Waar bent u naar op zoek?

blog

Zonder transitie versteent traditie

24-05-2017

De noodzaak van transitie houdt veel hervormd-gereformeerde gemeenten bezig. Dat is spannend. Want zonder traditie zal transitie vervluchtigen. En zonder transitie zal traditie verstenen. Traditie is per definitie beweging.

De trouw van de Heere is van generatie op generatie. In welke tijd een generatie ook leeft, steeds weer laat de Heere Zich kennen als de onveranderlijke en daarom zo betrouwbare God. Hij blijft immer Dezelfde. Even onveranderlijk is daarom Zijn Woord, Zijn Zelfopenbaring in geboden en beloften. Het is daarom veelzeggend en troostrijk dat wij het christelijk geloof belijden met de kerk van alle tijden en van alle plaatsen. Het christelijk geloof is een onveranderlijk geloof.

Concrete situatie

Tegelijk zit er dynamiek in die uitdrukking ‘van generatie op generatie’. Je hoort er de overdracht in, maar ook het elkaar afwisselen van de generaties. Generaties en tijden wisselen, zij verschillen ook van elkaar. Ik denk aan het volk Israël, waarvan de ene generatie in de woestijn heeft geleefd, en de andere in Kanaän. De woestijngeneratie kende de beproeving van gevaar, armoede en schaarste – de beloofde-land-generatie kende beproeving van rijkdom en overvloed.

Je belijdt het geloof in God altijd weer in een andere tijd dan de generaties voor je – en ook na je. Elke generatie wordt geroepen in de concrete situatie van dan en daar de levende God te belijden en te dienen. Het is dan ook de vraag of de jongen altijd kunnen piepen wat en zoals de ouden zongen. Daar zit op z’n minst een proces van toe-eigening tussen, en toe-eigening is meer dan een klakkeloos nazeggen en herhalen van je is voorgezegd. Je tijd, je context speelt daarin een niet te onderschatten rol. De ondertitel van ons theologisch blad, Theologia Reformata, zegt niet voor niets dat het een tijdschrift voor gereformeerde theologie wil zijn ten dienste van kerk en geloof ‘in de hedendaagse cultuur’.

Kerk 2025

Het woord ‘transitie’ vervult een sleutelfunctie in het project ‘Kerk 2025’. De Protestantse Kerk denkt grondig na over vorm, structuur en inhoud van het kerk-zijn in een nieuw tijdsgewricht. Wat voor de generaties van 1951 en 2004 werkbare vormen waren, blijkt voor de generatie van 2025 een Saulsharnas te worden. De kerk staat op een drempel tussen twee tijdperken. Zoals de kerk eeuwenlang vanzelfsprekend haar plaats in de samenleving had, is ze die nu of straks nagenoeg kwijt. De krimp slaat jaar op jaar toe, er wordt zelfs gesproken van witte vlekken. We moeten het echt anders gaan aanpakken, is de grondgedachte, willen we in 2025 relevant en adequaat kerk kunnen zijn.

Houdt de noodzaak van transitie ook niet vele hervormd-gereformeerde gemeenten bezig? Volgens mij wel, al wordt het woord zelf niet zo gebruikt. De plek die de gemeente in dorp of stad inneemt, verandert. Bijvoorbeeld omdat de oude verwevenheid van de kerk met het dorp of de scholen wegvalt. Omdat we de secularisatie voelen binnensijpelen, en een nieuwe generatie niet meer uit de voeten kan met hoe het altijd geweest en gezegd is. Ik zie de uitdrukking ‘missionair gemeente-zijn’ dan ook als een poging tot transitie: op een nieuwe manier je plek als gemeente in deze wereld innemen.

Dit nadenken over transitie, over contextualisering vind ik zowel noodzakelijk als spannend. Noodzakelijk, omdat we het met een versimpelde herhaling en voortzetting van het oude niet redden. Spannend in relatie tot traditie.

Ons overgeleverd

Het heeft er namelijk de schijn van dat transitie en traditie tegen elkaar worden uitgespeeld. Dat transitie afscheid is van traditie, en dat traditie een blokkade vormt voor transitie. Je kunt er in de gemeente ook zomaar spanning van krijgen, een spanning die al gauw politiek gemaakt wordt met labels als progressieven en conservatieven, traditionelen en anti-traditionelen. Mochten deze kampen werkelijk bestaan, dan maken ze beide een grote fout. Traditie zonder transitie versteent, transitie zonder traditie vervluchtigt.

Bij traditie denk ik aan alles wat voor ons geweest en gezegd is en wat is ons overgeleverd door vorige generaties. Wij zijn daardoor gevormd, we hebben daardoor een identiteit gekregen. Wat we zijn, zijn we geworden. En als het om het geloof gaat, belijden wij dat de Heilige Geest ons dat geeft door hen die het ons overgeleverd hebben. Een generatie staat altijd op de schouders van een vorige generatie. Iets wat ons voor alles tot dankbaarheid verplicht.

Nooit afgesloten

In die traditie zitten verschillende lagen. Er is de heilige, onveranderlijke overlevering van het Woord van God. Er is ook de heilige overlevering van de belijdenis en die van de geschiedenis van de kerk. En er is een overlevering aan vormen. Die vormen zijn pogingen om wat onveranderlijk is (het Woord van God en daaruit voortvloeiend de belijdenis van de kerk) verantwoord en adequaat in de eigen tijd en context uit te drukken.

Ik denk aan de kerkorde en aan de liturgie. Kerkorde en liturgie dragen altijd de sporen van hun eigen tijd, maar proberen tegelijk middelen te zijn om de ene, onveranderlijke God naar Zijn Woord te dienen. Traditie is per definitie beweging, en in beweging. De rooms-katholieke priester Antoine Bodar schrijft dat geborgen zijn in traditie beduidt ‘met wijdgeopende ogen voor de eigen tijd met benul van de betrekkelijkheid daarvan’. Traditie is per definitie in transitie, ze is nooit afgesloten. Tradities ontstaan dan ook niet met de gedachte om een traditie te stichten, en latere generaties met tradities op te zadelen. Tradities ontstaan voor de eigen tijd, als vorm om inhoud door te geven aan de eerstvolgende generatie.

Verbond

Me dunkt dat in onze dagen te snel afstand wordt genomen van wat ons is overgeleverd als verantwoorde traditie. Het individualisme brengt per definitie een anti-traditionalisme met zich mee. In de kerk merken we dat aan het meer en meer uit het zicht raken van het verbond. Het individu acht zich losgemaakt van generaties voor en na zichzelf. Traditie wordt al gauw als ballast gezien, iets wat ons wordt opgelegd en waarvan we ons moeten losmaken, als iets dat transitie belemmert.

Maar er dreigt een vacuüm als we niet weten wat we in plaats van die oude traditie als nieuwe traditie moeten doorgeven! Als we wel weten hoe het niet moet, maar niet weten hoe het wel moet.

Wie goed luistert, hoort in mijn woorden de zorg die we hebben geuit rond de voorstellen over ‘Kerk 2025’. Transitie is nodig, dat beamen wij. Maar raken we in die transitie niet veel kwijt wat wezenlijk is (of op z’n minst grote waarde heeft) voor de kerk van alle tijden? Het loslaten van het klassieke classismodel heeft gevolgen voor het denken over waarheid en eenheid in de kerk. Het loslaten van het geografisch principe heeft gevolgen voor het denken over gemeente-zijn. Onze vraag is steeds geweest, hoe we in een veranderde kerkorde deze wezenlijke noties kunnen blijven uitdrukken, de noties van verkiezing en verbond, de notie van de katholiciteit. Dergelijke noties zijn onopgeefbaar, ook al lijken zij in de huidige cultuur geen enkele zeggingskracht te hebben.

Waan van de dag

Dat ook in hervormd-gereformeerde gemeenten een proces van transitie gaande is of zelfs nodig is, ontken ik evenmin. Verantwoorde transitie is echter alleen mogelijk als we ons rekenschap geven van onze traditie, doorvragen naar de inhoud en de intentie van tradities (zoals in de liturgie). Welke overtuigingen hebben de generaties voor ons aan ons willen doorgeven, in de vormen en woorden die zij daarvoor op dat moment adequaat achtten? En welke overtuigingen moeten wij op onze beurt weer doorgeven aan de generatie die onder onze handen groot wordt, in gezin, kerk en school?

Nemen we zonder rekenschap te geven afscheid van traditie en verleden, dan veroordelen wij onszelf tot de waan van de dag. Laten wij de traditie stilstaan, doordat we de vragen die de tijd ons stelt, niet toelaten, dan veroordelen wij onszelf tot het verleden en sluiten wij het venster naar de toekomst. We hebben dus een inhoudelijke toe-eigening van de traditie nodig om ook tot een inhoudelijke overdracht in het heden en in de toekomst te kunnen komen. Een ecclesia reformata is altijd ook een ecclesia reformanda, en andersom.

Reformatie

De Gereformeerde Bond en het hoofdbestuur daarvan willen daar graag dienstbaar aan blijven. Dat is immers ook onze traditie: dat we met de rijke erfenis van Reformatie en Nadere Reformatie dienstbaar, getuigend en profetisch in de breedte van de kerk willen staan. In dat grote spanningsveld van traditie en transitie. U hoort het terug in ons jaarthema, ‘Van harte gereformeerd. Bevrijdend evangelie’. Hoe spreken we dat klassieke geloofsartikel nú uit? Hoe verkondigt de rechtvaardiging van de goddeloze aan een geseculariseerd mens troost en zaligheid? Wij geloven dat deze prediking ook vandaag kracht doet – omdat het ons de levende God verkondigt Die niet verandert.

Zo heeft de Reformatie in crisistijd de traditie van de Vroege Kerk ook hervonden en hernomen! Er blijken dus tijden te kunnen komen waarin weer naar de traditie gevraagd wordt. Omdat in een kort of lang proces van transitie veel wezenlijks verloren is gegaan. Ik houd het niet voor onmogelijk dat de vraag naar de traditie spoedig weer breed gesteld zal worden, niet het minst door onze jongeren. Wie kan het hen dan vertellen? Het doorgeven van traditie is op dit moment allesbehalve eenvoudig. Maar wat is het ook rijk en mooi! Zo kunnen toekomstige generaties ontdekken wat voor hen ook al ontdekt is. En ervaren dat er een gemeenschap is met de kerk van alle plaatsen en tijden. Hoe heerlijk het is om te mogen staan op de schouders van degenen die voor ons de Heere hebben beleden en gediend. En van harte kunnen zingen: Gij evenwel, Gij blijft Dezelfde, o Heer!

A.J. Mensink