Het grote verschil tussen de Bijbel en de Koran is dat de Bijbel niet uit de hemel is gevallen. Het is de eeuwen door ontstaan in een historisch proces van overlevering, verkondiging en verzameling. De Bijbel is het boek van de ene grote geschiedenis van God met Zijn volk.
De derde leessleutel betekent dat we de Bijbel historisch moeten lezen: als een getuigenis van Gods heil in de geschiedenis. Historisch betekent niet dat allerlei gebeurtenissen, feiten, namen en jaartallen het belangrijkste zijn. Het Woord vertelt de eigen geschiedenis van de Heere met Israël, de heidenvolken en met de gelovigen. Het is een bewogen liefdesgeschiedenis met allerlei hoogten en diepten, van trouw en ontrouw, van oordeel en van verlossing, van belofte en vervulling. Deze geschiedenis vertelt steeds duidelijker wie wij mensen zijn. Steeds duidelijker laat ze vooral zien wie de HEERE is.
Werkverbond
Het begin van de bijbelse geschiedenis – de schepping van Adam en Eva – verkondigt ons twee dingen. Ten eerste dat God ervoor kiest om niet alleen te blijven. Hij wil samen met Zijn schepping zijn en vooral met de mens. We lezen van het wonder dat God de mens in Zijn unieke liefdesgemeenschap wil laten delen. Daarbinnen krijgt Adam de opdracht om als Gods beelddrager de schepping te bebouwen en te bewaren. Ten tweede laat de historische zondeval zien dat de mensheid bij God vandaan gaat. Een gebeurtenis met diepingrijpende gevolgen voor Adam en voor ons allen. Tegelijk ontdekken we juist in Genesis 3 dat Gods ons mensen niet loslaat maar opzoekt: ‘Adam, waar bent u?’ (Gen.3:9) Deze opzoekende liefde zet de toon voor de rest van de Bijbel, met name als we de verbondsgeschiedenis langslopen.
"*" geeft vereiste velden aan