Waar bent u naar op zoek?

Zelfverloochening

dr. R.W. de Koeijer
Door: dr. R.W. de Koeijer
05-11-2020

Calvijn luistert sterk naar het onderwijs van de Heere Jezus Christus wanneer hij nadenkt over het leven als christen. Volgens hem staan twee woorden centraal: ‘zelfverloochening’ en ‘kruisdragen’. Woorden die aangeven dat het geloofsleven wat kost.

De vorige keer zagen we dat drie motieven het christenleven volgens Calvijn typeren: heiligheid, gelijkvormigheid en dankbaarheid. De hervormer wil met deze motieven helder maken dat de gehoorzaamheid aan Gods gebod in een christelijk kader staat en daarom beslist verschilt van nette en fatsoenlijke burgerlijkheid. Heiligheid, gelijkvormigheid en dankbaarheid vormen de aansporingen om als gelovige oprecht en afhankelijk te leven.

Eigenwaan

Calvijn kan het leven als christen ook omschrijven als toewijding aan God, waarbij het begin van Romeinen 12 doorklinkt. Alleen zo staat God centraal en krijgt Hij de eer. Deze toewijding heeft echter wel verstrekkende gevolgen, want we zijn geroepen om in ons denken, spreken, doen en laten voor Hem te leven en te sterven. Dit vraagt om een geestelijke focus die steeds meer wordt gericht op Gods bedoeling met elke christen:

‘Wij zijn van God; laat ons leven dus in alle opzichten op Hem gericht zijn als het enige wettige doel. O, hoe ver is hij gekomen die geleerd heeft dat hij niet van zichzelf is en die daarom afstand gedaan heeft van de leiding en regering over zijn eigen verstand om die aan God over te dragen!’

Vanwege de zonde ligt deze gerichtheid op Gods wil niet voor de hand. Daarom kan de weg achter Christus aan niet zonder zelfverloochening, zoals de Heere Zelf aan Zijn discipelen verkondigde (Matt.16: 24). Concreet houdt zelfverloochening volgens Calvijn in dat er geen enkele ruimte overblijft voor overdreven zelfliefde, die tot uiting komt in trots, gierigheid, materialisme en genotzucht. Hij vraagt zich af of het geloof in Christus eigenlijk wel nodig is om zo te leven, want heidense filosofen hebben ook allerlei goede principes en levenskeuzes aangeprezen.

Toch is hij bang dat eigenwaan en de opinie van mensen bij deze denkers een grote rol hebben gespeeld. Vanwege zijn zondige verdorvenheid zal een mens het goede voor God en de mensen echter alleen kunnen bereiken in de weg van bekering, of zoals Jezus het noemt: zelfverloochening. Alleen zo leer je om niet meer je eigen belang centraal te stellen, maar te zoeken naar Gods wil. Calvijn geeft eerlijk toe dat het niet eenvoudig is om zo te leven, want eigenlijk is niets zo moeilijk als ingaan tegen je eigen zondige begeerten en jezelf te richten op Gods bedoeling. Bemoedigend is echter dat Christus Zijn discipelen niet alleen tot zelfverloochening heeft opgeroepen, maar hiervoor Zelf de weg heeft gebaand door Zijn dood en opstanding. Bovendien bespreekt Calvijn deze zaak in het verband van de Heilige Geest. Hij zorgt ervoor dat mensen deel krijgen aan Christus en gaan leven voor hun Verlosser en Heere.

Schatten verzamelen

Het belangrijkste deel van de zelfverloochening heeft volgens Calvijn betrekking op de verhouding met God. Het grote probleem is dat wij mensen van nature graag schatten op aarde willen verzamelen en daarom rijkdom, eer en macht hoog aanslaan. We moeten er niet aan denken om in armoede of andere problemen terecht te komen:

‘We zien dan ook hoe rusteloos van gemoed de mensen zijn, hoeveel kunstgrepen zij beproeven en welke moeiten zij zich getroosten die hun leven volgens hun eigen plan inrichten, om alles te verwerven waarnaar hun eerzuchtig of hebzuchtig verlangen uitgaat, en om anderzijds te ontkomen aan armoede en een lage staat.’

Maar aardse voorspoed is niet hetzelfde als zegen van God. Volgens Calvijn moet het ons juist hierom gaan, want Gods zegen maakt je zowel in voorspoed als in tegenspoed gelukkig en tevreden. Concreet betekent zelfverloochening dus dat je verder kijkt dan uiterlijke omstandigheden en schone schijn. Het gaat in het christenzijn om God en het leven met Hem. Deze focus op Gods onmisbare zegen bewaart je ervoor om aardse zaken op een verkeerde manier na te jagen. Je kunt niet verwachten dat God je zegent als je met fraude, leugen en diefstal je positie probeert te verbeteren. Zelfverloochening gaat echter nog verder. De gerichtheid op Gods zegen betekent ook een rem op onbeheerste verlangens naar rijkdom, macht en eer. Het gaat er Calvijn dus om dat je voorspoed en geluk niet aan je eigen inzet en kennis toeschrijft, maar aan Gods goede hand.

Tegenslag

Calvijn gaat ook in op zelfverloochening onder tegenslagen. In zijn indringende opsomming van wat wij mensen aan moeite kunnen meemaken, merk je dat hij hier zelf iets van heeft geproefd, zowel in zijn leven als in zijn tijd. Hij noemt de pest, oorlogsgeweld, mislukte oogsten, armoede, verlies van geliefden en brand. Stuk voor stuk zijn dit zaken die mensen aangrijpen om op God te schelden en Hem van wreedheid of onrecht te beschuldigen.

Zelfverloochening betekent echter dat je de Heere niets verwijt of eindeloos klaagt, maar jezelf aan Zijn leiding toevertrouwt. Hoe bedoelt Calvijn dit? Zijn benadering ligt in de lijn van Romeinen 8, waar Paulus verkondigt dat niets kan scheiden van de liefde van Christus én dat alle dingen meewerken ten goede. Calvijn is ervan overtuigd dat God de dingen almachtig bestuurt en tegelijk als Vader voor Zijn kinderen zorgt. Daarom onderscheidt hij de christelijke troost scherp van de heidense ‘troost’, die oproept tot berusting in het onvoorspelbare lot. Voor de hervormer is de kern van de zaak dat in de tegenslagen Gods vaderlijke hand aanwezig is:

‘Maar een gelovige behoort ook in deze zaken Gods zachtmoedigheid en ware vaderlijke goedheid te zien. Al ziet hij zijn huis tot een oord van eenzaamheid gemaakt doordat zijn familieleden weggenomen worden, ook dan zal hij niet ophouden de Heere te prijzen. Ja, hij zal zich veeleer keren tot deze gedachte: toch zal de genade van de Heere, die intrek in mijn huis genomen heeft, het niet alle troost doen missen. Al is het gewas door de rijp aangetast, door de vorst vernietigd of door de hagel platgeslagen en ziet hij honger dreigen, toch zal hij de moed niet laten varen of God verwijten maken, maar in dit vertrouwen blijven: toch verkeren wij onder de hoede van de Heere en zijn wij schapen, gevoed in Zijn weiden; Hij zal ons dus in de grootste nood van voedsel voorzien.’

De naaste prijzen

Zelfverloochening heeft ook betrekking op de naaste. Volgens Calvijn ligt het namelijk niet voor de hand dat de mens zich inzet voor het welzijn van zijn naaste, omdat hij graag zelf in het middelpunt staat. Hij miskent bijvoorbeeld de gaven van anderen die hij graag bij zichzelf bewondert. Omgekeerd vergroot hij de gebreken van anderen uit, terwijl hij deze bij zichzelf graag verkleint.

Eigenliefde en eerzucht worden volgens de hervormer dan ook alleen door zelfverloochening op twee manieren effectief bestreden. Ten eerste dienen we te beseffen dat alle goede gaven van God afkomen en daarom genade zijn. Ten tweede is het nodig om jezelf vanwege je tekortkomingen te verootmoedi‑ gen, terwijl je de goede gaven van anderen gerust mag prijzen. Zo leer je matig, bescheiden en vriendelijk met je naaste om te gaan. Calvijn vat de goede christelijke houding zo samen: ‘Zo zul je ook nooit langs een andere weg tot ware zachtmoedigheid komen dan door een hart te hebben dat doortrokken is van een lage dunk van jezelf en een hoge dunk van de ander.’

Omdat hij weet hoe moeilijk de mens het welzijn van zijn naaste daadwerkelijk zoekt, kan toewijding aan de ander volgens Calvijn ook alleen maar gebeuren wanneer hij zijn eigen belang opzijschuift. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de gedachte dat geestelijke gaven geschonken zijn met het oog op de naaste, met name in kerk en gemeente. De hervormer denkt hierbij aan het bijbelse beeld van de gemeente als lichaam van Christus. De ledematen zijn niet bestemd om afzonderlijk te functioneren, maar staan ten dienste van het hele lichaam. De twee samenhangende noties dat we rentmeesters zijn én dat we zijn geroepen om door de liefde te leven, zijn beslissend voor de dienst aan de naaste.

Innerlijke houding

Terwijl de liefde voor medegelovigen niet vanzelfsprekend is, geldt dit zeker voor de roeping om alle mensen lief te hebben. Daarom roept Calvijn in bijbels licht zijn lezers op om niet te kijken naar wat mensen verdienen, maar naar Gods beeld in hen. Elk mens is immers door Hem geschapen. Alleen zo is het mogelijk om zelfs je vijand lief te hebben en kwaad met goed te vergelden.

Calvijn benadrukt nog een keer dat de roeping tot naastenliefde alleen kan worden vervuld in de weg van zelfverloochening. Hierbij waarschuwt hij wel voor pure uiterlijkheid, want zelfverloochening kan met tegenzin gebeuren, hooghartig of met een grauw en een snauw. Daarom gaat de innerlijke houding van barmhartige liefde voorop, waarbij het beeld van het lichaam opnieuw naar voren komt. Het is toch niet vreemd als de zorg van het hele lichaam is gericht op het zwakke deel ervan? Dat is eerder een liefdevolle vanzelfsprekende zaak dan een kille plicht.

Zelfverloochening betekent in Calvijns optiek dus een kruis door alle menselijke gedachten van goed leven en zinvol christenzijn. Zijn woorden prikkelen ook in onze tijd, waarin zelfontplooiing en menselijke welzijn hoog staan aangeschreven. Het verbaast dan ook niet dat kruisdragen het volgende kernbegrip is dat de hervormer aan de orde stelt.


Toegewijd leven

In vier artikelen belichten we Calvijns visie op toegewijd leven als christen.

1. Motieven

2. Zelfverloochening

3. Kruisdragen

4. Gericht op Gods toekomst

dr. R.W. de Koeijer
dr. R.W. de Koeijer