Losse versjes plukken

01-06-2021

We zijn in onze erediensten gewend geraakt aan het zingen van losse versjes die passen bij een preek. We zouden veel meer moeten denken vanuit de gehele psalm en het hele lied, stelt dr. Jaco van der Knijff.

Het is er gaandeweg ingeslopen in onze Nederlandse gereformeerde traditie: een predikant kiest uit het psalmboek coupletten die thematisch aansluiten bij zijn preek. Dus, zwart-wit: de preek gaat over de Goede Herder, en daarom kiest de voorganger Psalm 23:1, Psalm 80:1 en Psalm 119:88. Eenvoudigweg omdat in die coupletten (ik ga in dit artikel uit van de berijming van 1773) het woord ‘herder’ voorkomt.

Deze wijze van omgaan met ons psalmboek is zo ingeburgerd dat niemand meer opkijkt van een psalmbord waarop alleen maar losse verzen prijken: Psalm 42:1, Psalm 84:6, Psalm 124:1, Psalm 130:3. We zingen dan ook geen psalm, maar een ‘zangversje’, zoals sommige predikanten dat aanduiden.

Inmiddels kunnen we constateren dat in gemeenten waar de bundel Weerklank (WK) zijn intrede heeft gedaan, deze praktijk van het versjes kiezen geruisloos wordt voortgezet als er gezangen worden opgegeven. We zingen WK 45 vers 1 en 3, WK 147:1 en 3 of WK 167:1, 2 en 4.

Hoe begrijpelijk deze praktijk ook is, er kleven bezwaren aan. Ik noem historische, inhoudelijke en liturgische.

Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 3 juni 2021, of download de gratis pdf.

Bestel een los nummer, maak gebruik van onze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,- of neem een jaarabonnement op De Waarheidsvriend.