Waar bent u naar op zoek?

column

Zwarte stift

28-12-2018

‘Nu maak ik er zelf een toestand van jongens,’ glimlach ik. ‘Even er weer bij.’ Opeens realiseer ik me dat ik uitermate relaxed in deze klas sta.

‘Ho, wacht even Tamara, voor je een gesprek start. Ik moest deze week nog aan je denken. Schrijf eerst dit even mee, dan vertel ik het straks.’ 

Een jaar geleden was dat in deze MAVO-klas wel anders. Bij de Oude Egyptenaren wilde een klassengesprek nog wel lukken, maar vanaf de Grieken was het mis. De ene leerling had geen spullen, de volgende was te laat, de derde en vierde tetterden overal doorheen. Ik accepteerde niet dat een brugklas zich zo gedroeg en nam een zwarte stift mee.

De stift toverde namen op het bord. Ik had dat in zes jaar nog nooit gedaan, maar nu werkte het. Na een, twee, soms drie namen was er voldoende dreiging uitgegaan. Ze hielden hun mond, wel een minuut of twintig. Maar van gesprek was weinig over. Alleen Joost stak wel eens vrijwillig de vinger op om iets zinvols te melden.

Tamara was vorig jaar een keer nagekomen. Niet te lang, want ze moest naar catechisatie. ‘Je catecheet heeft ook een beroep, hè,’ pak ik na de aantekening ons gesprek weer op. Ze glimlacht. Die catecheet had vorig jaar een briefje voor haar ondertekend, dat ze echt niet lang na kon komen in verband met catechisatie. ‘Fijn voor hem, hè,’ zegt ze.

‘En waarom verloren de geallieerden die Slag om Arnhem?’ vervolg ik meteen de les. Een paar vingers schieten de lucht in. ‘Zeg het maar, Jeroen.’ 

Vanaf het begin van het nieuwe schooljaar heb ik de stift thuisgelaten. De leerlingen en ik kregen een herkansing om het beter te doen. Ik nam meer tijd om bij binnenkomst naar de verhalen te luisteren. Om te zien wie die leerlingen echt zijn en om ze van daaruit een stukje verder te helpen. Het werkt, veel beter dan een stift.

Een goed voornemen voor het nieuwe jaar: de zwarte stift thuislaten en wat meer luisteren naar wat mensen echt beweegt. We krijgen immers zelf zo vaak een nieuwe kans, terwijl we er een toestand van maken.

Arjan Baarssen