Waar bent u naar op zoek?

In zicht

redactie
Door: redactie
08-06-2023

Op 10 mei 1998 werd kand. P. Nobel door zijn mentor, ds. L.W. Smelt, bevestigd tot predikant van de hervormde gemeente van Genderen. Een kwarteeuw later sprak ds. Smelt tijdens de jubileumdienst in Noordwijk opnieuw. Enkele gedeelten uit zijn meditatie, naar aanleiding van Psalm 25:21: ‘Laat oprechtheid en vroomheid mij beschermen, want ik verwacht U.’

Op deze mijlpaal in het arbeidzame leven van Pieter en Elma Nobel willen we elkaar aansporen om te ‘reizen met OV’. De O is van Oprechtheid en de V is van Vroomheid. Jullie reizen al 25 jaar met OV in het voetspoor van Psalm 25 en in de navolging van de Heere Jezus, Die Psalm 25 zeker ook gebeden heeft. Psalm 25 is een wegwijs makende psalm en wordt wel het Onze Vader uit het Oude Testament genoemd. Joodse kinderen leerden de psalm uit het hoofd. We concentreren ons op vers 21, die met de laatste letter Tau begint. ‘Tom-wayoser’ is een vast woordpaar waarmee twee eigenschappen van God bedoeld kunnen worden: Gods onberispelijkheid en integriteit. OV kunnen twee door God gezonden beschermengelen zijn. Meer voor de hand ligt hier dat OV twee – van God ontvangen – kenmerken van toegewijde en gehoorzame kinderen van God zijn (zie 1 Kon.9:45 en Job 1:1).

Reizigers met OV zijn mensen uit één stuk, gaaf en oprecht. Ze zijn wars van schijnheiligheid en dubbelhartigheid. Ze doen wat ze zeggen. Zijn transparant en authentiek. Ze willen graag meer en meer op God lijken in hun handel en wandel. OV zijn dus niet allereerst karaktertrekken van Gods beminden die met passie en welsprekendheid, oprecht en echt, overtuigend kunnen práten. Nee, welsprekend is allermeest hun léven, hun levenswándel. Ze zoeken naar de juiste weg. Heere, maak mij Uw wegen bekend; leid mij in Uw waarheid (vs.4-5; 8-9; 12). Ze zijn zelfkritisch en zachtmoedig. Ze erkennen hun (jeugd)zonden en zijn verlegen om vergeving (vs.7 en 11 de spil waar de psalm om draait). De godvrezenden hebben diep respect en ontzag voor God. Gods verbondskinderen, Zijn intimi, die samen bij God te rade gaan (vs.14). Ze lopen als het moet ook tegen de stroom in. Zo krijgen ze ook vijanden (vs.19) en komen ze alleen te staan. Angsten dreigen hen gevangen te houden. Alleen God kan hen redden!

Oprecht en vroom. Bij vroom moeten we denken aan het Wilhelmus (couplet 6 en 14). Vromen zijn zij die dapper de tirannie verdrijven met gevaar voor eigen leven. Ze willen allereerst God en het arme volk dienen. OV-reizigers zijn ‘kinderlijk afhankelijk van God en koninklijk onafhankelijk van mensen’. Kerkmensen van nu zijn gevoelig voor authenticiteit en eerlijk jezelf zijn, maar de OV-mensen en -ambtsdragers krijgen soms de wind van de secularisatie van voren via welbespraakte en mondige gemeenteleden. In de politiek een OV-mens zijn is wellicht nog moeilijker. Wie beschermt de kwetsbare OVmensen die de nek uit durven steken? Wie kan hen raad geven met profetisch inzicht en onderscheiding van geesten? (…)

De ware OV-ervaring (bevinding) leert me vooral moe te worden van mijn eigen zonde en schuld. Ik belijd met Jacqueline van der Waals (1868-1922):

Ik ben mijn zonde moe en mijn berouw,

ik ben mijzelve moede en ik ben

het zoeken moe naar God die ik niet ken

en die ik toch zo gaarne kennen zou.

Ik ben mijn zwakheid moe en mijn verdriet,

mijn arbeid en mijn hoop en mijn genot,

maar bovenal het zoeken naar mijn God!

Ik ben het zoeken moede – maar God niet.

Hij ziet en kent mijn zonde en vergeeft

ze zeventig maal zeven maal en meer.

Hij wil niet dat mijn ziele sterft, maar leeft.

O wonderbare goedheid van de Heer,

die naar zo moedeloos een ziel nog vraagt,

die alle dingen en ook mij verdraagt.

redactie
redactie