Waar bent u naar op zoek?

column

Gesloten

01-02-2016

Pas toen mijn moeder het in de week ervoor zei, hoorde ik ervan. De zondag waarop ik ’s ochtends zou voorgaan in kerkgebouw De Bron in Bunschoten, zou de laatste zondag zijn dat er erediensten werden gehouden.

De dagen na dat telefoongesprek en voor die zondag was het als een steen in mijn maag, en steeds in mijn gedachten. Ik ben in die kerk gedoopt en mijn vader ook, ik heb er naar de mooie ramen zitten kijken, de orgelpijpen geteld. De laatste tijd tochtte het er nogal, maar ik heb gemerkt dat er ook een andere wind kon waaien. Wat heeft het Woord tussen die vier muren gedaan, verschillende generaties.

Natuurlijk kun je het allemaal wegredeneren. De gemeente is niet opgeheven, maar gaat weer terug naar de oude situatie met slechts één kerkgebouw: het nieuwe gebouw, De Fontein. En uiteraard gaat het niet om het gebouw, maar om de levende stenen. En zoveel mensen hebben iets dergelijks al meegemaakt. Het kan nog veel erger. De Bron is in de jaren vijftig gebouwd, maar denk eens aan Kampen, waar wordt gesproken over het onttrekken van de Bovenkerk aan de eredienst. Daar komt men al bijna duizend jaar bij elkaar om God te loven. Maar ze komen steeds minder en de stenen worden te duur.

Het verhaal is al zo vaak verteld en verstandelijk kun je de rekensom wel maken, maar je hart wil er niet in mee. Omdat zo’n kerkgebouw zoveel meer is dan een hoop stenen: het gaat om de continuïteit van het levende Woord. Het geloof heeft een ruimte nodig om te ademen, om thuis te zijn. Waar dat wordt vergeten, wordt de leer van de kerk te individualistisch, te weinig concreet, of allebei.

Maar goed, preken dus in De Bron. De preektekst had ik al doorgegeven: Anna, 86 jaar, dag en nacht thuis in de tempel. Wat zal ze verknocht zijn geweest aan de verzoening, en ook aan dat gebouw. Maar ze leefde niet in het verleden, maar in verwachting van wat God zou gaan doen. De tempel moest worden afgebroken, maar de verwachting bleef, en de verzoening in Christus ook.

Die Bron blijft.

A. Huijgen