Waar bent u naar op zoek?

Waardevolle vrijheden

Ir. H.J.A. Ruissen
Door: Ir. H.J.A. Ruissen
16-06-2022

Wij mogen in Nederland genieten van eersteklas christelijk onderwijs. Dit voorrecht staat onder druk in veel andere EU-landen en vanuit Brussel. De vrijheid en financiering staan op het spel. We moeten waakzaam en strijdbaar zijn: christelijk onderwijs is immers een bijzonder groot goed.

Velen van ons genoten zelf in de klas van de bijbelverhalen en leerden al jong de waarde van het Evangelie. Het lijkt zo vanzelfsprekend om een ‘School met de Bijbel’ te kiezen voor kinderen. De moeilijkste kwestie is welhaast wélke richting van ons christelijk onderwijs het geschiktst is. De overheid betaalt ook de christelijke school, het schoolbestuur bepaalt de koers.

Over de grens is dat een ongekende luxe. In veel landen zijn amper protestantse of zelfs christelijke scholen. Of ouders moeten de kosten grotendeels zelf betalen. Om wat voorbeelden te geven: in Spanje betalen ouders een grote bijdrage aan christelijke scholen. In België en Polen gaat het bij christelijke scholen vrijwel uitsluitend om katholieke scholen: er is amper protestants onderwijs.

Ongunstige trend

De trend is bovendien helaas niet gunstig. Donkere wolken pakken zich samen boven de vrijheid van onderwijs. Die wolken komen vooral uit Brussel, waar de EU-instellingen zich beginnen te richten op het onderwijs. Zo werkt de Europese Unie sinds kort aan een ‘Europese Onderwijs Ruimte’, die in 2025 klaar moet zijn. Daarbij dienen Nederland en andere landen bevoegdheden voor onderwijs over te dragen aan Brussel. De EU wil het onderwijs in de 27 lidstaten ‘verbeteren en moderniseren’ door standaarden te zetten voor kwaliteit. Een van de onderdelen zal dan zijn om meer les te geven in Europees burgerschap. Overdracht van onderwijsbeleid naar Brussel lijkt ons geen goede richting. Landen verschillen te sterk voor een federaal Europees lesprogramma. Ieder land moet het onderwijs kunnen regelen dat past bij de eigen samenleving. Beter nog: de ouders moeten zelf de scholen kunnen oprichten die ze het best vinden passen bij de beoogde opvoeding.

Vrijheid onder druk

Landen die de zeggenschap over het onderwijs geheel of gedeeltelijk uit handen geven, creëren grote risico’s voor de scholen en de keuzevrijheid. Temeer wegens de nogal atheïstische wind die waait in organisaties zoals het Europees Parlement.

We zien al hoe bijvoorbeeld wordt geknaagd aan de vrijheid om de Bijbel te interpreteren. Wat mag een meester of juf in de klas nog vertellen over de Bijbel? Mag die nog de bijbelse visie vertellen over bijvoorbeeld samenwonen van mensen van hetzelfde geslacht?

De Europese Commissie heeft een wetsvoorstel ingediend om ‘haatzaaien’ als een EU-misdaad te bestempelen. Daardoor kan de EU minimumregels opstellen over wat strafbaar moet zijn in elk land. ‘Haatzaaien’ gebeurt volgens sommigen al door te citeren uit de Bijbel. Bekend is de strafzaak tegen de Finse oudminister Päivi Räsänen. Zij had op Twitter gevraagd waarom de kerk een gaypride steunt en voegde daar een foto van bijbelverzen aan toe. Een celstraf dreigde, maar ze werd uiteindelijk vrijgesproken.

In eigen land zagen we ds. A. Kort uit Krimpen aan den IJssel, tegen wie aangifte werd gedaan omdat hij het gemeentebestuur had gevraagd zonden als ‘hoererij’ uit te bannen. Ook zijn niet-vervolging geeft een bepaalde geruststelling, maar duidelijk is dat de vrijheid van godsdienst onder druk staat.

Ook nationale overheden proberen de vrijheid te ondermijnen. De Zweedse overheid wil meer invloed op de inhoud van de godsdienstlessen. Aanleiding waren problemen op islamitische scholen. De wet die de overheid een grotere greep wil geven, treft echter alle scholen met religieus onderwijs. Onduidelijk is nog hoe dit in de praktijk zal uitpakken.

Waakzaam

Om het tij te helpen keren, mocht ik in april gastheer zijn van een beraad van christelijke scholen in Europa. In Brussel kwamen vertegenwoordigers bijeen uit vele EU-landen, mede onder voorzitterschap van P.W. Moens, bestuurder van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Het was een bemoedigende bijeenkomst. Een van de conclusies is dat we waakzaam en strijdbaar moeten zijn. We moeten actief de vrijheid van onderwijs en vrijheid van godsdienst verdedigen. Ja, zelfs zo mogelijk uitbreiden. Hiervoor is veel gebed en energie nodig. We mogen ons daarbij gesteund weten, omdat we staan voor de verkondiging van Gods Woord zelf.

Lichtpuntje

Door alle donkere wolken heen mogen we toch een lichtpuntje ontwaren. Er zijn gelukkig ook landen waar het wel de goede kant op gaat met christelijk onderwijs. Kijk naar Hongarije. Na de val van het communisme heeft het christelijk onderwijs daar een enorme impuls gekregen. De regering van de conservatieve premier Victor Orbán beseft hoe belangrijk onderwijs is voor de overdracht van klassiek christelijke waarden en investeert daarom veel in scholen met een duidelijke christelijke identiteit. Zo zijn er nu meer klaslokalen met een kruis, evenals lessen die beginnen met gebed. Sinds de regering-Orbán hier extra op inzette, is het aantal katholieke scholen al snel verdubbeld: van 9 procent in 2010 naar 18 procent in 2018.

Dit hoopgevende voorbeeld raakt terloops wel aan een andere vraag: in hoeverre kunnen christelijke scholen missionair zijn? Is het raadzaam om nietgelovige kinderen toe te laten tot christelijke scholen? Of tasten we daarmee de eigenheid en doel van dit onderwijs aan?

Waardevol

De conclusie mag zijn dat de Nederlandse vrijheid van onderwijs en vrijheid van godsdienst zeldzaam waardevol zijn. Onze christelijke scholen moeten we koesteren, met de bijzondere ruimte voor vele richtingen aan christelijke scholen. Dit is de beste manier om nieuwe generaties te laten kennismaken met het Woord. Onderwijs is immers een verlengstuk van de opvoeding, niet van de overheid. We willen kinderen leren wat wij als ouders belangrijk vinden. Daar moet ruimte voor zijn en blijven.

De overheid mag dit faciliteren, door scholen te financieren. De Europese overheid mag helpen om studenten internationaal uit te wisselen en elkaars diploma’s te erkennen of docenten hun beste praktijken te laten delen. Verder moet de overheid de vrijheid van onderwijs respecteren.

Christelijk onderwijs is een kostbaar voorrecht, een zegen, als een combinatie van het recht op vrijheid van onderwijs en het recht op vrijheid van godsdienst.

We mogen dit niet als vanzelfsprekend ervaren. We moeten daarvoor steeds opkomen en de bedreigingen tegengaan. Alleen zo kunnen we toekomstige generaties blijven voorzien van voldoende Scholen met de Bijbel, en zo weer vele kinderen een goede christelijke basis geven voor hun hele verdere leven.

Ir. H.J.A. Ruissen
Ir. H.J.A. Ruissen