Waar bent u naar op zoek?

Het is hemelse regie dat Pilatus net voor de grote sabbat Jezus ter dood veroordeelt

Lammeren voor het Pascha

Dr. Yme Horjus
Door: Dr. Yme Horjus
Heilsfeiten
26-03-2024

Op de voorbereidingsdag van het Pascha stond Jezus voor Pilatus. Die vond geen schuld in Hem, maar veroordeelde Hem toch tot de dood. Het is heel opmerkelijk dat dit op dat moment plaatsvond, aan het begin van de vrijdagmiddag, vóór de grote sabbat van het Pascha aanbrak.

Het kon niet uitblijven! De haat tegen de Heere Jezus was zo groot dat Zijn leven gevaar liep. Het net sloot zich steeds meer om Hem heen en de Joodse leiders wachtten enkel op het goede moment om Zich van hun gehate tegenstander te ontdoen. Alles zetten zij in werking om een eind aan Zijn leven te maken. Op de voorbereidingsdag van het Pascha veroordeelde Pilatus Hem tot de dood. Het volk wilde dat, opgehitst door de geestelijke leiders.

Om ongeveer twaalf uur

Je kunt dit een toevallige samenloop van omstandigheden noemen, maar dat is het niet. Dat de ter dood veroordeling van de Heere Jezus ’s middags om ongeveer twaalf uur door Pilatus wordt uitgesproken, is van een bijzondere betekenis. Op dat moment zijn in alle Joodse huizen de werkzaamheden om schoon schip te maken in volle gang. Alle sporen en restanten van het oude zuurdeeg zijn ze aan het verwijderen. Huizen worden met bezemen gekeerd. Zo zijn immers de instructies die al eeuwen golden voor de viering van het Pascha (Ex.12).

In Johannes 19 lezen we dat men in de tempel ook druk doende is om voorbereidingen te treffen voor het slachten van het offerlam. Dat lam was ruim van te voren uitgekozen en apart gezet en vóór in de middag wordt dat geslacht. Dat herinnert aan de uittocht uit Egypte, waarmee Israëls bevrijding uit het ‘diensthuis’ van de slavernij werd ingeleid. Het bloed van het lam werd gestreken aan de deurposten van de huizen. Als de doodsengel als oordeel van de tiende plaag door Egypte ging en hij zag het bloed in het land Gosen, dan ging hij het huis voorbij. Het bloed van het lam vrijwaarde de Israëlieten van de dood. Ook de Israëlieten ondergingen hetzelfde lot als de Egyptenaren, als ze geen bescherming zouden zoeken achter het bloed van het lam.

Goddelijke timing

In het begin van het Evangelie van Johannes was het Johannes de Doper die de Heere Jezus had aangewezen als ‘het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt’ (Joh.1:29). En nu is dat moment gekomen dat Hij als het Lam van God geslacht zal worden. Pilatus staat met zijn rug tegen de muur en slaat als rechter een modderfiguur, maar hij kan niets anders dan het volk zijn zin geven. ‘Kruisig Hem!’, roepen zij.

Als een bijzonder teken van goddelijke leiding en als bewijs dat bij God niets bij toeval gebeurt, vindt dát plaats wat Johannes de Doper heeft geprofeteerd: ‘Zie, het Lam van God!’ En nog vóór het aanbreken van de sabbat bij zonsondergang is het een feit, een heilsfeit. De Zoon van God heeft geleden en is gestorven voor de zonde van de wereld. Wát een hemelse regie, wát een goddelijke timing.

Kerstnacht

Lammetjes worden in Israël zo rond het begin van de maand Nisan geboren, dat is maart/april. De kudde kan dan niet zo snel vooruit en de herders blijven ’s nachts bij hun schapen op het veld. Als je dit weet, dan gaat je een licht op. Dan gaat er iets bij je dagen rond de gebeurtenissen in de kerstnacht.

We lezen in Lukas 2 dat de herders ’s nachts de wacht hielden bij hun kudde in het veld. Daar hebben wij vaak wat romantische voorstellingen bij. Wij zien ze dan zitten rond een vuur, ze vertellen elkaar verhalen en delen hun verwachtingen over de komst van de Messias. In een aantal kerstliederen zingen wij over een ‘winternacht’ met sneeuw en ijs. We maken ons daar een eigen voorstelling van: de herders warmden zich bij het vuur in de vrieskou van de nacht. Dat is allemaal fantasie.

Die ‘winternacht’ is niet meteorologisch bedoeld, maar theologisch. Dat kinderlied ‘Midden in de winternacht’ zit er helemaal naast. ‘Winternacht’ slaat in die liederen toch echt op de vrieskou en winter vanwege de zonde. Daarvoor zou de Messias immers moeten komen. De zonde was het grote onoverkomelijke probleem! Het is ook door de engel Gabriël gezegd tegen Jozef, de aanstaande man van Maria. Haar zoon zou Jezus moeten heten, want ‘Hij zal Zijn volk redden van hun zonden.’

Offerliturgie

Uit de lammeren van de maand Nisan werd het lam gekozen dat aan alle kenmerken voldeed om lam te zijn dat gekwalificeerd was voor het Pascha. Dat was in het jaar van de geboorte van de Heere Jezus het geval, het gebeurde ook in het jaar dat de geestelijke elite van Israël het erop toelegde om Hem om te brengen. Het profetische woord van Johannes de Doper had Hem al aangewezen: ‘Zie het Lam van God, Dat de zonde der wereld wegneemt.’

Pilatus was slechts een pion op het schaakbord, die uit puur eigenbelang meeging in de wens van het gepeupel. Ook de woorden van de profeet Jesaja gingen in vervulling, toen hij sprak over ‘een schaap dat stom is voor zijn scheerders’ en dat ‘als een lam ter slachting wordt geleid’ (Jes.53:7).

De rillingen lopen je over de rug als je beseft dat op het moment dat Pilatus zijn veroordeling uitspreekt en zijn vonnis velt, het paaslam in de tempel wordt geslacht en dat de Heere Jezus de weg inslaat naar de kruisheuvel Golgotha om daar als het Lam van God Zijn leven te geven voor de nood en schuld van de wereld.

In het Nieuwe Testament keert de uitdrukking Lam van God vele malen terug. ‘Want ons paaslam is geslacht: Christus.’ (1 Kor.5:7) en: ‘U bent gekocht met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.’ (1 Petr.1:19) Ook in de Openbaring aan Johannes: ‘En ik zag een Lam, staande als geslacht’. (Openb.5:6) Overal die offerliturgie, overal dat Iemand Zich opoffert voor de zonde van de wereld: Jesjoeah, de Zoon van God.

Meegeteld

In de Joodse traditie kent men de term ‘meegetelden’. We lezen dat in de Misjna, traktaat Pesachiem. Daar staat vermeld dat het paaslam werd geslacht en zijn bloed werd gesprengd voor met name genoemde mensen. Volgens de woorden van dat traktaat moet men vooraf weten en zéggen voor wie, voor welk gezelschap het lam zou worden geslacht. Je moest tot de ‘meegetelden’ behoren om deel te kunnen nemen aan het Paschamaal.

Bij de nieuwtestamentische viering van Goede Vrijdag en Pasen is het ook van belang ‘meegeteld’ te kunnen worden. Je moet bij Hem behoren en deel hebben aan wat Hij tot stand heeft gebracht. Elk mens moet zover komen dat hij belijdt deel te hebben aan het Lam, Dat voor zijn zonde is geslacht. Dat is het geheim van het geloof. Het gaat niet buiten het geloof om. In de meest bekende tekst van het Nieuwe Testament wordt immers ook gesproken over ‘ieder die gelooft’. (Joh.3:16) Dat staat tegenover het dreigende ‘van het verloren kunnen gaan’.

Deelhebben aan het Lam is horen bij de ‘meegetelden’. Laat het voor ons duidelijk zijn dat er iets heel feestelijks doorklinkt in Paulus’ woorden: ‘Want ons Paaslam is geslacht.’ Dat feestelijke wordt ook nog genoemd, want de tekst (1 Kor.5:8) gaat verder: ‘Laten wij dus feestvieren…’

Dr. Yme Horjus
Dr. Yme Horjus

is emeritus predikant van de Unie van Baptistengemeenten (tegenwoordig Unie-ABC-gemeenten).