Waar bent u naar op zoek?

Kerk-zijn in een hypernerveuze samenleving

Wat kan de kerk betekenen voor vastgelopen jongeren?

dr. C.C. den Hertog
Door: dr. C.C. den Hertog
Kerk
07-04-2026

Al jaren klinkt bijna wekelijks grote zorg over de psychische gezondheid van jongeren. De cijfers die daarbij worden genoemd zijn ronduit alarmerend. Zo nam het aantal jonge vrouwen dat zichzelf beschadigt of een suïcidepoging doet in tien jaar tijd met 50 procent toe, tot zesduizend in 2022. En die trend lijkt door te zetten.

Dergelijke getallen zijn onder andere te vinden in het rapport Op de rem! – Voorbij de hypernerveuze samenleving van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving dat vorig jaar in de herfst verschenen is. Met dit rapport wil de raad de noodklok luiden in de richting van de politiek. Het benoemt verschillende factoren die ertoe leiden dat jonge mensen grote druk ervaren. Zo spreken de opstellers van “geïnstitutionaliseerd individualisme” en van losser wordende groepsverbanden: de verbintenissen die er zijn, zijn ‘licht’. Dat betekent dat wie zich niet op zijn gemak voelt binnen een gemeenschap zich daar relatief eenvoudig van kan losmaken.

Volgens het rapport leidt de sterke nadruk op individuele verantwoordelijkheid bovendien tot het idee dat mensen hun positie in de samenleving vooral aan zichzelf te danken hebben. Dat werkt negatief door op de mentale gezondheid: wie niet mee kan komen, kijkt al snel vooral kritisch naar zichzelf. Tegelijkertijd neemt de eenzaamheid in Nederland toe, zo laat het rapport zien. Waar in 2012 nog 78 procent van de jongeren tussen de 15 en 25 jaar dagelijks contact had met vrienden, was dat percentage in 2024 gedaald tot 67 procent.

Toetsen
Dit ‘geïnstitutionaliseerd individualisme’ gaat gepaard met een sterke nadruk op eigen prestaties: je plek in de samenleving wordt bepaald door je eigen verdiensten. Dat meritocratische ideaal brengt echter ook met zich mee dat het altijd beter kan. “Er zit geen rem op”, schrijven de auteurs: wie iets bereikt heeft, wil méér. Die druk beperkt zich niet tot studie of werk. Ook in de vrije tijd ligt de lat hoog, want er moet immers ‘instawaardige content’ worden gemaakt en gedeeld. En toetsen die ooit in het onderwijs werden ingevoerd om te voorkomen dat kinderen op basis van hun afkomst beoordeeld zouden worden, zijn van middel ten bate van kansengelijkheid verworden tot een doel op zich.

Met het rapport wil de raad niet alleen alarm slaan, maar ook een richting wijzen. Drie zaken zijn volgens hen nodig om het tij te keren: verbinding, verscheidenheid en vertraging. Met andere woorden: een gemeenschap waarin mensen met verschillende achtergronden, talenten en posities samenleven, en waar ruimte is voor bezinning en verstilling.

Over deze zorgen is inmiddels ook verschillende keren in de Tweede Kamer gesproken. Nog recent, op 11 maart van dit jaar, voerde de vaste Kamercommissie voor Zorg en Gezondheid een uitgebreid gesprek met jongeren, zorgprofessionals en hoogleraren suïcidepreventie over wat er speelt en wat nodig is om het tij te keren.

Aanschuiven
Het lijkt mij van groot belang dat ook theologen aanschuiven bij dit gesprek, dat in politiek en samenleving terecht hoog op de agenda staat. Juist wanneer woorden als verbinding, verscheidenheid en vertraging klinken, kunnen kerk en theologie een bijdrage leveren vanuit een ervaring die in vele eeuwen, vaak door schade en schande, is opgedaan. Want wat is de kerk uiteindelijk anders dan een plaats van verbinding, waar mensen met een grote onderlinge verscheidenheid samenkomen om te vertragen en te ontvangen wat de goede God hun in Zijn liefde te zeggen heeft?

Zo’n inbreng kan uiteraard niet op triomfantelijke of zelfingenomen toon. De samenleving heeft een goed geheugen als het gaat om uitsluiting, eenvormigheid en veeleisendheid van de kant van de kerk. Maar nog fundamenteler: een kerk die zich opstelt als een wetende kerk tegenover een onwetende samenleving, is vergeten waar haar eigen bestaan uit voortkomt. Luther zegt ergens dat je geen grotere zondares zult vinden dan de christelijke gemeente. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt wanneer de kerk wil meedenken over vragen van het algemeen belang. Ook wij hebben het immers slechts gehoord, en ontdekken met vallen en opstaan dat het leven voor Gods aangezicht een ruimte en vrijheid opent die nergens anders te vinden zijn.

Puzzelstukje
Het is daarbij van groot belang niet te gemakkelijk te denken dat de kerk het puzzelstukje is waar iedereen naar op zoek is, zodat de opdracht eenvoudig zou zijn om iedereen uit te nodigen ook te wandelen voor Gods aangezicht. Niet voor niets schreef ik hierboven dat de kerk een plaats is waar mensen samengebracht worden om te ontvangen. Daarmee wil ik iets zichtbaar maken van de ‘knik’ tussen enerzijds de vraag naar verbinding, verscheidenheid en vertraging en anderzijds het antwoord dat de gemeente van de levende Christus is.

Wat bedoel ik met die ‘knik’? In het rapport wordt wel gewezen op individualisering, losser wordende gemeenschappen en de sterke nadruk op eigen handelen, maar de diepere vraag blijft buiten beeld. Juist die vraag zou vanuit de kerk gesteld mogen worden: wat is eigenlijk mens-zijn? Begint alles werkelijk bij mij en mijn beslissingen? Bestaat het leven uit de optelsom van mijn daden? Zijn wij inderdaad de rationeel handelende subjecten waarvoor wij onszelf graag houden? Of zou het kunnen dat in de keuzes die hier – vaak onbewust – gemaakt worden, de problemen al besloten liggen?

Catechismus
De Schrift wijst keer op keer een andere weg. Denk alleen al aan het hart van Psalm 23: het houvast van de dichter ligt niet in zijn verstandige beslissingen, maar daarin dat de HEERE bij hem is. “Ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij”; zo zouden wij het zelf nooit hebben opgeschreven. De Catechismus zegt iets vergelijkbaars in antwoord 1: de diepste troost bestaat daarin dat ik niet van mijzelf ben. Dat is eindeloos veel meer dan een vertrouwde klank voor het vrome gemoed. Het legt de vinger bij de leugen die wij zijn gaan geloven: dat wij eigenaar zijn van het project van ons leven, dat wij zelf wel weten wat goed en kwaad is, dat wij dat eigenlijk ook wel willen, en dat wij misschien af en toe tekortschieten, maar uiteindelijk deel zijn van de oplossing en niet van het probleem.

Daar ligt de ‘knik’ waar ik het over had: in de gemeente van Christus leren we eerlijk te zijn over onszelf. “Had de Heere Jezus ons niet opgezocht, mens onder de mensen, en ons vrijgekocht – Hij alleen tot sterven voor anderen bereid – wij waren verloren in alle eeuwigheid”, zingt Luther in een van zijn liederen. We kijken elkaar aan en zeggen: daar moeten we toch niet aan denken, dat wij aan onszelf overgelaten zouden zijn…

Mild
De inbreng van de kerk in het publieke debat is nodig. Wil zij daarbij geloofwaardig zijn, dan kan de kerk niet volstaan met het sturen van een paar theologen die het woord voeren en over die ‘knik’ beginnen te spreken. Het lijkt mij belangrijk dat de kerk zich bewust is van wat haar is toevertrouwd en van daaruit mild uitnodigt; als bedelaars die andere bedelaars vertellen waar brood te vinden is.

In het nadenken over de kerk klinken vaak drie Engelse termen: believe (geloven), behave (gedrag) en belong (erbij horen). Die volgorde bepaalt vaak ook onze praktijk: eerst geloof je, vervolgens ga je daarnaar leven en pas daarna hoor je werkelijk bij de gemeente. Maar wat als we het eens omdraaien? Als we opnieuw kijken naar de vroege kerk, waar veel ruimte was voor belangstellenden, waar men tijd kreeg en met zorg werd ingewijd?

Als we werkelijk vertrouwen op de kracht van de Geest en weten dat het Woord het aangewezen instrument is, dan ligt het voor de hand om te denken: een gemeente die ruimte maakt voor mensen om erbij te horen en zo in aanraking te komen met dat Woord, kan op geloofwaardige wijze spreken over de ‘knik’; over Jezus Christus Die ons heeft opgezocht. En zij kan bidden voor allen die vastgelopen zijn op de dwaalwegen van onze tijd, in het besef van ons eigen grote – en blijvende! – vermogen om te verdwalen. Een grotere zondares dan de christelijke gemeente is er immers niet.

Maskers
Een gemeente die wandelt voor Gods aangezicht is daarmee van grote betekenis voor onze samenleving vandaag – als een gemeenschap van mensen met uiteenlopende achtergronden, waarin niet iedereen in dezelfde mal hoeft te passen. Een gemeenschap die oog heeft voor jonge mensen die in de hypernerveuze samenleving van nu niet weten hoe ze verder moeten; waar geluisterd wordt, waar geen maskers nodig zijn om indruk te maken, maar waar we samen dankbaar zijn voor wat onze goede God geeft aan zegen, zorg en nabijheid.

Wat een zegen zou het zijn als juist die bange, onzekere en verdrietige jongeren van vandaag ontdekken dat de God en Vader van Jezus Christus Zijn spoor trekt door deze wereld en mensen werkelijk samenbrengt, zodat zij leren wandelen voor Zijn vriendelijke aangezicht.

dr. C.C. den Hertog
dr. C.C. den Hertog

is hoogleraar publieke theologie en christelijke ethiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA).