Waar bent u naar op zoek?

'Traagheid is onze kracht'

Nieuwe columnist dr. Mariëtta van der Tol

Interview
22-01-2026

De 34-jarige dr. Mariëtta van der Tol begint in dit nummer als columnist (zie pag. 7). Ze is onderzoeker in politiek, recht en religie aan de University of Cambridge, de stad waar ze ook woont. Wat lezers kunnen verwachten? Een kritische vriend.

Maritta van der Tol richt zich in haar onderzoek op de impact van radicaal-rechts op het staatsrecht in Europese landen, in het bijzonder de positie van etnische, religieuze en seksuele minderheden. Al woont ze al jaren niet meer in Nederland, Van der Tol weet zich verbonden met de Gereformeerde Bond en het gereformeerde belijden, vertelt ze tijdens een videogesprek. “Ik had afgelopen week een gesprek met een Amerikaan uit de neocalvinistische traditie. Hij was verrast om te horen dat ik ook een gereformeerde achtergrond heb. En hij verbaasde zich erover dat ik er om zo te zeggen tussenin ben blijven staan: mijn manier van leven is anders dan in Nederland, omdat de kerkelijke en sociale setting hier ook anders is, maar ik heb nog wel een diepe liefde voor de traditie waar ik uit kom.”

Hoe verklaart u die liefde voor de gereformeerde traditie?
“Door de eeuwen heen heeft onze traditie over ingewikkelde dingen moeten nadenken. Die worsteling, waarbij mensen op een eerlijke manier probeerden de Bijbel te begrijpen, met hoofd en hart, daar kunnen we vandaag ook nog onze winst mee doen. De traditie is niet alleen iets wat je aangereikt krijgt en doorgeeft – je lééft er ook in, je reflecteert erop, je bent er zelf onderdeel van. In een tijd vol vraagstukken over menselijke waardigheid, over zorg voor zwakken in de samenleving en in de wereld, kan de kerk een sleutelrol vervullen. Want er staat nogal wat op het spel!”

Welke antwoorden heeft de kerk volgens u?
“Als we het hebben over menselijke waardigheid, hebben we vaak terecht iets te zeggen over abortus of euthanasie. Tegelijk vormt die menselijke waardigheid het hart van het bestaan gedurende ons hele leven: de mens is naar Gods beeld gemaakt. Dus je komt niet zomaar aan het leven, dat recht heb je niet. Dat mogen we in ons denken over politiek, economie, of sociale zekerheid serieus nemen. De Reformatie vraagt van iedereen zelf de Bijbel te lezen en zelf over grote vragen na te denken. Dat kan in elke tijd van christenen net iets anders vragen, maar de traditie stelt ons ook in staat om voorbij onze eigen tijd te kijken. Dat vind ik mooi.”

U bent betrokken bij een lokale gemeente van de Anglicaanse Kerk in Cambridge. Wat draagt u daar bij vanuit uw eigen kerkelijke achtergrond?
“Ik denk een stukje reflectie en theologische verdieping over maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld over thema’s als zonde en verzoening: wat betekent dat in de samenleving, in de wereldpolitiek? En hoe kunnen christenen hun eigen verhaal brengen in een tijd waarin van alles tot rechts of links wordt versimpeld? Daar mag ik soms een lekenpreek over houden, bijvoorbeeld tijdens de college evensong. Mensen voelen bij mij vaak iets van ernst. Ik neem het leven ernstig, dat is deels karakter en deels gevoed door mijn opvoeding in de gereformeerde traditie.

Maar ik vind het ook belangrijk om meer praktische dingen te doen. Onze kerk staat echt met beide benen in de samenleving, in een arme wijk in de stad. Ik kwam hier in 2020 al even, in de coronatijd, voor een korte stage en zette met een aantal mensen een zogeheten community fridge op. Dat was een initiatief om vers eten uit de winkels bij mensen te krijgen die tijdens de pandemie ineens hun baan hadden verloren. De kerk had lokaal al een goede reputatie op het gebied van sociale betrokkenheid en al snel bereikten we drie keer per week ruim honderd huishoudens. Na een half jaar kreeg ik een nieuwe baan in Oxford en gaf ik het stokje door. Het project ging door en veranderde na de pandemie in een huiskamer met verwarming, koffie, een spelletje voor mensen die thuis in de kou zitten.

Overigens bestaat de gemeente uit leden van allerlei maatschappelijke achtergronden: van mensen die nauwelijks kunnen rondkomen tot professoren. Daarin is de kerk, trouwens ook in andere plaatsen tegenwoordig, vaak een unieke plek in een gefragmenteerde wereld. De meeste gemeenteleden komen uit de arbeidersklasse en middenklasse. Met een enkele uitschieter naar de sociale bovenlaag.”

Waar u er eentje van bent?
“Nou nee, ik ben niet opgegroeid in een elitaire familie. Wij hadden het thuis niet breed, maar ik had het geluk dat ik dankzij beurzen in Yale en Cambridge kon studeren. Ik studeerde dan wel aan een elite-universiteit, maar jarenlang leefde ik van dertien pond per week en moest ik de eindjes aan elkaar knopen. Sinds ik werk, mag het op zich een onsje meer, maar ik ben nog steeds zuinig. In huis is zowat alles tweedehands.

'Wat vragen mijn kleinkinderen mij in 2065 over deze tijd?'

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan