Waar bent u naar op zoek?

column

Oorlogsmuseum

10-11-2014

De jongelui mogen eerst aan de hand van een opdracht zelf het museum verkennen. Het staat vol met oud oorlogsmaterieel, wat vooral bij de jongens tot de verbeelding spreekt. Maar ook meiden vinden het wel stoer om een selfie met een tank te maken.

Als de rondleiding begint, is het tijd voor serieuze geschiedenis. Af en toe zie je de ogen oplichten. Leerlingen vinden het toch leuk dat ze dingen al weten. ‘Kijk meneer’, wijst een meisje met een blik van herkenning naar een bord over het Verdrag van Versailles. ‘Dat vertelde u ook hè’, merkt een jongen op als de gids vertelt over de hyperinflatie in Duitsland. Langzaam lijkt het kwartje te vallen dat geschiedenis echt over een werkelijkheid buiten ons klaslokaal gaat.

Gedurende de rondleiding komt het geschiedenisverhaal steeds dichter op de huid van de leerlingen te zitten. De broer van de gids moest onderduiken omdat hij niet in Duitsland wilde werken. ‘Echt uw broer?’, vragen de leerlingen. Dan staan we voor een houten kist met metalen binnenkant. De kist werd gevuld met water en gevangenen werden ondergedompeld om bekentenissen af te dwingen. Onwillekeurig huiveren sommige leerlingen, nu ze het martelwerktuig kunnen aanraken.

In een speciale ruimte is er aandacht voor de verschrikkingen in de concentratiekampen. Met ontsteltenis nemen leerlingen kennis van de foto’s. ‘Erg hè, Baarssen.’ Met ongeloof staan ze bij een boek waarin voor elke dode een pagina is ingeruimd met een gefingeerde doodsoorzaak. Het dikke boek met doden beslaat slechts enkele dagen. ‘Waarom doen mensen dat?’

De gids besluit zijn verhaal in het stiltecentrum. ‘Oorlog hoort in het museum thuis, dat zeggen wij hier in Overloon.’ De gids roept op tot verdraagzaamheid tussen bevolkingsgroepen. Wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, mag op geen enkele wijze worden herhaald.

De gids heeft volledig gelijk. Tegelijkertijd kijk ik over zijn schouder naar een davidster en een kruis. Oorlog is pas over als de Zoon van David terugkomt. Daar moeten we het op school nog maar eens over hebben.

Arjan Baarssen