Waar bent u naar op zoek?

blog

On-voor-waar-de-lijk

27-02-2018

‘Onvoorwaardelijke liefde’ – dat is het thema van Kerk in Actie, op weg naar Pasen. Het diaconale werk van de Protestantse Kerk legt de vinger bij de liefde van ouders, opa’s en oma’s in vele landen.

Die liefde moet onvoorwaardelijk uitgaan naar kinderen in de knel. Echter, zijn wij mensen wel altijd zo onvoorwaardelijk?

Ik heb mezelf de vraag gesteld of ‘onvoorwaardelijk’ in ons woordenboek voorkomt, in de samenleving, in de kerk, in mijn leven. Ja, bij negatieve begrippen hoort dit woord steevast: onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een onvoorwaardelijke tuchtmaatregel. Vinden we dit bijvoeglijke naamwoord echter ook in combinatie met liefde, met steun, met aandacht? En waarom vinden we dat zo moeilijk?

Lijdensweken

Zonder meer is het een vondst om juist in de lijdensweken te spreken over onvoorwaardelijke liefde. Want als we op één moment in de geschiedenis gezien hebben wat deze liefde inhoudt, dan is dat op (weg naar) Golgotha. Toen de Heere Jezus wist dat Zijn uur gekomen was, het uur dat de Zoon des mensen verheerlijkt zal worden, het uur dat Hij uit deze wereld zou overgaan naar de Vader, toen heeft Hij de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, liefgehad tot het eínde. De Heiland heeft het doel voor ogen, weet waartoe Hij lijden en sterven zal. Hij geeft Zichzelf tot in de dood aan het kruis.

Om de reikwijdte daarvan te overdenken, om de betekenis voor mijn leven daarvan te zien, zijn zeven lijdensweken niet voldoende.

O Liefde, die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar wou lijden!

’k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen,
tot in de dood als mens gehoorzaam wezen,
in onze plaats gemarteld en geslagen.
de zonde dragen.

Bron van liefde

Tegen Filippus en de andere discipelen zei Jezus ooit (Joh.14): ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’ Daarom mag de kerk weten dat het wezen van de Vader onvoorwaardelijke liefde is. Hij is daarvan de Bron, zoals Johannes in zijn zendbrief leert: ‘En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.’ In de gelijkenis van de verloren zoon, van de wachtende Vader, wordt deze liefde zonder voorwaarden zichtbaar.

***

Barmhartig

Onvoorwaardelijke liefde van ons mensen, gestimuleerd door Kerk in Actie en gepraktiseerd in ons dagelijkse bestaan, bestaat daarom alleen als we zicht hebben op deze goddelijke liefde. Dán zien we onze medemens als door de ogen van de Heere Jezus.

Daarin was de Heiland uniek. Hij zag de schare en was innerlijk met de mensen bewogen. Barmhartigheid was Zijn drijfveer voor de omgang met wie geen aanzien had: melaatsen en tollenaars. Maar ook zocht Hij een vrouw op die als zondares te boek stond, een vrouw die vijf mannen gehad had, een discipel die Hem verloochende. Hij peilt tot op het hart en weet wie Hem liefheeft.

Aanbod van genade

Gezien het bovenstaande is het opvallend dat er in de gereformeerde traditie veel strijd geweest is over het ‘onvoorwaardelijke aanbod van genade’. Als we dit ter discussie stellen, doen we te kort aan de diepte van Gods liefde, aan de rijkdom van Zijn genade. ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.’ Allen mogen komen – al is het waar dat een mens in de confrontatie met de levende God nooit zichzelf blijven kan, maar levendgemaakt wordt en een vreugde ontvangt in het houden van Gods geboden.

Wilhelmus á Brakel, een vooraanstaande theoloog uit de Nadere Reformatie, schreef in zijn Redelijke Godsdienst: ‘Aangezien het een genadeverbond is, worden alle voorwaarden aan de zijde van de mens volstrekt uitgesloten.’ Immers, Christus heeft voor de kerk aan alle voorwaarden voldaan. Dát is Evangelie. 

In de gemeente

Christus heeft voor ons geleden, heeft ons zó een voorbeeld nagelaten, opdat we in Zijn voetspoor zouden gaan, schrijft Petrus. Dan hebben we ten aanzien van de onvoorwaardelijke liefde tot de ander nog een lange weg te gaan. Juist in de gemeente mogen we oefenen in het liefhebben van de ander, in het uitnemender achten van de ander.

Moeilijk is dat niet als we gelijk denken, als we samen dankbaar zijn voor het beleid in de gemeente, voor de prediking, voor de inzet en inbreng van velen. Lastiger wordt het als je je ergert aan het gedrag van een broeder of zuster, als zijn karakter niet zo past bij het jouwe, als haar opvattingen niet stroken met jouw mening. Lastig kan het zijn vanwege zoveel redenen en omstandigheden. Lastig kan het eveneens zijn vanwege het uiterlijk van de ander. Het raakt ook het spreken over de sterken en de zwakken in de gemeente, over de houding ten aanzien van degenen die enige moeite hebben ten aanzien van op zichzelf middelmatige zaken. In Hebreeën 13 zijn het slechts enkele woordjes: ‘Laat de broederliefde blijven.’ Het zou zomaar kunnen dat achter dit appèl een wereld van kleine of grotere irritaties schuilgaat.

Aanvaarding

Het gesprek daarover begint echter met het elkaar aanvaarden. Die aanvaarding is gebaseerd op het werk van Christus: ‘Aanvaard elkaar, zoals Christus ons aanvaard heeft, tot heerlijkheid van God.’ (Rom.15:7) De heerlijkheid van God, die is hiermee gemoeid! Wie met anderen genodigd wordt tot het heilig avondmaal, kan in het gewone leven zijn naaste niet negeren of gering achten.

Bij die aanvaarding hoort het elkaar verdragen en het elkaar vergeven. In die weg (Kol. 3:13-15) kan de vrede van God beslag leggen op ons hart. Dan denk je over de ander niet kwaad – wat iets anders is dan dat het kwade in de gemeente toegedekt wordt.

Groot hart

Onvoorwaardelijke liefde, we oefenen dit in het huisgezin van God, in de kerk. Om dit voor het leven te leren, is het gewone gezin, waarin we opgevoed worden, cruciaal. Ouders mogen hun kinderen voorgaan in onvoorwaardelijke liefde naar elkaar, naar hun kinderen. Relatiecoach Cocky Drost schrijft in het boekje Lieve zus: ‘Ik ben dol op mijn moeder. Ze heeft een groot hart vol onvoorwaardelijke liefde. (…) Maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het stiekem best wel fijn dat mijn moeder niet perfect is. Het maakt haar namelijk menselijk.’ Liefde tot je naasten zonder voorwaarden – het betekent niet dat je zelf nooit een steek vallen laat. De gezindheid van het hart, die is hier beslissend.

Het was de rode draad in de boeken van de drie weken geleden overleden pedagoog dr. W. ter Horst: als je van je ouders geen onvoorwaardelijke liefde gehad hebt, is het moeilijker om te kunnen geloven in de onvoorwaardelijke liefde van God.

Jozef en zijn broers

Als afgunst de boventoon voert – een emotie die in menselijke relaties vaak aanwezig is – komt er van liefde niets terecht. Kijk naar het gezin van Jakob, de aartsvader die zijn aandacht over meerdere vrouwen verdelen moest. Het leidt bijna tot de dood van Jozef, het leidt tot zijn wegvoering naar Egypte. Johannes Chrysostomus, bijbeluitlegger uit de Vroege kerk, zegt in een preek hierover: ‘Terwijl Jozef op bewonderenswaardige wijze zijn broederlijke welwillendheid jegens hen bewaarde en geen enkel vermoeden had van hun boosheid, aangezien hij hen als broers vertrouwde, verdroeg hij alles wat in zijn nadeel bedacht was.’ Jozef gaat zijn broers eerst zoeken en is niet rancuneus ten opzichte van hen, als ze later met hem als onderkoning van Egypte geconfronteerd worden.

Jozefs liefde tot God maakt hem mild tegenover zijn broers. En in deze onvoorwaardelijk liefdevolle opstelling komt het kwaad van de broers aan het licht, komen ze tot het inzicht wat ze hun oude vader, Jakob, aangedaan hebben.

Ruggengraat

Kerk in Actie noemt moeders en vaders, verzorgers en grootouders de ruggengraat van de samenleving. Ja, waar zij onvoorwaardelijk liefhebben, is dit zo. Goed dat het diaconaat in deze tijd aandacht vraagt voor Papoea en Libanon, voor Noord-Oeganda en Almere, voor ver weg en dichtbij.

Zo ontdekken we dat het kruis van Christus een verticale en een horizontale balk kende; zo mag Gods liefde voor Zijn schepping bron van ons leven zijn of worden.

P.J. Vergunst