Waar bent u naar op zoek?

Nadruk op het hart

dr. R.W. de Koeijer
Door: dr. R.W. de Koeijer
14-05-2021

Geestelijke inzichten uit de twaalfde eeuw, wat kunnen we daarvan leren? Drie boeken over de relatie van de mens tot God nemen ons mee naar verschillende tradities en tijdvakken. Ze doen ons opnieuw beseffen hoe waardevol de inzichten van de Reformatie zijn.

Deze drie boeken uit verschillende tijden hebben een belangrijke overeenkomst: ze leggen de nadruk op het hart en het innerlijke geestelijke leven. Het is een accent dat de eeuwen overbrugt.

Thuis

Na Augustinus kwam er pas in de twaalfde eeuw opnieuw aandacht voor de binnenkant van het geloofsleven, zoals blijkt uit een invloedrijk middeleeuws traktaat dat stamt uit de kloostertraditie en is uitgekomen onder de vertaalde titel: Thuis. Inkeer en de vorming van het geweten. In de kloosters viel lange tijd de nadruk op een aan God toegewijd leven van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Maar de vraag werd steeds brandender of een dergelijk leven voldoende was om voor God te kunnen bestaan, waardoor een groeiende geestelijke onzekerheid ontstond.

Met het oog op de zekerheid laat het traktaat alle aandacht vallen op het menselijke geweten. Als dit namelijk door zelfkennis wordt vernieuwd, kan God woning maken en de mens tot geestelijke rijpheid brengen. Hoe kan de mens tot innerlijke vernieuwing komen? Dat gebeurt als hij er niet mee wacht om het boek van zijn geweten te lezen als hij voor Gods rechterstoel staat. Nee, dat is nu al nodig. Bij dit indringende zelfonderzoek voor de Rechter van hemel en aarde komt een heel zondendossier naar voren: openlijke zonden, maar evenzeer talloze verkeerde hartstochten.

Op deze manier werd een diepe bewustheid van de eigen zondigheid gestimuleerd en kwam de kerkelijke biecht tot ontwikkeling. Niemand kon immers vergeving van zonden krijgen als deze niet eerst werden opgebiecht. Anders gezegd: niemand kon worden gerechtvaardigd als hij niet eerst zijn eigen aanklager was geworden. In het traktaat treffen we een uitvoerige schuldbelijdenis aan, waarna de belofte van vergeving ter sprake komt. Op deze manier is het besef van eigen zondigheid het begin van de redding. Als je een dergelijk traktaat leest, begrijp je waarom in de late Middeleeuwen een wijdverbreid besef van schuld en toekomstig oordeel aanwezig was.

Bernardus van Clairvaux

Nadruk op innerlijkheid vinden we ook bij de beroemdste gestalte uit de twaalfde eeuw: Bernardus van Clairvaux, vooral bekend geworden door zijn verklaring van het bijbelboek Hooglied. Met zijn aandacht voor het hart en de innerlijkheid wilde Bernardus een tegenwicht bieden aan de scholastiek, want daarin nam het wetenschappelijke logische denken over God en geloof een centrale plaats in. De cisterciënzer monnik Guerric Aerden heeft Bernardus’ leven en spiritualiteit beschreven in Bernardus van Clairvaux. Meester in de school van de liefde. Na een schets van diens leven te hebben gegeven, weet Aerden de theologie en spiritualiteit van Bernardus op een boeiende manier en geïllustreerd met vele citaten te beschrijven. Kernelementen daarvan zijn: menselijke verlorenheid, bekering, geestelijke nederigheid, verlossing door Christus’ menswording, lijden en sterven, leven door het Woord, nadruk op ervaring, gebed, gemeenschap, gebed, en vooral liefde. Bernardus was de theoloog die de geestelijke liefde centraal stelde. In vergelijking met het genoemde traktaat Thuis bracht Bernardus Gods verlossing sterker naar voren, terwijl de liefde van en tot Christus grotere nadruk kreeg. Mooie dingen heeft hij geschreven over de geestelijke omgang tussen Christus en de Zijnen, die in latere tijden in verschillende tradities hebben doorgewerkt, ook in de Nadere Reformatie.

Het leven Gods

Het derde boekje waarin het hart centraal staat, is ruim vijf eeuwen later, in 1676 verschenen. De Schotse Henry Scougal publiceerde al op 26-jarige leeftijd The Life of God in the Soul of Man (Het leven Gods in de ziel van de mens), dat sterke invloed kreeg op George Whitefield, de bekendste prediker van het methodisme. Het boek laat zien dat het christelijk geloof ten diepste niet bestaat in opvattingen of leefregels, maar in de gemeenschap met God en Christus. Het leven als christen komt op uit een nieuwe natuur, die God in de ziel werkt. Daarom de titel: Het leven Gods in de ziel van de mens.

Deze drie boeken leggen dus grote nadruk op innerlijkheid en ervaring. De verbindende schakel ertussen is dat de zaken die er in het (geestelijk) leven echt toe doen in het hart vallen. Een andere overeenkomst is de ernst waarmee het geestelijke leven ter sprake komt, want als de mens voor God wordt geplaatst, staat hij daar als een schuldige, die vergeving nodig heeft. Een overeenstemming is ook dat de liefde van en tot God grotere aandacht krijgt dan het geloof. Een verschil is echter dat Scougal de nadruk legt op Gods genade, waaraan je de doorwerking van de Reformatie merkt. Gods genade krijgt ook in Thuis en bij Bernardus een belangrijke plaats, maar tegelijk speelt de menselijke inbreng op een bepaalde manier mee. Bovendien staat in de middeleeuwse geschriften de lijdensweg van Christus centraal en minder de verzoening die Hij door Zijn lijden heeft verdiend.

Vrijspraak

Bij het lezen van deze boeken besef je echter tegelijk dat de reformatorische ontdekking van de rechtvaardiging door het geloof bevrijdend is geweest. Zeker, de noties van schuld en nederigheid, van gemeenschap met God en met de lijdende Christus, van geestelijk leven in de ziel en van de liefde raken je. Toch krijgen deze pas echte kracht en rijkdom via de vrijspraak door Christus’ offer, die je in de weg van het geloof ontvangt en beleeft.

Na de Reformatie hebben stichtelijke schrijvers teruggegrepen op de tijd ervoor, want ze lazen mooie dingen bij Bernardus en andere middeleeuwse schrijvers. Wel gaven ze deze een plaats in het raamwerk van de reformatorische genadeleer en van Christus’ volbrachte werk, waarbij ze typisch roomse trekken weglieten. Dit lijkt me de goede route. Als je hebt verwerkt wat hervormers in het Woord ontdekten, kunnen geestelijke noties uit de tijd ervoor en erna je verrijken. Dan is het wel belangrijk om eerst de centrale reformatorische notie van de rechtvaardiging door het geloof te kennen en geestelijk te verwerken.

dr. R.W. de Koeijer
dr. R.W. de Koeijer