Waar bent u naar op zoek?

Kleine dingen

P.J. Vergunst
Door: P.J. Vergunst
29-12-2020

Anderhalvemeter-economie, gedeeltelijke lockdown, online avondmaal, balkonvisites, een doopschelp, contactberoepen, coronababy’s, ellebooghoesten – woorden die de leefwereld oproepen waarbinnen we ons in 2020 bevonden. Ook nu, juíst nu bleef onze roeping: ‘Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.’

Een zwaar jaar was het, voor iedereen. Tegelijk, een jaar waarin we dankbaarheid voor het gewone intenser beleefden. Ik denk aan Zacharia 4, het visioen waarin het herstel van de tempel aan de orde is, waarin Israël leert dat kracht noch geweld iets klaarmaken, maar het de Geest van God is Die het beslissende tot stand brengt. De vraag klinkt in vers 10 van dit hoofdstuk: ‘Wie veracht de dag van de kleine dingen?’

Als Jeruzalem niet opgebouwd wordt zoals het volk zou willen, als omstandigheden jou de moed laten verliezen, als je hart huilt bij het nadenken over hoe de dienst aan de Heere voorheen gestalte kreeg (Ezra 3:12), dan is er het visioen van de twee olijfbomen waaruit olie vloeit naar de lampen, beelden die de overvloed van de Geest symboliseren. Kleinheid en eenvoud, ze horen bij de fase van Israëls geschiedenis waarin de profeet de vraag stelt: ‘Wie veracht de dag van de kleine dingen?’

Minder, of meer?

Ach, wat is klein? Terwijl een verjaardag met meer mensen niet kan, wordt een gesprek in intieme kring ineens diepgaander. Terwijl het massale ons afgenomen is, kun je in een onverwachtse ontmoeting in het winkelcentrum met een gemeentelid ineens elkaars hart bereiken – voor wie hiervoor openstaat. Terwijl de vakantieroutine je al jaren naar de Franse zon laat gaan, kun je in Overijssel de schoonheid van je eigen land herontdekken. Minder kan voor wie anders gaat kijken, meer worden.


En toch, een zwaar jaar was het, dat relativeren we niet. Kwetsbare mensen vangen altijd weer de eerste klappen op. De eenzame dagen en weken in het verpleeghuis duurden als maanden. Een hulpverlener vertelt op een filmpje van #nietalleen dat ze als voorheen vrolijke single nu ‘echt alleen’ was, depressief werd, 54 dagen niet door iemand aangeraakt werd – het feit al dat iemand dit uitrekent, maakt verdrietig. Wat doet het met een 77-jarige man die in quarantaine verblijft en daarom de uitvaart van zijn vrouw moet missen, na een huwelijk van ruim een halve eeuw? Wat doet het met een vrouw die van haar geliefde geen afscheid nemen kan, omdat ze zelf op de IC ligt? Wat doet het met een kind dat de hand van zijn stervende moeder niet vasthouden kon?

Onze naaste

Al deze voorbeelden raken het relationele, de nabijheid van geliefden, intieme contacten, je kleinste levensverband. Wanneer we hier ontvángen, kunnen we aandacht en liefde géven aan de naaste, voor alles door te zíen, door de ander te zien en aan te spreken. Meer dan ooit mogen we delen van wat we ontvingen. Mág het dat armoede in ons land toeneemt, dat ouders stress ervaren vanwege de ervaren schaarste en dat kinderen als eerste hiervan de dupe zijn? In het bevestigingsformulier voor ambtsdragers lezen we: ‘Voorzie de diakenen van voldoende middelen om de armen te helpen. Wees mild en royaal in het geven. Wees Christus dankbaar, Die u ook door hun zorg Zijn barmhartigheid bewijst.’

Zo leven we mee met onze diakenen, die ongetwijfeld een druk jaar gehad hebben én opnieuw zullen krijgen.

Die barmhartige blik naar de ander heeft wereldwijde betekenis, zo leren we van Hulp Oost-Europa, de GZB en alle andere stichtingen. Van GZB-predikant ds. Rik Mager, werkzaam in het armste deel van Rwanda, hoorden we dat de hele middenstand weggevallen is, dat ook mensen die buiten de voedselprogramma’s van de kerk vallen van de ene op de andere dag zonder inkomen zitten. Zijn collega-zendeling Foka van de Beek meldde uit Bulgarije dat in de dorpen waarin ze werkt, de armoede toeneemt. Laat de kerk in ons land en in al deze gebieden kérk mogen zijn, in navolging van Petrus, die tegen een kreupele man zei: ‘Wat ik heb, dat geef ik u.’ Nu had Petrus weinig zilver op zak, een schril contrast met het bericht van een halfjaar geleden dat kerkelijke gemeenten binnen de Protestantse Kerk een gezamenlijk vermogen van zeker een miljard euro hebben.

Prediking

Tot de in zichzelf ‘kleine dingen’ rekenen we ook de prediking van het Woord. De Joden wilden dat de legitimiteit van Jezus’ prediking (Mark.8:11) gepaard ging met bijzondere tekenen, de Grieken verlangden indrukwekkende wijsheid. God bedient Zich echter van ‘kleine mensjes’, geroepen om zalig te maken die geloven, door de dwaasheid van de prediking. Zoals Israël als volk mopperde over alle ongemakken op weg naar Kanaän, zo hebben wij wellicht ons ongenoegen geuit over het niet kunnen zingen, over nu noodzakelijke vormen van online kerk-zijn, over alles wat binnen de christelijke gemeente niet mogelijk was, over gemis van wat ons tijdelijk ontnomen is.

Ik denk aan Numeri 21, het hoofdstuk over de gifslangen die God Zijn mopperende volk zendt en waardoor velen stierven. Als ‘vaccin’ geeft de Heere een koperen slang, waarnaar een doodziek mens moet kijken om te genezen, een beeld dat Johannes (3:14) vasthoudt: ‘Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden…’

Het Lam van God

In een van de laatste kerkdiensten die ik voor de lockdown bijwoonde, gebeurde dit naar aanleiding van Johannes 1, ‘Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!’ Blijkens dit hoofdstuk is de reactie op deze oproep niet overweldigend, zodat Johannes de Doper de volgende dag opnieuw zegt: ‘Zie, het Lam van God!’ Twee discipelen maken dan de oversteek van Johannes naar Jezus. Wat doe je, als er zegen uitblijft, als er geen respons is, terwijl het van God gegeven middel tot verzoening aangewezen wordt? Wordt de boodschap dan aangepast? Bij De Doper niet. Hij herhaalt, hij appèlleert opnieuw op ons geweten, op mijn hart: ‘Zie, het Lam van God!’ Genáde is het, verkiezing is het, dat deze herhaling in 2020 – fysiek of online – gehoord is, omdat in Hem verzoening van mijn zonden en vernieuwing van mijn leven te vinden is. Als we die bediening van de verzoening negeren of relativeren, verachten we de dag van de kleine dingen, als hier dertig mensen samenkwamen, als daar een zanggroepje van drie over Hem zong.

Retour religie

Op een dag in september was het de opening van de krant: ‘Religie in bijna hele wereld op haar retour’. Afrika is de uitzondering. Vooral in de Verenigde Staten geeft nog maar een minderheid aan God belangrijk te vinden in het leven. Je kunt deze berichten zonder emotie niet lezen, als de kerk je lief is, als je medemens je ter harte gaat, als Gods eer voor jou het hoogste is.

Noemen we Gods kinderen de kurken waarop de wereld drijft? In mijn jonge jaren klonk deze uitspraak, woorden die waar zijn als christenen zegenend in de wereld staan, als naar een woord van J.H. Gunning God de wereld regeert door de gebeden van Zijn kinderen. Die roeping blijven we ons toeeigenen, ook in het jaar dat komt.

Zie, het Lam van God. Dit Evangelie over Hem Die onze ziekten op Zich genomen heeft, Die om onze ongerechtigheden verbrijzeld is, brengt ons degenen in herinnering die geroepen werden tot de dienst van het Woord en die de Heere de voorbije twaalf maanden tot Zich geroepen heeft. In dankbare herinnering noemen we hun namen: – ds. H. Binnekamp, overleden op 27 december (86 jaar);

– ds. D. Heikoop, overleden op 13 maart (86 jaar);

– ds. J. de Haan, overleden op 19 april (85 jaar);

– ds. W. van Laar, overleden op 28 juli (72 jaar);

– ds. H.A. van de Pol, overleden op 26 september (80 jaar);

– ds. W.Chr. Hovius, overleden op 19 oktober (86 jaar);

– ds. D.C. van Wijnen, overleden op 1 november (93 jaar);

– ds. G. Voordijk, overleden op 19 december (85 jaar).

We denken hierbij ook aan ir. L. van der Waal, op 10 september op 91-jarige leeftijd overleden. Lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond was hij 38 jaar, vele jaren ook penningmeester en lid van de redactie van ons blad. Op vele terreinen in de samenleving als zout en licht fungerend, was hij dienend tot zegen.

Biddend sluiten we dit jaar af, verbonden met Paulus’ oproep (juist in onze dagen) om gezagsdragers te brengen voor Zijn genadetroon, opdat de boodschap van het Lam van God gehoord blijft worden en wij ‘in alle godsvrucht’ leven mogen.


Voor hen die ons regeren,

de hoofden van het land,

bidden wij God de Here

om ootmoed en verstand,

dat zij bewaren hecht en recht

al de getuigenissen,

die ons zijn aangezegd.

De sterken, die bewaken

de wegen met hun woord:

dat zij ook zullen dragen

de zwakken in de poort,

want hoofd en lichaam zijn in pijn

en niemand wordt behouden,

als dié verlaten zijn!

Wij bidden ook om vrede,

de aftocht van geweld:

Heer, dat wij niet vergeten,

hoe Gij de namen telt,

bewaar het land voor overmoed

en voor het blinde razen,

de stemmen van het bloed.

O God, Gij moet regeren

tegen het onverstand:

wij dienen vele heren

tot schade van het land.

Gij zijt genade, Uw bevel

doet leven en vergeven,

o God van Israël.

P.J. Vergunst
P.J. Vergunst