Hoe zorg je voor goede (geloofs)opvoeding in je gezin? Ik merk dat ik zucht bij zo’n vraag. De vraag om dit artikel te schrijven wilde ik dan ook eerst afwimpelen. Ik heb geen hoge dunk van de geloofsopvoeding in ons gezin. Ik heb bij gezinnen meegekeken die dat naar mijn indruk beter op orde hebben.
Het opvoeden van kinderen is een kunst apart. Hen gelóvig opvoeden vraagt nog iets extra’s. Want van nature zit dat niet in ons. Ouderschap is dan ook een geestelijke roeping. Het gaat in ‘opvoeden’ om persoonsvorming. Opvoeding betekent de persoonsvorming van mijn kind, maar ook die van mijzelf en van mijn echtgenote.
Zelfverloochening
In die opvoeding loop ik voortdurend tegen mijn eigen onvermogen aan. Ik word in mijn gezin genoodzaakt tot zelfverloochening. Dat vraagt nederigheid. Deze nederigheid wil ik niet altijd. Maar het móét. Het overkomt me. Mijn gezinsleven trekt me een weg vol van dynamiek in waarvan ik niet wist dat het mezelf zó zou kunnen veranderen. Mijn agenda loopt in de soep, die ene vergadering komt te vroeg of een bezoek kan helaas niet doorgaan vanwege de zwemles of een kooruitvoering.
Maar als ik plots de vrucht van mijn zelfverloochening mag bemerken in genietende kinderen met beleefde vragen, een eerlijk gebed voor het bed of een oprecht kinderlied op een vroege zomeravond in de tuin, dan geniet ik. Soms denk ik blij: dat hebben we je voorgezegd of voorgedaan. Het laat zien: tijd met je kinderen doorbrengen loont! Relatie leidt tot hun imitatie. Helaas soms ook ten negatieve. Dat verootmoedigt zeer. Laat ouders het hun kinderen ten positieve voorleven (1 Kor. 11:1).
Zegen en zorg
Kinderen zijn Zijn zegen en een beetje jouw trots. Ze zijn “een erfdeel des Heeren” (Ps. 127:3, SV). Hoe verrassend en ontroerend als je iets van jezelf terugziet: gezichtsbouw, glimlach of gedrag. Er kan ook zorg zijn. Onbeschrijfelijk kan het gemis zijn dat ervaren wordt vanwege kinderloosheid of vanwege een verlangen naar nog een kind dat niet kwam. Als predikant aarzel ik daarom om van Psalm 128 de verzen 2 en 3 (OB) te laten zingen in een eredienst. Een diepe zorg is het ook als een weg van een kind anders gaat dan je zelf verlangde. Soms zelfs weg van de HEERE. De gelijkenis van de verloren zoon vindt in de kerk steevast een actief gehoor.
Spiegel van je hart
Ik voel me wat dit betreft kwetsbaar in mijn eigen kinderen. Mijn kinderen raken aan het meest gevoelige, liefdevolle en kwetsbare deel van mezelf. Omdat ik ze liefheb, maken hun vreugde, pijn, keuzes en worstelingen mij óók kwetsbaar. Ze zijn als het ware een spiegel van je hart: wat hen treft, treft jou. Hun wel en wee brengt mijn balans in beweging: ten positieve of ten negatieve.
"*" geeft vereiste velden aan