Homoseksuele gemeenteleden willen graag helemaal meedoen in de gemeente. Wat voor een kerk is dan nodig? Die vraag is uiterst urgent.
Zo blijkt ook uit de documentaire God, ik ben gay, waarin Robbert Rodenburg terugkijkt op zijn jeugd in Bergambacht en Gouda. De documentaire raakte me. Want wat heeft Robbert gemist in die voor hem verwarrende jaren waarin hij ontdekte: ik val op jongens? Wat zou hem geholpen hebben bij zijn coming-out? Ik wil van deze docu leren, met het oog op de bezinning op homoseksualiteit in de gemeente en het pastorale gesprek.
Pastoraat kan gedefinieerd worden als: onderweg zijn, met iemand een weg gaan in het besef dat we leven voor Gods aangezicht. In dit artikel – een bewerking van de lezing die ik op een studiedag in het voorjaar van 2025 hield – sta ik stil bij het pastorale gesprek met lhbt+’ers in de gemeente. Ik betrek hierbij het gesprek dat Jezus voerde met de Emmaüsgangers (Lukas 24). Een gesprek onderweg. Pastoraat in het licht van Pasen.
Een goed gesprek
Voor elk pastoraal gesprek, maar zeker dat met lhbt+’ers, moet de vraag worden gesteld: waar begin je? De basis voor een goed gesprek is veiligheid en vertrouwen. De ervaring leert – en de documentaire van Robbert laat dat zien – dat het verlangen naar een veilige omgeving groot is. Is onze kerkelijke gemeente een plek waar jongeren als Robbert hun verhaal durven delen? Kunnen ze in het pastorale gesprek alles zeggen en vragen, ook wat ongemakkelijk is? Ik denk dat we niets liever willen. Maar wat is dan cruciaal? Ik noem drie dingen.
We moeten allereerst beseffen dat ze tegen dit gesprek opzien en op voorhand stress ervaren. Heel vaak zijn ze al gewond als gevolg van eerdere, slechte ervaringen. En wat gaat dit gesprek nu voor hen betekenen? In het kader van bezinning op homoseksualiteit gingen we in Wageningen in gesprek met lhbt+’ers binnen onze wijkgemeente. Tijdens het eerste gesprek was bij momenten hun pijn voelbaar. Wat ze deelden, maakte op ons een diepe indruk. Het bevestigde ons in onze keuze om het pastorale gesprek met homoseksuele gemeenteleden te beginnen met aandachtig luisteren naar hun verhalen, ervaring en emoties.
Valse start
Het tweede is dat we onze eigen gedachten, mening en overtuiging met betrekking tot homoseksualiteit en andere genderissues niet meteen inbrengen en evenmin bij de Bijbel beginnen. De praktijk wijst uit dat het juist om dit punt spant en er zomaar sprake kan zijn van een valse start. Lukt het ons om zonder oordeel te luisteren? Dat is een belangrijke vraag, ook bij andere onderwerpen waarover binnen de gemeente verschil van mening bestaat.
Homoseksuele jongeren durven vaak het gesprek niet aan te gaan, omdat ze al denken te weten wat hun predikant gaat zeggen. Dat voelt niet veilig. Binnen de kerkenraad bezonnen we ons op homoseksualiteit en de diverse visies daarop binnen de kerk. Ik merkte hoe mij dat in de weg zat toen we het gesprek met lhbt+’ers binnen de gemeente aangingen. Want, vroeg ik me af, hoe zullen zij de Bijbel lezen en hoe verhouden zij zich tot die te onderscheiden visies?
Ik heb ontdekt: die vragen doen ertoe, maar zijn niet de eerste vragen. Want als ik bij Bijbel en visie begin, dwing ik – onbedoeld en onbewust – mijn gespreksgenoten om zich ook meteen uit te spreken. Het pastorale gesprek wordt een discussie en het voelt voor hen al snel alsof ze zich moeten verdedigen. Dit gesprek wordt een teleurstelling. Want wat is hun diepste verlangen? Dat zij worden gekend. Is dat niet wat mag worden verwacht van de gemeente van Christus? Deze mens gaat vóór onze mening.
Liefhebben
Het derde is het inzicht dat wij met homoseksuele gemeenteleden diep verbonden zijn, in Hem die we liefhebben, geloven en volgen: Jezus Christus. Dit is het meest wezenlijke en gaat daarom aan alles vooraf. Herman van Wijngaarden ontvouwt in zijn boek Om het hart van homo’s de betekenis van 1 Korinthe 12. Wij lazen dit Bijbelgedeelte met de lhbt+’ers uit onze gemeente en ook in de kerkenraad. Het trof ons wat het beeld van de gemeente als lichaam van Christus betekent voor de plek van homoseksuelen in de gemeente.
Om te beginnen dat God aan íéder zijn of haar plek in dat lichaam geeft. Ook aan dat lid dat denkt: ik ben minder. Wat moet dat niet betekenen voor de homo die twijfelt aan zichzelf? En wat betekent dit voor de gemeente en hoe zij lhbt+’ers tegemoet treedt? Het tweede wat opvalt, is: ook de minste leden zijn nodig. Niet één lid van het lichaam kan worden gemist, ook homoseksuele gemeenteleden niet. Met hun eigen gaven dragen ze bij aan de opbouw van de gemeente.
Als wij dan binnen de christelijke gemeente aan elkaar gegeven zijn, is liefhebben onze eerste opdracht, schrijft Jan Minderhoud in zijn boek Geloof en gender. Hij verwijst naar Preston Sprinkle, die over transpersonen zegt: “Wat gaat transpersonen het Koninkrijk van God binnenbrengen? Niet onze sluitende, logische redeneringen, maar liefde.” Hij wijst op de onvoorwaardelijke liefde van God en Jezus, en die liefde mogen wij communiceren. Op grond van de onverdiende genade waar we allemaal van leven. Hetzelfde zou ik willen zeggen met betrekking tot homoseksuele gemeenteleden.
Emmaüsgangers
Twee volgelingen van Christus waren onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek, en ergens onderweg voegde Jezus Zelf Zich bij hen. Dat is wat je hoopt voor elk pastoraal gesprek. Wij hebben dat niet in onze vingers. Maar zouden onderstaande drie startpunten – doel, route en concreet – daaraan kunnen bijdragen?
Doel
Een belangrijke vraag is die naar het doel van het pastorale gesprek met homoseksuelen in de gemeente. Wat wil je bereiken? Het antwoord op die vraag stuurt het gesprek, bewust, maar veel vaker onbewust en onbedoeld.
Mijn indruk is dat het gesprek met en over homoseksuele gemeenteleden vaak over de mogelijkheid en onmogelijkheid van een seksuele relatie gaat. Maar is het doel dan: voorkomen dat zij een totaal-relatie beginnen? Of: hen overtuigen van een Bijbelse visie op homoseksualiteit? Dat kan. Maar wat voor een gesprek krijg je dan? Een gesprek over Bijbelteksten. Een ongemakkelijk gesprek. De homo zou kunnen opmerken: “Heb het met mij niet alleen over wel of niet een totaal-relatie. Waarom toch die focus op seksualiteit en seksuele gevoelens?” Ik vind dat een terechte vraag.
Seksuele relatie
Deze focus op het voorkomen van een seksuele relatie roept de vraag op: is zo’n relatie dan het allerergste? Ik bedoel niet te zeggen: wat doen we moeilijk. Want Bijbels gesproken ligt zo’n relatie niet voor de hand. Maar wat ik met deze vraag wel wil zeggen, is dat wij dieper moeten afsteken. Want waarin ligt het wezen van het geloof en van de gemeente? Van Paulus en Calvijn heb ik geleerd: in de gemeenschap met Christus. Of anders gezegd: dat wij – homo en hetero – in Hem zijn, Christus navolgen en liefhebben met alles wat in ons is.
Als dat de kern is, zou dat dan niet het doel en de focus moeten zijn van elk pastoraal gesprek, ook dat met homoseksuele gemeenteleden? Dat betekent dat ons allerdiepste verlangen, hoop en inspanning is dat zij Christus kennen. De allerergste zonde is nog steeds: ongeloof. Dat een mens aan Christus voorbij leeft. Dat het leven met Christus gevolgen heeft voor het leven van alledag en ook kruisdragen betekent, daarover zal het pastorale gesprek moeten gaan.
Op dit kennen van Christus loopt het gesprek van de twee volgelingen onderweg naar Emmaüs uit. Hun ogen gaan ten slotte open. Ineens zien ze Wie Hij is Die met hen ging en met hen sprak. Daar gaat tijd overheen. Is dat in het pastorale gesprek ook niet het geval? Wij moeten die tijd maar nemen.
En welke Jezus leren deze twee kennen? Hij die met hen het brood breekt. Dat is het moment dat hun ogen opengaan. Met het oog op het pastorale gesprek met homoseksuele gemeenteleden heeft dat een diepe zin. Wie is het die met ons gaat? Hij Die Zelf als brood gebroken is. Wat heeft dat hun te zeggen? Dat lijkt me in het pastorale gesprek – waarin we tasten naar een begaanbare weg – een belangrijke vraag.
Route
Als we de start en het doel van het pastorale gesprek scherp hebben, is de volgende vraag wat een goede route is om in dat gesprek te bewandelen. Wat maakt een gesprek tot een goed gesprek?
Jezus Zelf gaat ons voor. Want hoe verloopt het gesprek van Hem met die twee onderweg? Jezus begint met alleen maar vragen stellen. De Bijbel komt ter sprake, maar pas later. Hij begint dus niet met wat de Bijbel zoal zegt, maar vraagt naar deze volgelingen die in verwarring zijn. “Waar hebben jullie het zoal over, en wat zien jullie er bedroefd uit?”
Ook de laatste woorden spreken: Jezus zíét hen. Wat voor elk pastoraal gesprek geldt, geldt ook voor het gesprek met homoseksuele gemeenteleden: eerst luisteren, en letten op wat non-verbaal gezegd wordt. Door goede vragen te stellen de ander tevoorschijn luisteren. De ruimte scheppen om te vertellen. Hoe bevrijdend kan het zijn dat hij of zij – misschien wel voor het eerst – zeggen kan wat zijn of haar coming-out losmaakte en wat eraan voorafging: de pijn, de eenzaamheid, de wanhoop.
Er is een eerste reactie bij de Emmaüsgangers: verbazing. En Jezus vraagt door. “Wat is er dan gebeurd? Vertel eens!” En dan doen die twee volgelingen hun verhaal. Jezus heeft de teleurstelling die erin doorklinkt ongetwijfeld opgemerkt.
Eerst zwijgen
Eerst alleen maar luisteren is een grote inspanning. Vanwege al die stemmen in ons hoofd: onze eigen gedachten, mening en ideeën over homoseksualiteit. Van alles kan in de weg zitten bij het luisteren. Bijbelteksten schieten door ons hoofd. Of diep zit de angst dat hij of zij de verkeerde afslag neemt en voor we het weten zeggen we: “De Bijbel zegt…” Zonder oordeel luisteren betekent: eerst zwijgen. Wij moeten in het pastorale gesprek durven vertragen. Het getuigenis van de Bijbel en onze eigen gedachten en meningen hoeven we niet weg te houden, maar we brengen die op een later moment in.
Joël Boertjens schrijft in zijn boek #Hoedan? Gids voor een veilig gesprek over kerk, geloof en lhbt+ over een veilig gesprek waarin dit luisteren zonder oordeel centraal staat. Dat is lastig voor ons, zegt hij, want in onze westerse kerken acteren wij vaak als wandelende hoofden. Wij denken in concepten, vormen theorieën. In ons hoofd zit oordeel, vormen wij onze normen, met als gevolg dat gesprekken over gevoelige thema’s als lhbt+ snel ontsporen. Hete hoofden, koude harten, verwijdering, teleurstelling. Ons hart echter is de plek waar verbinding kan ontstaan en worden ervaren. “Spreken van hart tot hart óntmoedigt discussie en bémoedigt dialoog.” Is het hoofd dan ondergeschikt aan het hart? Nee, maar het gaat om de goede volgorde.
Concreet
Het voorgaande betekent dat niet met slechts één gesprek kan worden volstaan. Ik schets een route om te gaan, ingegeven door onze ervaring in Wageningen. Het is aan te bevelen om het eerste gesprek te beginnen met het lezen van het al eerder genoemde Bijbelgedeelte 1 Korinthe 12. Want met deze Bijbelwoorden maak je helder wat het perspectief is waarin het pastorale gesprek plaatsvindt: wij – homo en hetero – weten ons in Christus aan elkaar gegeven en verbonden. Na een korte toelichting op het waarom van de gesprekken is het zinvol om te starten met de vraag hoe het voor betrokkenen is om bij dit gesprek aan te schuiven, en of hij of zij vooraf iets wil zeggen of delen omdat dat hem of haar helpt om mee te doen aan het gesprek.
Dit eerste gesprek kan vervolgens worden verdiept aan de hand van de volgende drie vragen:
- Hoe gaat het met jou? Hoe is het met jou gegaan sinds je bekendmaakte dat je op mannen of vrouwen valt? Waar ben je blij mee en wat deed of doet pijn? Wat heb je gemist?
- Wat betekent het geloof voor jou? Wie is de Heere God voor je? In hoeverre is jouw geloof of denken over Hem veranderd door alles wat je meemaakte en doordacht?
- Welke betekenis heeft de kerk voor jou? Waarom koos je voor deze kerkelijke gemeente, en wat is voor jou belangrijk als het om de kerk en jouw plek in de kerk gaat?
Vaak uiten betrokkenen dan hun verlangen dat zij als homo werkelijk deel uitmaken van de gemeente.
Bijbelteksten
In een tweede gesprek wordt aan het begin kort teruggekeken op het eerste. Hoe kijken de deelnemers terug op de eerste ontmoeting? Wat is hun het meest bijgebleven? Omdat we ons geroepen weten om samen en ieder voor zich te leven, in verbondenheid met God, ligt in dit tweede gesprek de focus bij de plaats en betekenis van de Bijbel in ons leven. De volgende vragen kunnen worden gesteld: Wat zijn voor ieder van ons belangrijke Bijbelse noties over ons leven met God? En als het over homoseksualiteit gaat: Welke vragen heb jij als lhbt+’er die Christus wil volgen voor jezelf al beantwoord en welke liggen nog open? Hoe helpt de Bijbel je bij je vragen? Ben je in de loop van de tijd over bepaalde dingen ook anders gaan denken?
Kortom, vertel eens: hoe verliep jouw zoektocht tot nu toe? Voor homoseksuele gemeenteleden is het zoeken: welke richting wijst de Bijbel? Voor hen is het belangrijk dat ze zich in die zoektocht gesteund weten. Dat is het geval wanneer het samen zoeken naar Gods weg meer is dan Bijbelteksten op een rij zetten.
Gebrokenheid
In een derde gesprek kan een eerste oogst worden binnengehaald. Wat is er tot nu toe gedeeld en moet worden onthouden? Wat dient vanuit deze gesprekken de voortgaande bezinning binnen de kerkenraad? Vervolgens worden in dit derde gesprek de diverse visies op homoseksualiteit verkend die onder christenen zijn te onderscheiden. Waarin onderscheiden ze zich en hoe verhouden we ons ertoe?
Op basis van de voorhanden literatuur markeerden we in Wageningen drie visies. Allereerst: aanvaarding van een homoseksuele relatie; homoseksualiteit is een door God gegeven variant bij de schepping van de mens. De tweede: homoseksualiteit is een vorm van gebrokenheid; de Bijbel laat geen ruimte voor een homoseksuele relatie. Ten slotte: tegemoetkomend: een homoseksuele relatie ligt Bijbels gesproken niet voor de hand, maar er kunnen omstandigheden zijn waarin deze niet op voorhand wordt uitgesloten. Het gesprek over deze visies zal dan gaan over schepping en gebrokenheid, over Gods heiligheid en barmhartigheid, over onze identiteit, navolging van Christus en ons lezen van de Bijbel.
Het is belangrijk dat in de bezinning op homoseksualiteit en in het pastorale gesprek niet slechts wordt ingezoomd op een handvol Bijbelteksten, maar dat het grotere verhaal scherp is. Want het getuigenis van de Bijbel over homoseksualiteit is ingebed in het grotere verhaal van de Bijbel over schepping, man-vrouw, seksualiteit, huwelijk en relaties. In Wageningen zijn we er de bezinning binnen de kerkenraad mee begonnen. Dan wordt duidelijk dat homoseksualiteit niet het enige onderwerp kan zijn dat de aandacht van een kerkenraad heeft.
Langer luisteren
Wanneer Jezus in Zijn gesprek met de Emmaüsgangers de Bijbel inbrengt, beperkt ook Hij Zich niet tot een handvol teksten. Hij ontvouwt de Schriften, en begint bij Mozes en de profeten. Dat zegt mij dat het in het pastorale gesprek om langer luisteren gaat, ook met betrekking tot de Bijbel. Dan zal het in elk geval moeten gaan over: door God geschapen zijn en onze identiteit, seksualiteit en relaties, gebrokenheid en ons hoogste geluk, navolging van Christus en kruis. Het zou kunnen zijn dat verkenning en verdieping van deze Bijbelse noties om meer dan één gesprek vraagt.
Ergens in het pastorale contact komt ter sprake dat naar ons verstaan de Bijbel geen ruimte laat voor een homoseksuele relatie. Dan wordt het gesprek spannend, omdat we ons realiseren wat dit voor betrokkenen kan betekenen. We gaan in de spanning staan van eerbied voor Gods wil en weg en bewogenheid met homoseksuele gemeenteleden. Het is de spanning tussen Gods heiligheid en barmhartigheid, tussen een heilige en een veilige gemeente. Het is belangrijk om elke keer weer in die spanning te gaan staan en deze niet te wíllen opheffen. Ondertussen blijven we tegen elkaar zeggen dat we geloven in een God Die goed is en dat we daarom geloven dat de richting die Hij wijst ook goed is, ook als deze niet goed voelt.
De keuze die gemaakt wordt, is en blijft tenslotte de verantwoordelijkheid van het gemeentelid. Jezus is in gesprek met twee volgelingen, maar dan is er het moment dat Hij verdwijnt. Hij laat hen los, en dat moeten wij ook durven.
En als hij of zij een andere afslag neemt en een relatie begint? Dan krijgt het pastorale gesprek een vervolg. We blijven elkaar zien als mensen van God die aan elkaar gegeven zijn (1 Korinthe 12) en daarom elkaar blijven aanspreken op onze gehoorzaamheid aan het Evangelie. De vraag die mij bezighoudt: wat dan als je aan alles merkt dat ook hij of zij gehoorzaam aan God en de Bijbel wil zijn, Christus liefheeft en toch kiest voor een relatie? Hier wordt het spannend en dat was het al. Hoeveel ruimte is er in de gemeente voor verschillen?
Wijsheid
Pastoraat is onderweg zijn, met iemand een weg gaan. Uit het voorgaande blijkt dat het pastorale gesprek met homoseksuele gemeenteleden om wijsheid, inzicht, liefde, fijngevoeligheid en ook volharding vraagt. Twee volgelingen zijn onderweg met elkaar in gesprek (Lukas 24). Van wie moeten de ogen geopend worden? Van beiden. Dit raakt ook ons en maakt ons bescheiden in het gesprek met elkaar, samen tastend naar de weg van God in een gebroken, weerbarstig bestaan. We zijn en blijven aangewezen op Christus en Zijn Geest. Jan Minderhoud heeft gelijk. In zijn eerdergenoemde boek schrijft hij: “In een veilige kerk is het gebed eerst.” Ondertussen bedenken we dat ook dit pastoraat gebeurt met Pasen in de rug. God gaf en geeft openingen waar niemand ze zag.