Met Pinksteren gaat de preek meestal over de uitstorting van de Heilige Geest en de uitwerking daarvan op de volgelingen van Jezus, de eerste gemeente en de omstanders. Na Pinksteren verschuift de aandacht vaak naar het Bijbelboek Handelingen der apostelen. Daarna wordt het meestal stiller als het gaat over de inwoning van de Heilige Geest in de harten van Gods kinderen.
Toch geloven wij in een drie-enige God: allereerst in God, de Schepper, de Heilige. Maar juist deze God is de Vader van Zijn Zoon. En deze heilige, almachtige God blijft niet op afstand, maar komt in Zijn Zoon dicht bij ons. Zoals staat in Jesaja 57:15: “Want zo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoge hemel en in het heilige, en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om levend te maken de geest van de nederigen, en om levend te maken het hart van de verbrijzelden.”
Zo kennen wij in het geloof God de Vader en God de Zoon. “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard” (Joh. 1:18). In Christus leren wij God het meest en het diepst kennen.
Wedergeboren worden
En wij kennen God de Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon uitgaat en samen met de Vader en de Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt (Geloofsbelijdenis van Nicea). Hij woont in Gods kinderen en verbindt de gelovigen met Jezus Christus, Die gezegd heeft: “Die [de Geest van de waarheid] zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen” (Joh. 16:14). Hij vervult de gemeente en de harten van de gelovigen met al Gods weldaden in Jezus Christus. Zonder de Geest van God is er geen geloof: Hij doet een zondaar wedergeboren worden, en zonder de Geest is er geen leven uit dat geloof; met al Zijn gaven, Zijn vrucht in het leven, de groei in het geloof en het leven met God. De Heilige Geest eigent de gelovige alles toe wat wij in Christus hebben.
"*" geeft vereiste velden aan