Waar bent u naar op zoek?

Namens de goede Herder

P.J. Vergunst
Door: P.J. Vergunst
06-01-2022

Over de prediking wordt in de gemeente veel gesproken. Qua aandacht komt het pastoraat er bekaaid af, terwijl het omzien naar de ander een belangrijke functie van de christelijke gemeente is. Om die reden focust de Gereformeerde Bond dit jaar op pastoraat en luidt het jaarthema ‘Ik zie naar je om’.

Wanneer komt u écht op huisbezoek? Ik hoor het als kind twee familieleden nog zeggen, toen de ouderling na een huisbezoek afscheid nam. Het gesprek van de ambtsdrager kende meer breedte dan diepte, was wel over de kerk gegaan, maar de vragen van het hart waren blijven liggen, de vragen naar de verhouding tot God. Een ongemakkelijk momentje, dat was het wel, die vraag wanneer er echt huisbezoek zou komen. Ook een leerzaam moment, want de ouderling dacht even na, kwam tot inzicht én maakte direct een nieuwe afspraak.

Zomaar een anekdote? Nee, het is meer, dit voorval illustreert dat de ouderling niet altijd zicht op zijn roeping heeft, niet altijd weet welke functie het huisbezoek heeft of vrijmoedigheid bezit om hieraan invulling te geven. Zijn onzekerheid is goed te verklaren als vragen als deze opkomen: met welk gezag spreek ik met dorpsgenoten, met mij bekende gemeenteleden, nu ik tot ouderling verkozen ben? Wie geeft mij – als ik op mijn persoonlijk leven zie, op de zonden van mijn jeugd, op mijn eigen hart – de volmacht om de ander aan te spreken op zijn relatie tot God, op zijn levenswandel? Je kunt deze vragen als jongere predikant ook hebben, op bezoek bij mensen tegen wie je opziet. Aandacht voor het pastoraat – ze is meer dan nodig.

Waken over het leven van de gemeente

Het bezien van het wezenlijke van het ambt brengt ons bij Hebreeën 13:17, het waken over de zielen van de gemeente. De ouderling is toch niet de persoon die zorgt dat alles in de kerk goed verloopt, die een aantal taken uitvoert, die beoogt dat ieder het naar de zin heeft in de gemeente of die gemakkelijk over de Bijbel kan spreken? Wat is dat dan, waken over de zielen? Dat is dat je gemeenteleden in hun vreugden en hun zorg, in de vragen over het leven met God, brengt bij en wijst op de grote Herder van de schapen, de Herder Die Zijn leven voor de schapen gegeven heeft.

Waken over de zielen, daarvoor heb je zelf genade en vergeving nodig. Want je kunt niet over een ander waken als je zelf slaapt. Pastoraat doe je als iemand die zelf veel met de Heere spreekt en Zijn Woord overdenkt. De Bijbel is er eerlijk in: altijd zijn er herders geweest die zichzelf centraal stelden, die zichzelf voeden terwijl de kudde het voedsel onthouden wordt, die zich gedragen als een huurling en vluchten als het spannend wordt. Groter kan het contrast met de góéde Herder niet zijn. Dat de innerlijke gerichtheid van de ambtsdrager niet goed afgesteld kan zijn, leren we ook uit de woorden van Petrus als hij schrijft dat winstbejag de ouderling vreemd moet zijn (1 Petr.3:2), dat hij geen heerschappij voeren mag over het erfdeel van de Heere. Waar dat gebeurt, verandert een gave in een drama, wordt het bederf van het beste het slechtste.

Psycholoog

Een trend die we waarnemen, is dat de psycholoog in onze samenleving grotendeels de taak van de pastor overneemt. Het komende jaar zouden we erover kunnen nadenken met welke vragen ouderen en jongeren zich tot hun pastorale ouderling wenden, welke onderwerpen die hun leven raken, ze met de eigen predikant bespreken willen. Inzicht kan dat geven, ook in vergelijking met de thema’s waarmee mensen de hulp van een psycholoog zoeken: prestatiedruk, zelfaanvaarding, eenzaamheid, in het reine komen met je biografie.

Ondertussen zijn dit allemaal thema’s waarover het licht van de Bijbel vallen kan, waarin aan mensen de genade van God in het pastoraat verkondigd kan worden. Het omzien naar de ander in Naam van de goede Herder raakt immers mijn hele leven, elk onderdeel van mijn bestaan.

Onderzoek naar pastoraat

Een week of zes geleden publiceerde de Protestantse Theologische Universiteit een onderzoek naar de waardering van pastoraat, een voor de coronacrisis uitgevoerde analyse waaraan 2854 mensen uit dertig gemeenten uit de breedte van de kerk meededen. Veertig procent van hen kreeg de voorbije twee jaar pastorale zorg, terwijl negentien procent contact met een ouderling had. Voor mij zijn dit cijfers om van te schrikken!

Als de ouderling in twee jaar met een vijfde van de leden uit zijn wijk contact heeft, duurt het tien jaar voor hij iedereen ontmoet heeft. Het tekent dat pastoraat als roeping van de christelijke gemeente zomaar wegglijden kan, iets wat voor het geheel weinig zichtbaar is. Juist omdat het vrijwilligerswerk is dat gedaan wordt door mensen die nogal eens een bezet leven hebben, is het lastig de ouderling aan te spreken als hij de pastorale contacten verwaarloost.

Definitie

De Groningse theoloog dr. Theo Pleizier, bij het onderzoek betrokken, gaf in het Nederlands Dagblad aan dat ‘een echte definitie van het pastoraat er niet is. Het is persoonlijk contact tussen gemeenteleden en een predikant, ouderling, vrijwilliger of pastoraal werker’. Hij doelde op het feit dat je in drie verschillende boeken drie verschillende definities tegenkomen kunt. Lang geleden las ik zelf deze definitie van pastoraat: ‘Het namens Jezus Christus omzien naar mensen op hun levensweg en geloofsweg, binnen de context van de samenleving.’ (dr. H.C. van der Meulen) Wie deze woorden van Van der Meulen overdenkt, ziet hoe mooi pastoraat is! Blij word je ervan: namens Hem Die Zijn leven gaf voor zondaars, het gesprek met je naaste zoeken. Altijd heb je dan van God uit een hoopvolle tijding door te geven, zelfs in de diepte van onze persoonlijke nood. Ik denk dat Paulus daarom over een voortreffelijk werk (1 Tim.3) spreekt.

Luisteren en vragen

In dat pastorale gesprek draait het om luisteren, om het stellen van de goede vragen, om een zodanige openheid naar de ander dat je je vereenzelvigt met zijn leven. Het gesprek met de bedroefde Maria Magdalena begon de Heiland met de vraag ‘Vrouw, waarom huilt u?’ Iets later vraagt hij aan Petrus: ‘Simon, zoon van Jona, hebt u Mij meer lief dan dezen?’ Bij het aanspreken van deze discipel noemt hij zijn naam en verwijst hij naar zijn levensgeschiedenis. Het was in de week van overwegen voor zijn verkiezing tot het ambt dat een man aan de keukentafel benoemde dat hij spreken over het leven van het geloof moeilijk vond, dat hij zijn bijbelkennis als schamel ervoer. Zijn vrouw reageerde nuchter: ‘Ja, maar je kunt toch luisteren!’ Wat zijn ze in onze samenleving en in de kerk nodig, mensen die interesse in het leven van de ander hebben.

Jonger en ouder

Altijd geldt dat, niet het minst ook nu de coronapandemie ons sociale leven blijft ontwrichten. Ineens ontmoet je iemand die vertelt dat ze al een jaar met blijvende klachten thuiszit, iemand die nog niet de energie heeft om zichzelf te verzorgen. Ineens spreek je die zestigers die hun kleinkinderen niet meer op schoot durven te nemen. Onze tijd vraagt er nadrukkelijk om dat we de ander zien én dat we kijken wie we missen.

Het mentale welbevinden van jongeren is in vergelijking met andere leeftijdsgroepen laag. Juist in onze dagen zegt de helft van de jongeren uit hervormde gemeenten dat het niet hebben van contact met gemeenteleden een reden is om zich niet bij de kerk betrokken te voelen. Voor thuiswonende ouderen is deze tijd niet minder zwaar, een periode van emotionele eenzaamheid, van gemis aan intiem contact met een naaste.

Moeten we niet zeggen dat vandaag elk mens zorg en aandacht, een oor en een oog nodig heeft, hij die alleengaand is, zij die schakelen moet tussen gezin, werk en mantelzorg, de student die niet loskomt van prestatiedruk, allen die een verlies leden? Zonder werkelijke rust blijft een mens opgejaagd, door anderen of door zichzelf. Héél de kudde én de enkele afgedwaalde brengen we bij de Bewaarder van Israël, Die niet sluimert of slaapt, bij Hem Die de kudde verkreeg door Zijn eigen bloed.

Met die laatste woorden raken we de kern, de verzoening door het offer van Christus. Het fundament van elk pastoraat is dat, alsook de spits: mensen leiden tot verzoening met Hem, tot het in het reine komen met de ander, met jezelf. IJverig (2 Kor.11:2) maakt dit ieder in de gemeente.


Om vast te noteren

Ons bestuurslid ds. J.C. Schuurman hoopt tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, die DV gehouden zal worden op donderdagmorgen en -middag 19 mei, te spreken over ‘Pastoraat. Ik zie naar je om’, waarbij hij het licht laat vallen op de Heere Jezus, de goede Herder, Die de Bron is van elk pastoraat. In aansluiting hierop volgt op de ambtsdragersontmoetingen van 6 en 13 september een verdere doorvertaling naar het leven van ambtsdrager en gemeente.

En, na de zomer zal in de Artios-reeks van de hand van ds. M.J. Tekelenburg een boekje verschijnen over het gebruik van de Bijbel in het pastoraat.

P.J. Vergunst
P.J. Vergunst