Waar bent u naar op zoek?

Jeruzalem uit

dr. R.W. de Koeijer
Door: dr. R.W. de Koeijer
14-04-2022

In Jeruzalem kun je de via dolorosa volgen. Dat is de lijdensweg van de Heere Jezus Christus, die richting Golgotha loopt. Om bij de plaats van de kruisiging te kunnen komen, moet je de poort door, de stad uit.

In de brief aan de Hebreeën lees je de uitdrukking dat Jezus ‘buiten de poort’ heeft geleden (13:12). Wat betekenen deze woorden? In het vers voor deze tekst verwijst de schrijver naar de jaarlijkse Grote Verzoendag. Dan vindt er volgens Leviticus 16 iets opmerkelijks plaats. Van de meeste offers mochten de priesters namelijk eten, maar niet van de verzoeningsoffers op deze plechtige dag. Nadat de hogepriester het bloed van de geslachte dieren in de tabernakel op het verzoendeksel had gesprengd, werden de overblijfselen ervan buiten het legerkamp verbrand. Deze vernietiging liet zien dat de dieren plaatsvervangend voor de zonde waren geofferd en daarom moesten verdwijnen uit de gemeenschap van het volk én van God. Het was dus letterlijk: weg ermee! De notie van radicale verwijdering krijgt vervulling in de Heere Jezus Christus.

Uitgestoten

Vaak ben je gericht op Golgotha en het kruis, waar de verzoening werd volbracht. Je let veel minder op een sprekend detail: de plaats van de kruisheuvel. Golgotha lag buiten de stad. Voor de Romeinen was dit de plaats van executie. Tegelijk speelde er meer: Jezus paste niet in het godsdienstige schema van de Joodse leiders, die het toegestroomde volk hadden meegenomen in hun luide verzet: Kruis Hem! Weg met Hem! Daarom werd Jezus uit het centrum van tempel en volksgemeenschap gestoten.

Toch ligt er nog een diepere laag in deze woorden. Want als Jezus’ weg de vervulling was van de offers op Grote Verzoendag, raakte Hij ook buiten de gemeenschap met Zijn Vader. Vaak denk je daarbij aan de drie uur dikke duisternis die midden op de dag over de kruisheuvel viel. Maar de radicale verwijdering gold ook al voor de route náár het kruis. Juist omdat Christus verzoening aanbracht, droeg Hij plaatsvervangend de zonde van anderen en daarom kwam Hij buiten de gemeenschap met Zijn Vader. Gods oordeel over de zonde zie je dus al op de route die Jezus aflegde: door de poort de stad uit, naar de kruisheuvel.

Jezus als Verlosser

Dat Jezus ‘buiten de poort’ heeft geleden, wijst op het gewicht van onze zonden. Natuurlijk zie je allereerst dat Hij door mensen werd uitgejouwd en weggestoten. Maar daarachter proef je het oordeel van God dat wij hadden verdiend. De donkere achtergrond van het Evangelie is dat wíj de via dolorosa hadden moeten lopen. Dat wij buiten de stad hadden moeten ondergaan. Daarom was Jezus’ kruis eigenlijk niet Zíjn kruis, maar míjn kruis. Voordat je op Golgotha aankomt, is je zonde al bitter op de via dolorosa, die door de poort Jeruzalem uitloopt.

Tegelijk hoor je hier echter het Evangelie. Johannes verwoordt het zo: ‘En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij op weg naar de plaats die Schedelplaats genoemd wordt en in het Hebreeuws Golgotha.’ (Joh.19:17) ‘Zijn kruis’ is het Evangelie van de plaatsvervanging. Jezus wilde mijn kruis op Zich nemen en zo de zwaarste last dragen. Zo schittert Zijn liefdevolle gehoorzaamheid aan de roeping van Zijn Vader. Hij wilde buitengesloten worden, uitgestoten raken en op deze manier Zijn werk volbrengen.

Zijn doel was ook om – zoals vers 12 vervolgt – ‘door Zijn eigen bloed het volk te heiligen’. Dit woord ‘heiligen’ wijst op de vrucht van Zijn lijden en sterven: verzoening, vergeving en vernieuwing. De schrijver van de Hebreeënbrief onderstreept met dit woord dat Jezus’ werk de vaste grond is om voor God te kunnen bestaan en te leven. Met zijn verwijzing naar Jezus’ gang buiten de poort wil hij Hem verkondigen als de Verlosser.

Naar Hem uitgaan

Daarbij past maar één goede reactie en dat is geloof in Hem. In dit gedeelte wordt het geloof actief omschreven als: ‘naar Hem uitgaan buiten de legerplaats’ (vs.13). Dat is tegelijk weggaan uit Jeruzalem. Het verband van dit gedeelte geeft aan dat de Joodse lezers zich radicaal moeten verwijderen van een godsdienst van tempel, priesters en offermaaltijden. Zoals in de hele brief klinkt ook hier het krachtige appèl dat de lezers hun heil niet meer moeten zoeken in de schaduwdienst van het oude verbond, want het volle heil is gekomen in de Heere Jezus Christus. Daarom is het van levensbelang om te bouwen op het ene offer dat de eeuwige Priester eens en voorgoed heeft volbracht.

Wat is de weg als je last hebt van je zonden? Naar Hem uitgaan. En wat als je zit met verleidingen of met geestelijke zorgen en vragen? Naar Hem uitgaan. Wat als je wordt geconfronteerd met tegenstand en lijden om het geloof? Naar Hem uitgaan. De woorden ‘naar Hem uitgaan’ vormen dus een aansporing om je heil in Christus te zoeken en te vinden. Er is geen andere weg tot behoud en zegen. Dit ‘naar Hem uitgaan’ is ook in het geestelijke leven een dagelijks terugkerende beweging. Altijd maar deze ene weg. Want in Hem ligt alles wat je nodig hebt. De weg naar Hem betekent tegelijk dat je andere routes bewust laat liggen en afsluit. Je kunt niet meer bouwen op je kennis en kunde, op je diploma of banksaldo, zelfs niet op je kerkgang, belijdenis of werk in de kerk, want dat kan ten diepste een vertrouwen zijn op je eigen ego. Het is Jezus en Jezus’ werk alleen. Als je niets overhoudt om op te bouwen en dus met lege handen staat, blijft Hij alleen over.

Jezus als Voorbeeld

Uitgaan naar Jezus betekent ook Zijn voorbeeld volgen. De schrijver verkondigt Hem dus niet alleen als Verlosser, maar ook als Voorganger. Als hij zijn lezers opwekt om in geloof tot Jezus te gaan, plaatst hij de reden er namelijk direct achteraan: ‘en Zijn smaad dragen’. Ook deze spits moet je in het verband van de brief plaatsen. De Hebreeën waren Joden die tot geloof in Jezus Christus waren gekomen. Hierdoor kwamen ze geestelijk buiten de vertrouwde Joodse gemeenschap te staan en dat leverde spanning, tegenstand en zelfs verdrukking op. Eerst verdroegen de lezers de negatieve gevolgen van hun geloof positief, toen ze vanwege de Naam van Christus hun eigendommen kwijtraakten. Ze hadden dit pijnlijke verlies zelfs ‘met blijdschap aanvaard’ (10:34). Maar na verloop van tijd verslapten ze en kregen ze last van twijfel en moedeloosheid. Donkere vragen kwamen naar boven als: Was dat nu het goede leven met de Heere? Werden ze hier zo blij en gelukkig van?

Tegen deze achtergrond klinkt de oproep om naar Jezus toe te gaan. Allereerst naar de Verlosser, Die het heil heeft vastgemaakt in Zijn offer op aarde en Zijn voorbede in de hemel. Maar ook naar de Voorganger, Die via een weg van strijd en lijden uiteindelijk de heerlijkheid heeft bereikt. Uitgaan naar Jezus betekent in Zijn spoor gaan en zo de gemeenschap met Hem in Zijn lijden kennen. Je komt immers ‘buiten de legerplaats’ terecht. Je kunt door anderen worden buitengesloten.

Smaad

Veel christenen in deze wereld maken lijden en strijd om Jezus’ wil mee. Ze worden bijvoorbeeld uit hun islamitische familie gestoten of hebben te maken met een vijandige overheid. In contact met hen leer je wat het betekent om de gemeenschap met Christus in Zijn lijden te kennen. Hoe is het mogelijk om deze weg te gaan?

Je zou vanuit het Nieuwe Testament allerlei antwoorden kunnen geven, maar deze schrijver wijst in vers 14 op de toekomst: ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.’ Dit zijn bekende woorden, die in dit verband een eigen spits hebben. De tekst bedoelt dat je alleen smaadheid kunt verdragen om Jezus’ wil als je in principe los bent van een aardse gerichtheid. Als je heil zoekt in een fijn, rustig en ongestoord leven, is het al vlug te veel wanneer het geloof problemen geeft of offers vraagt. Maar als je op Christus en het toekomstige Jeruzalem bent gericht, sta je anders in het leven. Van christenen in de verdrukking leer je de concentratie op het hemelse en op de toekomst. Zo was het eigenlijk ook al bij Abraham, op wie de schrijver eerder had gewezen. De aartsvader was een zwerver die de stad met fundamenten verwachtte (11:8-10).

Het is niet vreemd als het volgen van Jezus offers vraagt. Met deze notie zullen we steeds meer vertrouwd moeten worden, in een samenleving waarin antichristelijke tendensen sterker worden. Wat mag het kosten? De opwekking klinkt nog een keer: Laten we dan naar Hem uitgaan… Zonder intussen het werk te vergeten waartoe de Heere roept: belijden, dienen en bidden (13:15-16).

dr. R.W. de Koeijer
dr. R.W. de Koeijer