie ik de woonkamer voor me van het gezin waar we hiervoor op visite zijn geweest. Meer in hun eigen Arabische stijl; een druk behangetje, sierlijke gordijnen met een fleurige kralenketting ervoor. Duidelijk anders, maar mooi.

Een paar dagen later zit ik in de Maranathakerk. Het Urker zendingsechtpaar Hessel en Coby vertelt over zijn werk in Botswana. ‘Wie heeft jou fietsen geleerd?’, vraagt Coby aan een jongen. Hij hoeft er niet lang over na te denken, ‘mijn moeder’. ‘En zit je nu nog bij je moeder achterop?’, vervolgt Coby. ‘Nee, natuurlijk niet. Ik kan toch zelf fietsen?’

‘Dit is ook de reden dat wij ons werk in Botswana nu overdragen aan de plaatselijke bevolking en meer op afstand gaan begeleiden’, licht Hessel toe. ‘En om eerlijk te zijn; dat ‘loslaten’ is best moeilijk voor ons. Moeilijk, maar goed.’

Onderweg naar huis bedenk ik dat ‘loslaten’ bij het werk onder vluchtelingen ook betekent dat zij zelf hun ‘fiets’ uit mogen zoeken. Misschien moeilijk voor ons, maar wel beter.

Marijke de Wit