Waar bent u naar op zoek?

Het geloofsantwoord

dr. R.W. de Koeijer
Door: dr. R.W. de Koeijer
07-10-2021

Volharding is een betrouwbare belofte van God. Zo hoort ze helemaal bij de troost van het Evangelie. Maar hoe moeten we dan de indringende aansporingen en zelfs waarschuwingen lezen die opwekken om vol te houden? Volharding is ook een opgave.

Volharding is een gave van God en daarom vol zekerheid en geestelijke bemoediging. In de Bijbel komen we echter ook aansporingen en waarschuwingen tegen om vol te houden. We hoeven maar te denken aan het indringende appèl van Jezus: ‘Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.’ De keerzijde is dat Hij indirect waarschuwt voor de eeuwige ondergang als je niet volhoudt. Volharding laat dus zien of je een ware gelovige bent.

Rode lijn

Dat volharding ook als opgave wordt verkondigd, hangt samen met de rode lijn in het Nieuwe Testament. Gods heil in Christus is gekomen, maar de volmaaktheid is er nog niet. Daarom is het christenleven gave én opgave. Gods genade gaat daarbij gelukkig voorop, want anders zou je geestelijke inzet zomaar een eigen bijdrage aan het heil worden. Dit biedt geen perspectief.

Toch is het geloofsantwoord niet overbodig geworden. Het gaat de Heere namelijk om oprechte, hartelijke en volhardende gehoorzaamheid. Waarom? Je kunt wijzen op de notie van dankbaarheid. Wie God dankbaar is voor de verlossing, zal met en voor Hem willen leven. Je kunt ook wijzen op de toekomst. Met name in de Hebreeënbrief klinkt de roeping om te volharden in het licht van Christus wederkomst: ‘Laten wij daarom, omdat wij een onbeweeglijk Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.’ (12:28) Daartegenover staan indringende waarschuwingen dat niet volhouden uitloopt op de eeuwige verlorenheid (6:1-8; 10:25-31; 12:25-29). Volhouden is dus een spannend gebeuren en beslist over eeuwig wel of wee.

Tegenspraak?

Betekenen de genoemde waarschuwingen dat de gelovige Hebreeën toch nog verloren kunnen gaan? Is dit dan niet in tegenspraak met andere gedeelten uit deze brief en de Bijbel die wijzen op de zekerheid van de uiteindelijke verlossing? Zetten ze deze zekerheid niet op losse schroeven?

De waarschuwingen laten zien dat Gods genade de roeping om gelovig te leven niet overbodig maakt. We worden niet zalig dóór goede werken, maar ook niet zónder goede werken. De schrijver wil zijn lezers bewaren bij het geloof in Christus via Gods beloften en de zekerheid van Christus’ verlossingswerk, maar ook via klemmende aansporingen. Zo lijkt hij op een vader die zijn kind waarschuwt om niet zomaar ineens de straat over te steken, zonder goed te kijken, want dat is levensgevaarlijk. Een vader wil zijn kind graag voor ernstige ongelukken bewaren. De waarschuwing heeft dus een positief doel: behoud.

De Dordtse Leerregels belijden deze werkwijze van God in paragraaf 14 van het vijfde hoofdstuk:

Volgens deze woorden maakt de Heere Zijn werk af via beloften, maar ook via vermaningen en zelfs dreigingen. Zoals de Heere mensen in beweging zet als ze tot geloof komen, zo doet Hij dat ook als Hij hen vervolgens bewaart.

Versterking

Werpen zulke waarschuwingen je toch niet terug op jezelf? Maken ze je niet onzeker? Dat is niet de bedoeling. Zoals Gods beloften gelovigen willen bemoedigen in de geestelijke loopbaan, zo bedoelen aansporingen en waarschuwingen hen wakker te houden, scherp te houden, bij de Heere te houden. Als we alleen oog willen hebben voor Gods beloften, doen we Zijn Woord tekort. We lopen dan vast met indringende woorden als deze: ‘Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God.’ (10:31) of: ‘Want onze God is een verterend vuur.’ (12:29) Wanneer je deze waarschuwingen leest, besef je dat je niet bij de Heere moet weggaan. Als je dit toch doet, zul je in Gods oordeel terechtkomen. Die straf wil je toch niet krijgen? Je wilt toch eeuwig met Hem leven? Waarschuwingen herinneren je er dus aan dat je geestelijk moet volharden. Ze prikkelen je om de Heere te blijven volgen. Ze wekken je op uit je slaperigheid en sporen je aan tot liefde en goede werken. Ze brengen je tot gebed om hulp en kracht. Zo wordt je geestelijke zekerheid juist versterkt, want je ontdekt dat deze waarschuwingen je uiteindelijke behoud op het oog hebben. Door deze ter harte te nemen ontdek je dat je werkelijk bij Christus hoort.

Op Jezus zien

Hoe is het mogelijk om deze roeping in praktijk te brengen? Het geheim ligt in de voortdurende concentratie op de Heere Jezus Christus. Hebreeën 12 roept op om vol te houden door te zien op Jezus of, zoals het op andere plaatsen wordt verwoord: door in Christus te blijven. Het is blijven geloven in Hem als Leidsman, Voleinder én Voorbeeld van geloof. Dit geloofsspoor zijn de getuigen uit hoofdstuk 11 gegaan: Abel, Noach, Abraham, Mozes. In hun leven zien we wat volharding onder beproevingen en teleurstellingen betekent.

De concentratie op Christus is niet alleen wezenlijk voor het geloofsleven, maar ook voor de kerk. We geloven dat de Heere Zijn kerk bewaart, maar dat gebeurt niet automatisch. Daarvoor dient ze Hem te verkondigen als een volkomen verzoening, als Voorbidder en Voorbeeld. Ze zal zich steeds weer met liefde, bewogenheid en ernst moeten concentreren op het hart van de zaak: de Persoon en het werk van haar Priester en Koning.

Wie niet volhardt, behoort niet tot de gelovigen, zoals de aangrijpende voorbeelden van Israël (hfdst.3-4) en Ezau (12:16-17) helder maken. Niet volharden betekent dat je Christus en Zijn heil verwerpt. De aansporingen en waarschuwingen wekken op om de weg van het geloof te blijven gaan. In dit licht moeten we ook de passage over de bestraffing of kastijding in het vervolg van hoofdstuk 12 lezen (vs.4-11). Bestraffing dient als waarschuwing en is bedoeld om je op te richten uit je traagheid en je te oefenen in afhankelijkheid. Als je deze bestraffing ter harte neemt, zie je Gods vaderlijke bedoeling en besef je dat je Gods kind bent. Zo zul je Hem met nieuwe toewijding dienen en volharden.

Geestelijke strijd

Volharding betekent intussen een levenslang gevecht tegen alles wat aftrekt van het zien op Jezus. In Efeze 6 wekt Paulus op om tegen gevaarlijke geestelijke machten te strijden met een hemelse wapenuitrusting. Daarbij nemen het schild en het zwaard een belangrijke plaats in. Ze wijzen op de Bijbel en het geloof. Volharden kun je alleen als je leeft uit het totale Woord, dus als je zowel Gods beloften als Zijn waarschuwingen tegen zonde en verleiding serieus neemt.

Gebed

Volharding is nauw verbonden met het gebed, dat in Efeze 6 als laatste onderdeel van de wapenuitrusting nadrukkelijk aandacht krijgt. Hoe kun je op de goede manier strijden? Hoe kun je volharden? Het gebed staat tussen volharding als gave en roeping in.

Bidden is je afhankelijkheid van Gods genade en kracht belijden. Bidden is de Heere te hulp roepen. We zullen het beamen, maar laten we het ook beoefenen, persoonlijk en samen. Weten we wel wat we concreet nodig hebben in deze verwarde tijd? In Romeinen 8:26-27 spreekt Paulus eerlijk uit dat we niet weten wat we zullen bidden zoals het behoort. De bemoediging is dat de Heilige Geest bidt volgens de bedoeling van de Vader. Zo zal Hij geven wat Zijn kinderen in alle tijden nodig hebben. Daarbij hoort ook volharding.

Geloofsconcentratie

Ik eindig met de puritein John Owen (1616-1683), een van de grootste auteurs die in gereformeerde kring over de geestelijke omgang met Christus hebben geschreven. In 1655 publiceerde hij een geschrift over de volharding van de gelovigen. Het eerste deel beschrijft dat de grond ervan ligt in de drie-enige God: in de verkiezing door de Vader, de verzoening en voorbede van Christus en de inwoning van de Heilige Geest. De voornaamste troost van deze leer is volgens hem dat Gods liefde tot de Zijnen onveranderlijk is.

Deze liefde is echter niet los verkrijgbaar, zoals Owen duidelijk laat zien in zijn laatste geschrift, Meditations and Discourses on the Glory of Christ (Overdenkingen en verhandelingen over de heerlijkheid van Christus). De rode draad hierin is dat de geloofsconcentratie op Christus als Middelaar het hart vormt van het christenleven en daarom een rijke bron is van bemoediging. Het hemelse leven als het eeuwige aanschouwen en prijzen van Christus’ heerlijkheid begint immers op aarde. Owens geschrift is een uitvoerige overdenking van Christus’ heerlijkheid als de Godmens, de vernederde en verhoogde Zaligmaker, in Wie Gods liefde zo heerlijk is geopenbaard.

Werken die zo gedetailleerd op de geestelijke betekenis van Christus zijn gericht, liggen op Nederlandse bodem niet voor het oprapen. Intussen zijn die juist zo heilzaam voor de geloofsopbouw en de volharding. Op veel dingen in het leven raak je namelijk een keer uitgekeken, maar op de Heere Jezus nooit. Laten we elkaar daarom opwekken om op Hem te zien:

Zie slechts op Hem,

volg gehoorzaam Zijn stem,

blijf maar rustig vertrouwen,

altijd ziende op Hem.

dr. R.W. de Koeijer
dr. R.W. de Koeijer