Waar bent u naar op zoek?

Veertig jaar in de zending

Esther Visser
Door: Esther Visser
20-05-2021

Bijna veertig jaar is hij al actief in en voor de zending. Tim Verduijn is nu met pensioen, maar een echte zendeling gaat niet achterover leunen. ‘Ik wil de rijkdom van de wereldkerk delen met de kerk hier.’

De eerste stappen van het zendingswerk zetten Tim en zijn vrouw Elsbet in Haïti voor Woord en Daad, vanuit ‘een verlangen om kennis te delen met anderen buiten Nederland’. We schrijven 1982. Acht jaar later volgde er een uitzending naar het Karamoja-gebied in Oeganda. Tim: ‘Dat gebied was gevaarlijk, we wisten het van tevoren. Elsbet en ik voelden ons beiden geroepen om erheen te gaan; we hebben het onafhankelijk van elkaar besloten. Als er dan wat gebeurt op het veld, is er geen sprake van dat de een er per se heen wilde en de ander maar is meegegaan.’

De laatste jaren bent u voor de GZB regiocoördinator Zuidoost-Azië geweest. Wat vindt u de meest opvallende verschillen in geestelijk opzicht tussen Afrika en Azië?

‘In Afrika is de kerk wat ouder. De gemeenschap is er heel belangrijk. Er wordt duidelijk beleefd: geloven doe je niet alleen. Het christelijk geloof is geaccepteerd, althans in de landen waar ik gediend heb (Oeganda en Kenia). Er kan spontaan een gesprek over ontstaan; het kan je gebeuren dat de taxichauffeur je ernaar vraagt. In Afrika is de kerk er altijd. De kerk heeft een ingang in de samenleving, is verweven met het grondvlak. Hulpverlening verloopt vaak via de contacten binnen de kerk. Als verder alles plat ligt door oorlog en conflicten, blijft de kerk overeind. Dat vind ik zo mooi. Het christendom is er op sommige plekken al 2000 jaar, denk maar aan de kamerling uit Handelingen 8.

In Azië hebben de jonggelovigen me geraakt. Daar zie je het spontane van de eerste generatie christenen; ze evangeliseren actief onder familieleden en vrienden. Vaak hebben christenen in Azië met allerlei bedreigingen te maken. Overigens blijft in elk continent de vraag: Ben je een volgeling van Jezus?’

We horen juist ook over christenvervolging in Afrika. Zo staan Somalië, Libië, Eritrea en Nigeria allemaal in de top tien van de Ranglijst christenvervolging van Open Doors…

‘Ja, er is zeker christenvervolging, maar die is vooral afkomstig van terreurgroepen zoals Boko Haram, Al Shabaab, IS en dergelijke groepen meer. Het komt in de meeste landen niet zozeer bij de regeringen vandaan of bij de bevolking.’

Afrika wordt wel het verloren continent genoemd. Vindt u dat reëel?

Stellig: ‘Daar ben ik het niet mee eens. Uit wat ik hoor en zie van onze Afrikaanse broeders en zusters, blijkt dat ze hoop hebben. God is aan het werk in dat continent; dan is het nooit verloren.

Afrika kent twee gezichten: anarchie, wanbestuur, conflicten en milieurampen. Het is waar dat er veel etnische conflicten zijn. En de natuurlijke invloeden zijn in Afrika veel groter dan bij ons, denk aan de sprinkhanenplaag, aan droogte: die rampen hebben een geweldige impact. De woestijnoppervlakte neemt toe. Er is sprake van toenemende bevolkingsdruk, er zijn onderlinge spanningen tussen nomadische groepen, landbouwers en natuurbeschermers. Toch is er ook vooruitgang. De laatste tijd zijn in Rwanda grote stappen gezet op sociaal-economisch gebied en op het terrein van milieu en technologie. In demografisch opzicht is Afrika erg jong, terwijl we in het Westen en delen van Azië te maken hebben met toenemende vergrijzing.’

Gebed

Eerder zei Tim al dat het Karamoja-gebied in Oeganda een gevaarlijk gebied was. Mensen vroegen hem en zijn vrouw of het wel verstandig was om erheen te gaan. Des te belangrijker in zulke omstandigheden is meeleven in gebed. Hoe heeft het echtpaar concreet de waarde van een biddende thuisgemeente gezien?

‘We hebben gemerkt hoe waardevol gebed is toen we uitgezonden werden. Je merkte dat de gemeente in Zeist met ons meeleefde, trouwens ook de andere gemeenten die bij de uitzending betrokken waren. Dat bleek onder andere uit de post die we kregen. Meeleven in gebed geeft rust. Ook rond het overlijden van Elsbet (in 2020) heb ik dat gemerkt. Er zijn mensen om je heen die bidden als je het zelf soms niet kunt. Gebed is het draagvlak onder het leven van een christen.

Het kan ook nog gebeuren dat je niet eens voor iets bidt en het toch krijgt. Toen we in Oeganda woonden, moest onze zoon naar de middelbare school.

We konden echter geen school voor hem vinden en besloten dat we terug naar Nederland moesten voor zijn scholing. Toen moest ik een keer naar Kampala, ik verbleef in een gastenverblijf voor zendelingen. Die avond lag er een inschrijfformulier op mijn bed van een middelbare school in Congo (toen Zaïre). Een medewerker van Tear had die daar neergelegd. Mijn vrouw is er met onze zoon wezen kijken. Hij heeft er uiteindelijk een heel fijne tijd gehad. Het was echt een bevestiging van onze roeping. ‘Je kunt nog even blijven.’ Dit gebeurde in 1994 – daarna hebben we nog zes jaar in Afrika gediend!’

Biddende gemeenschap

‘Naast de mensen in Nederland die met ons meeleefden, hadden we ook een biddende gemeenschap in Oeganda zelf. Ondanks de gevaren van het Karamoja-gebied zaten er Oegandezen uit andere delen van het land die daar dienden als evangelisten. Dat waren toegewijde mensen, we vormden een hechte gemeenschap met elkaar. We hebben daar nare dingen meegemaakt, zoals die keer dat een goede Oegandese vriend werd doodgeschoten. We werden daarna zo goed opgevangen; dan ervaar je de kracht van de lokale christelijke gemeenschap. Dan zie je hoe de Oegandezen omgaan met het lijden, met de dood. De dood is meer natuurlijk onderdeel van het leven. We hebben daar veel begrafenissen bijgewoond. De mensen stierven aan aids, auto-ongelukken, geweld op straat. Lijden en verlies wordt anders beleefd dan in het Westen en meer in gebed gebracht.

De afhankelijkheid van God wordt door Afrikaanse christenen sterk ervaren. Ze bidden echt overal voor: niet alleen voor de maaltijden, maar ook voor een kopje thee, wanneer ze op reis gaan, als ze in een nieuw huis trekken. Het leven is er veel minder maakbaar en beheersbaar. De gewone, dagelijkse dingen opdragen aan God heeft iets moois. Men weet: de dingen zijn in Gods hand. Het moet natuurlijk geen magie worden, dat gevaar ligt zeker wel op de loer.’

Wat kunnen wij leren van de Afrikaanse christenen, van de wereldkerk in het algemeen?

‘Het mooie aan zending is dat je met verschillende denominaties en culturen werkt; je maakt kennis met verschillende manieren van geloofsbeleving en liturgie. Uiteindelijk kom je uit bij de kern: de Apostolische Geloofsbelijdenis. Dat geeft vrijheid. Ik zou willen zeggen: laten we niet te klein denken van God. Je hebt de wereldkerk nodig om Zijn grootheid te zien. We kunnen erg met onszelf bezig zijn, maar laten we de blik naar buiten richten. Laten we kijken naar andere kerkgenootschappen, de internationale kerken, de migrantenkerken. De kerk in Nederland krimpt, samenwerking wordt de komende jaren heel belangrijk.’

U bent nu met pensioen. Maar een echte zendeling gaat natuurlijk niet met pensioen…

Glimlachend wijst Tim naar de landkaart achter hem. ‘Ik zit nu op het GZB-kantoor, ik ben vrijwilliger geworden. Zoals ik al zei: ik wil de rijkdom van de wereldkerk delen met de kerk hier. Hoe dat precies vorm gaat krijgen, weet ik nu nog niet. Ik ben de laatste tijd geraakt door Psalm 139, vooral de eerste verzen (Ú kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.) In het bijzonder word ik aangesproken door lied 905 uit Zingen en bidden in huis en kerk, ‘Wie zich alleen door God laat leiden’. God leidt mijn leven. Zo mag ik mijn weg gaan.’

Laat Gods genade u genoeg zijn,

die voor u uit zijn sporen trekt.

Hij is het zelf die ons voorziet;

wat ons ontbreekt ontgaat Hem niet.

Zing maar en bid, en ga Gods wegen,

doe wat uw hand vindt om te doen.

Weet dat de hemel zelf u zegent,

U brengt naar weiden fris en groen.

Wie zich op God alleen verlaat,

weet dat Hij altijd met ons gaat.

Esther Visser
Esther Visser