Waar bent u naar op zoek?

Verbijstering en verwondering

dr. M.J. Kater
Door: dr. M.J. Kater
22-04-2022

De verzoening door en met God is van wezenlijke betekenis voor de prediking. Dat geldt allereerst voor de inhoud van de prediking: verzoening in de prediking. Niet minder echter voor de prediking zelf als gebeuren: verzoening door de prediking. Geen verkondiging van heil en heling zonder verzoening.

Preken over verzoening is het zingen van een veelstemmig lied. In dit inleidende artikel tekenen we enkele hoofdlijnen over de veelomvattende vraag: ‘Hoe het thema van de verzoening aan de orde te stellen in de prediking?’ Vervolgens zal een aantal concrete voorbeelden volgen.

Herstel

Vanuit het Oude en Nieuwe Testament klinkt een machtig lied over de verzoening. Het gaat over twee hoofdaspecten: de bedekking van de zonde en schuld en het herstel van de verhoudingen. Het eerste klinkt door in onder meer de prediking van de Grote Verzoendag en het verzoendeksel, zoals ook Paulus dat woorden geeft voor de christelijke gemeente in Romeinen 3: ‘Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening (verzoendeksel!) door het geloof in Zijn bloed.’ (vs.25) Het tweede aspect staat bijvoorbeeld centraal in het hoofdstuk over prediking als ‘bediening van de verzoening’: ‘En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus.’ (2 Kor.5:18) Onvoorstelbaar groot: geen vervreemding meer, geen schuld meer, er zit niets meer tussen God en Zijn gemeente. Als in de verkondiging de verbijstering over zonde en schuld en de verwondering over de genade van de verzoening verstomt, verspelen we het recht van (s)preken.

Eenzijdig

Om iedere gedachte te voorkomen dat God op de gedachte van verzoening gebracht zou moeten worden of dat er ook maar iets aan de verzoening door God voorafgaat, is het van belang te benadrukken dat het initiatief tot verzoening van de Vader uitgaat en dat Hij daarom Zijn Zoon gezonden heeft (1 Joh.4:9- 10). De Vader heeft lief, hoewel we vijanden, goddelozen en zondaren zijn. Hij had zondaren lief vóórdat Christus voor hen stierf. Omdat Hij zondaren liefheeft, sterft Christus als het Lam van God. Dus niet iets in de trant van: ‘God heeft u lief, omdat Christus voor u stierf.’ Er gaat ook bij ons niets aan vooraf, geen enkele voorwaarde waaraan wij zouden moeten of kunnen voldoen. Dat maakt ook de radicaliteit van de genade van de verzoening uit. Wat gaat eraan vooraf? Soevereine liefde, heilige liefde, eeuwige liefde: ‘Het is dus zo dat God de Vader met Zijn liefde nog aan onze verzoening in Christus voorafgaat: Hij is het eerst! Ja, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, verzoent Hij ons daarna met Hem. Maar omdat in ons, zolang Christus ons nog niet met Zijn dood te hulp komt, de ongerechtigheid blijft bestaan die Gods verbolgenheid verdient en die in Zijn ogen de vloek en het oordeel waardig is, verkrijgen wij niet eerder de volkomen en hechte vereniging met God dan wanneer Christus ons met Hem verenigt.’ (Calvijn, Institutie, II.16.3).

Hoe moet het thema van de verzoening aan de orde gesteld worden? Door de hartenklop van de Vader te laten horen. Dat kan nooit eentonig zijn.

Veelzijdig

Het gaat in de prediking van de verzoening niet alleen over Jezus’ sterven voor zondaren, met daarbij aspecten als het dragen van de toorn van God, het voltrekken van de wraak van God, de betaling van de schuld en de overwinning op de machten van de dood en de duisternis (Kol.2:15). De verzoening is ook kosmisch van aard en omvang: een nieuwe schepping, een nieuwe hemel en aarde waarop gerechtigheid woont.

Evenzeer gaat het over Christus’ léven in een volkomen gehoorzaamheid (Hebr.5:5-7), in overgave en toewijding en over wandelen in Zijn voetsporen (Hebr.12:1-2). Klassiek gezegd: het gaat over zowel de actieve (dadelijke, dat wil zeggen gehoorzaamheid metterdaad) gehoorzaamheid als de passieve (lijdelijke, dat wil zeggen door en in het lijden dat Jezus ondergaat) gehoorzaamheid. Christus’ leven en sterven zijn één. Hij offert Zichzelf als het smetteloze en onbevlekte Lam van God (1 Petr.1:18-19). Hoe het thema van de verzoening aan de orde stellen? Door de verkondiging als het laten horen van de hartenklop van de Zoon. Daar is immers het hele Evangelie vol van.

Veelkleurig

Veelkleurig is de genade van de verzoening ook in de uitwerking ervan in een verzoend leven, met God en onze naaste. Er is het onmisbare aspect van de dage-lijkse vergeving vanuit deze verzoening. In onszelf komen we nooit boven de belijdenis van de tollenaar uit: ‘O God, wees met mij, de zondaar, verzoend.’ Dat is geen achterhaald station. Zeker, ‘in Christus’ ontvangen we het nieuwe leven en zijn we verzoend. Dat leven waaiert dan wel breed uit in de vrucht van de Geest (Gal.5:22), in een leven waarin we hunkerend uitzien naar het zichtbaar worden van de verzoening van alle dingen, van de gehele kosmos (Kol.1:20). Het ene lied over de Hogepriester en Zijn dienst van de verzoening in de brief aan de Hebreeën wordt vertolkt in allerlei toonaarden, waarin ook de gastvrijheid en mededeelzaamheid niet ontbreken. Het gaat bij verzoening evenzeer over de gelijkenis van de rijke man en Lazarus als over de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar.

Hoe het thema van de verzoening aan de orde stellen? In en door de prediking als de woorden van Geest en leven horen we de hartenklop van de Geest.

Delen in het heil

Een verzoend leven is leven uit de ‘menigerlei’ (veelkleurige) genade van God. De prediking als dienst van de verzoening volstaat niet met het meedelen van een stand van zaken. Zonder de geloofsverbinding met Christus staan we buiten deze verzoening. ‘En dan moeten we het in de eerste plaats ervoor houden dat alles wat Christus voor de zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft, nutteloos voor ons is en van geen enkel belang, zolang Hij buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Om ons te laten delen in hetgeen Hij van de Vader ontvangen heeft, moet Hij dus de onze worden en in ons wonen.’ (Inst.III.1.1) Dat maakt de ernst van de prediking uit. De prediking doet delen in die verzoening, maar deze kan ook in ongeloof en verzet verworpen worden. De ‘bediening der verzoening’ is tevens bediening van de ‘sleutel van het hemelrijk’ (HC, zondag 31).

Hoe preken over de verzoening? In het besef dat het zaak is van leven of dood, binnen of buiten. Ook voor de prediker zelf: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’ Met deze zin zet de prediker zijn leven op het spel, zijn eigen heil en dat van de hoorders. Hier bereikt de prediking haar hoogtepunt en daarmee ook haar gevaarlijkste punt. De naam komt in actie, en dat is het doel van alle prediking. In deze vijf woorden concentreert zich het ‘evangelische’ van de prediking van het Evangelie’, aldus de Duitse homileet Rudolf Bohren in zijn homiletiek (Predigtlehre).

Ga heen in vrede

Het blijft een onuitsprekelijk wonder dat met de woorden van de verkondiging het bloed van Jezus druppelt op de gemeente. Dat oudtestamentische beeld (Ex.24) is zo welsprekend. Toch zullen we deze manier van spreken wel moeten uitleggen. Immers, bloed dat reinigt van alle zonde en onreinheid, gaat tegen ons gevoel in (een kind voelt zich juist vies als het onder bloed zit). Daarom zullen we duidelijk moeten maken dat het in het spreken over het ‘bloed van Christus’ gaat om het volmaakte leven dat Christus gegeven heeft in volkomen toewijding en overgave aan de Vader.

Werkt spreken over zonde en schuld, genade en vrijspraak, over de bittere noodzaak en de heerlijke realiteit van de verzoening vervreemdend voor de mens van de 21e eeuw? Zelfs als dat zo zou zijn, dan nog is het de roeping van de kerk om juist de vragen aan de orde te stellen die geen vragen (meer) zijn in onze ziel en de ziel van onze samenleving. Wie echter kennisneemt van de literatuur en tijdschriften, bemerkt dat men juist vandaag verlegen is om een plek waar je met je schuld en de puinhopen van je leven terechtkunt, waar je niet onbarmhartig aan de schandpaal genageld wordt, maar waar met je verleden genadig wordt afgerekend.

Na iedere week op de zondag weer beginnen met een schone lei? Dát is het wonder van genade. Hier is iedere vanzelfsprekendheid uit den boze. Het tegendeel van goedkope genade klinkt door in woorden die op de melodie van poëzie wellicht het hart het dichtst naderen:

Gij hebt het hoog geheim doorbroken, Here Jezus,

tussen ons en de Vader, naar Uw Woord

mogen wij zonder zonde zijn en nieuwe wezens,

wat er ook in ons leven is gebeurd.

Ik deed, van alles wat gedaan kan worden,

het meest misdadige – en was verdoemd.

Maar Gij hebt God een witte naam genoemd,

met die van mij. Nu is het stil geworden,

zoals een zomer om de dorpen bloeit.

En moeten ook de bloemen weer verdorren:

mijn lenden zijn omgord, mijn voeten staan geschoeid.

Uit Uwe Hand ten tweede maal geboren,

schrijd ik U uit het donker tegemoet.

Gerrit Achterberg

dr. M.J. Kater
dr. M.J. Kater