Waar bent u naar op zoek?

Jeugdpastoraat

Hoe bespreek je homoseksualiteit met de catechisant?

Ds. P. Nobel
Door: Ds. P. Nobel
Homoseksualiteit
Pastoraat
02-02-2026

Hoe kunnen we jongeren in de catechese gidsen tussen twee uitersten: enerzijds de homofobie die nog altijd in delen van onze samenleving aanwezig is, en anderzijds de cultuur waarin persoonlijke zelfexpressie vaak de hoogste norm lijkt te zijn?

Voordat we op die vraag ingaan, is het belangrijk om helder te formuleren welk doel we nastreven. In de catechese willen we drie doelen bereiken. We willen dat jongeren ervaren dat er in de gemeente ruimte is om open en eerlijk over homoseksualiteit te spreken; ontdekken dat de Bijbel geen ruimte biedt voor een christen met homoseksuele gevoelens om een seksuele relatie aan te gaan; leren dat het niet zondig is om homo te zijn en dat ieder mens zichzelf mag aanvaarden zoals hij of zij is.

In dit artikel gebruik ik de termen ‘homo’ en ‘homoseksueel’ voor iedereen die zich voornamelijk aangetrokken voelt tot mensen van hetzelfde geslacht, of er nu wel of geen sprake is van een seksuele relatie. Het woord ‘homo’ verwijst daarbij zowel naar mannen als naar vrouwen.

Waarom zou je het erover hebben?
Vraag je tijdens de catechese aan christelijke tieners waar zij aan denken bij het woord homoseksualiteit, dan hoor je vaak termen als: ‘vies’, ‘seks’, ‘zonde’, ‘eng’. Als je verder vraagt, komen ook beelden naar voren als de Gay Parade of de homolobby in Den Haag.

Maar er zijn ook andere woorden die minstens zo relevant zijn: ‘eenzaamheid’, ‘discriminatie’ en ‘moppen’. Dat zijn woorden die veel van de pijn weerspiegelen die jongeren met homogevoelens ervaren. Dat blijkt ook uit de cijfers: negen procent van de homoseksuele jongeren heeft ooit een suïcidepoging gedaan, tegenover twee procent van de heteroseksuele jongeren.

Onderduiken
De ontdekking van de eigen geaardheid vindt meestal plaats tussen de 12 en 16 jaar, al kan dat soms later zijn. We mogen ervan uitgaan dat drie à vier procent van de bevolking homoseksueel is. Reken dat eens om naar een gemeente van 300 leden: dan spreken we over zo’n negen tot twaalf mensen. De kans is dus reëel dat één van je catechisanten net heeft ontdekt – of nog zal ontdekken – dat hij of zij homoseksueel is.

Mijn ervaring is dat christelijke jongeren met homogevoelens vaak ‘onderduiken’. Ze denken: niemand mag het weten; hoe zouden ze reageren? Laten ze me straks links liggen? Daarbij speelt mee dat er in veel gemeenten lang twee hardnekkige misverstanden leefden: bij ons in de gemeente zijn geen homo’s en homo-zijn is een zonde.

Bespreekbaar maken
Alle reden dus om het onderwerp homoseksualiteit wél in de catechese te bespreken. Jongeren komen er in hun omgeving steeds meer openlijk mee in aanraking, terwijl er tegelijk veel verwarring en vooroordelen bestaan. Op internet is de informatie bovendien zeer uiteenlopend: van genuanceerd tot ronduit afwijzend. Daarom is helderheid belangrijk. Een open gesprek helpt jongeren bovendien om na te denken over hun eigen omgang met seksualiteit.

Door het thema bespreekbaar te maken, oefenen we in ‘omzien naar elkaar’. We nemen verantwoordelijkheid voor mensen in onze omgeving die het moeilijk hebben. Daarbij mogen jongeren ook ontdekken dat christen-zijn iets kan kosten. Vanuit de Bijbel geloven we dat God van mensen met homogevoelens vraagt om af te zien van een seksuele relatie. Dat vraagt een offer. Dat plaatst hen – en ons – voor een indringende vraag: wat betekent navolging voor mij, en welk offer vraagt dat?
Laat dat gesprek ontstaan, en kies daarbij bewust voor een pastorale benadering. Het kan ieder van ons raken, en daarom is inleving noodzakelijk. Laat merken dat er ruimte is om met een open Bijbel te spreken, vragen te stellen en persoonlijke moeite te delen, in een sfeer van veiligheid.

De Bijbel als richtsnoer
Het is belangrijk om uit te gaan van het Bijbelse standpunt dat homoseksuele relaties niet passen binnen het onderwijs van Jezus en de apostelen over seksualiteit. Tegelijk is het verstandig om niet uitsluitend op de negatieve kant te focussen.

Geef jongeren de ruimte om andere meningen te uiten. Ze zijn zoekend, vormen hun identiteit en nemen jouw visie niet automatisch over. Daarbij speelt mee dat seksualiteit onder tieners vaak hoog gewaardeerd wordt. Reacties als deze hoor je dan ook regelmatig: “Seks is toch een basisbehoefte?”, “Daar ga je toch niet vrijwillig van afzien?”, “Zonder seks raak je gefrustreerd”, “Als je een christen-homo vraagt om single te blijven, ontzeg je hem toch zijn geluk?”

Het vraagt wijsheid en zorgvuldigheid om daar op de juiste manier op te reageren. Daarbij zijn er twee belangrijke punten om in het gesprek in te brengen. Voor deze benadering baseer ik mij op inzichten uit de boeken van Herman van Wijngaarden, Leven als vrienden en Om het hart van homo’s.

Niet ontkennen
Allereerst: het is niet zondig om homo te zijn. Dat de Bijbel geen ruimte ziet voor een homoseksuele relatie betekent niet dat iemand zijn geaardheid moet ontkennen, moet doen alsof hij geen gevoelens heeft, of die gevoelens moet wegdrukken.

God heeft seksuele gemeenschap voorbehouden aan de unieke relatie tussen één man en één vrouw. Daarom worden alle andere vormen van seksuele omgang – hetero of homo – afgewezen. Maar dat betekent níét dat je buiten het huwelijk geen seksuele gevoelens mag hebben. De ruimte die er is voor heteroseksuele gevoelens, mag je net zo goed geven aan homoseksuele gevoelens, zonder dat je daarmee in conflict komt met wat God in de Bijbel zegt.

In de tweede plaats: vriendschap is van levensbelang. Een nee tegen een homoseksuele relatie is geen nee tegen diepe, betekenisvolle vriendschappen met mensen van hetzelfde geslacht, of ze nu homo of hetero zijn. Integendeel: we zouden homo’s juist moeten aanmoedigen om zulke vriendschappen te zoeken. Want een mens kan weliswaar zonder seks, maar niet zonder liefde en vriendschap.

Vorm
In gesprekken met verschillende catecheten gaven velen aan goede ervaringen te hebben met twee HGJB-methodes waarin het thema homoseksualiteit onderdeel is van het curriculum. Zelf herken ik die positieve ervaringen.

In het verleden werkte ik met Follow Me (12-16 jaar) en Follow Me Next (16+). In beide mentorcatechesereeksen komt het onderwerp aan bod. Momenteel gebruik ik de methode Leer en Leef (12-17 jaar). Daarin wordt het thema alleen in de onderbouw (rond 14-15 jaar) behandeld, binnen een themablok over vriendschap, seksualiteit, verkering en ‘ik ben homo, wat nu?’ Als catecheten pleiten we ervoor om het onderwerp in de bovenbouw opnieuw te bespreken, zoals bij Follow Me Next gebeurt. De reden is eenvoudig: oudere jongeren praten anders, dieper en vaak persoonlijker over dit thema, en het blijft belangrijk om ruimte te bieden aan open en verdiepende gesprekken.

Help­end daarbij kan zijn om jongeren vooraf een Bijbelleesrooster te sturen, met voor elke dag een Bijbelgedeelte (bijv. Mattheüs 19, 1 Korinthe 7, Galaten 5) en een korte leesvraag. Dat stimuleert hen om het onderwerp thuis al mee te nemen in hun stille tijd.

Dit zijn enkele facetten uit ons gesprek over de vorming van jongeren binnen de catechese; facetten waarover waardevolle en open gesprekken ontstonden met de deelnemers.

Ds. P. Nobel
Ds. P. Nobel

is predikant van de hervormde gemeente te Garderen en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.