blog

Amen zeggen

Vier motieven om openbare belijdenis te doen

03-04-2019

Waarom zou je eigenlijk belijdenis doen? In allerlei gemeenten die tot de Protestantse Kerk behoren, is het niet eens nodig om te kunnen deelnemen aan het heilig avondmaal.

Bovendien moet je om belijdenis te kunnen doen, ‘bekeerd’ zijn. En wanneer ben je dat? 

Ook bestaat de kans dat je na belijdenis te hebben gedaan, al spoedig verkozen wordt tot ambtsdrager, terwijl je net in een levensfase verkeert waarin de hectiek en de stress toch al groot kunnen zijn. Al met al genoeg redenen om het op de lange baan te schuiven. 

Kerkorde

Toch staat in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (art.XI,8) maar liefst een viervoudige reden om wél openbare geloofsbelijdenis af te leggen: om de doop te ontvangen of te beamen, om van de Heere te getuigen, om medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus en om te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten. We zouden deze viervoudige reden kunnen samenvatten met de begrippen doop, getuigenis, verantwoordelijkheid en trouw. 

Belijdeniscatechisatie

Laten we vooral het grote belang van de belijdeniscatechisatie ook niet vergeten. Juist voor wie met nog veel vragen rondloopt, kan belijdeniscatechese veel betekenen. Het kan zijn dat je aan het begin nog echt niet weet of je überhaupt wel belijdenis gaat doen. Maar dat je gaandeweg, mede door persoonlijke geloofsgesprekken en getuigenissen, een prachtige geestelijke ontwikkeling doormaakt. Vergeet ook niet hoe belangrijk het omgaan met en de kennis van de Bijbel is, en de verdieping in de geloofsleer. Juist in een tijd als de onze.

Bij geloofsleer denk ik vooral aan de gewone klassieke thema’s, zoals allerlei onderwerpen die ondergebracht kunnen worden bij God de Vader, bij God de Zoon en bij God de Heilige Geest. Maar ook aan de orde van het heil en onderwerpen als de sacramenten, het gebed, kerk en zending, Israël, huwelijk en seksualiteit, enz. Er zal ook ruimte moeten zijn voor onderwerpen waar je zelf mee rondloopt.

Bi dit alles moet wel worden bedacht dat catechese meer is dan cognitieve kennis verkrijgen. Wezenlijk hierbij is het onderlinge vertrouwen, het kwetsbaar durven zijn en het onderlinge open gesprek. Als voorgangers moeten we onszelf ook kwetsbaar durven opstellen en in ons hart durven laten kijken. Jongeren moeten voorbeelden hebben van mensen die leven uit het geloof. Om heilig jaloers gemaakt te worden. 

Doop

Laten we vervolgens de vier motieven van de kerkorde tegen het licht houden. In de eerste plaats de doop, die zeker iets met belijdenis doen te maken heeft. In de tijd van de Vroege Kerk werd je door de doop ingelijfd in de kerk. Daar ging altijd een persoonlijke geloofsbelijdenis aan vooraf.

In de Bijbel vinden we dat terug bij de doop van de kamerheer uit Handelingen 8. Op de vraag van Filippus of hij met heel zijn hart gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is, antwoordt hij: ‘Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.’ Bij de kinderdoop ontbreekt deze persoonlijke belijdenis. Daarom is het wezenlijk om dat persoonlijke getuigenis alsnog af te leggen te midden van de christelijke gemeente.

De kerkorde spreekt over het beamen van de doop. Je zegt ‘amen’ op wat door God de Vader werd toegezegd in de doop, namelijk dat je door Zijn genade mag geloven dat Hij je tot Zijn kind en erfgenaam heeft aangenomen, met alles erop en eraan.

Je zegt ook ‘amen’ op wat door de Zoon werd toegezegd: dat je door Zijn plaatsvervangend lijden en sterven mag geloven dat je van al je zonden bevrijd bent en dat je ingelijfd bent in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding en dat je hierdoor voor God rechtvaardig bent.

En je zegt ‘amen’ op wat door de Heilige Geest werd toegezegd: dat Hij in je is komen wonen en dat je tot lid van Christus geheiligd bent. En dat alles uit louter genade, alleen om de verdienste van Christus. 

Heilzame spanning

Laten we eens eerlijk zijn: wat is er rijker dan dit voor Gods aangezicht te midden van de christelijke gemeente te mogen belijden? Ds. Bernardus Smytegelt zei ooit in een preek over de doop tegen jongeren die geen belijdenis wilden doen: ‘Als je de Heere niet wilt dienen, wees dan zo eerlijk om naar voren te komen en zweer dan hier voor de kansel je doop af.’ De doop roept ons immers op tot een leven met God, in de dagelijkse navolging.

En als ik het nu graag wil, maar niet kan als ik op mezelf zie? Laat deze nood dan maar in de heilzame spanning van het ‘moeten’ en ‘niet kunnen’ brengen. In die spanning blijft er maar één weg open en dat is de weg naar Boven. Tot wie zullen we immers anders heengaan?

Getuigen

Prachtig is het dat de kerkorde ook oproept tot getuige-zijn. Belijden in de kerk, tussen gemeenteleden en vrienden, is misschien nog niet eens zo moeilijk. Maar daarna op school, de universiteit, tussen collega’s op het werk, in het gezin… Ineens kunnen er van die gelegenheden zijn waarbij we er niet op zitten te wachten en waarin het juist nodig blijkt te zijn.

Getuigen roept vaak weerstand op. Dat ligt niet alleen aan de gelegenheid of de mensen rondom ons, maar dat heeft ook met het Evangelie zelf te maken. Het Woord van God schuurt immers nogal, vooral als het over ethische kwesties gaat.

Laten we hierbij ook bedenken dat getuigen niet altijd in woorden zit. Er wordt vooral gelet op onze levenswandel.

Medeverantwoordelijk

Een goede bekende vertelde ooit dat hij nooit belijdenis had gedaan, omdat hij dan mogelijk verkozen zou worden tot ambtsdrager en daartoe voelde hij zich niet bekwaam. Hoewel hij zich er veel te gemakkelijk van afmaakte, zag hij wel scherp dat belijdenis doen kerkelijke consequenties meebrengt.

We beloven bij de derde vraag uit het formulier namelijk dat we met de ons geschonken gaven zullen meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus. We zeggen immers niet alleen ‘ja’ tegen God, maar ook tegen Zijn gemeente. Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar. Laten we bedenken dat de Geest gaven uitdeelt en dat het veel voldoening kan geven om met die gaven dienstbaar te zijn aan de opbouw van het lichaam van Christus. Daniël 12 zegt zelfs dat zij die er velen rechtvaardigen, zullen blinken als de sterren, voor eeuwig en altijd.

Trouw

Als laatste benadrukt onze kerkorde te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten. We leven in een tijd van individualisme en verlangen om als vrij individu succesvol te zijn op de markt. Juist in zo’n tijd is het belangrijk om bij een gemeenschap te horen, elkaar vast te houden, aan te scherpen en te bemoedigen én om ook zelf vastgehouden te worden. Want wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

Op onze pelgrimsweg hebben we voortdurend geestelijk voedsel nodig. Vanuit het Woord en van de tafel des Heeren. Daarom: laten we erbij zijn als de gemeente bijeenkomt. Laten we verwachting hebben van wat daar gebeurt. Het is rijk om steeds opnieuw gevoed te worden en niet te verslappen, maar te groeien in de genade en kennis van de drie-enige God.

H. Liefting