‘Ik ervaar deze roeping als een zegen’
Kerkmusicus Arjan Versluis (48) houdt de lofzang gaande in Gorinchem
Hoe geef je als christen handen en voeten aan je roeping op de werkvloer? Rond het jaarthema ‘Geroepen in kerk en wereld’ van de Gereformeerde Bond vertellen gemeenteleden over hun dagelijkse praktijk: over wat hun werk mooi maakt, maar ook over de dilemma’s en spanningen die ze tegenkomen.
Wat betekent het voor u om ‘geroepen’ te zijn in uw werk?
“Het besef van een roeping was er niet van meet af aan, maar is gegroeid. In de protestantse gemeente Gorinchem ben ik bij mijn aanstelling als kerkmusicus in een bediening gesteld. Het is een vreugde om dienaar van de Eeuwige te zijn in het gaande houden van de lofzang. In dat opzicht ervaar ik deze roeping als een zegen.”
Wat merken de mensen om u heen concreet van uw roeping?
“Als kerkmusicus wil ik de psalm- en liedteksten dienend en creatief verklanken. Het ene sluit het andere niet uit. God geeft mensen gaven om daarmee te woekeren. Dat is ook zo in Zijn dienst. Het is mijn wens dat de harten van de kerkgangers opwaarts geheven worden. Als docent probeer ik de liefde van Christus door te geven door er helemaal te zijn voor de leerling en die verder te helpen op het muzikale en intermenselijke vlak.”
Wanneer ervaart u wrijving tussen uw roeping en de praktijk van uw werk?
“Dat komt weinig voor. Ik ben werkzaam in een kerkelijke gemeente die de Bijbel als Gods Woord ziet. Bijna al mijn leerlingen zijn christelijk. Ze komen uit verschillende kerkelijke tradities, maar dat is een verrijking en dat levert soms boeiende gesprekken op. Er is dikwijls veel herkenning. We kunnen stellen dat ik in een beschermde omgeving werk.”
Hebt u weleens kritiek of onbegrip gekregen vanwege uw geloof?
“Weinig. Ik ben opgegroeid in de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Rondom mijn overstap naar de Nederlandse Hervormde Kerk destijds werden er zorgen en negatieve adviezen geuit over de richting die ik insloeg – over genadeaanbod, uiterlijke zaken, enzovoort –, maar het culmineerde nooit in boosheid of nijd. We gingen goed uit elkaar. In gesprekken met bevindelijk-gereformeerden in mijn werkomgeving ervaar ik, ondanks de verschillen, een zekere wederzijdse mildheid. Dat is rijk!”
Weet u zich door uw kerkelijke gemeente gesteund in het dagelijkse werk?
“Ja. In Gorinchem is de prediking Schriftuurlijk en exegetisch. Je leert dikwijls echt tijdens de diensten. Het Woord heeft zijn kracht en dat neem je mee de week in. Binnen een grote kerkelijke gemeente weten we lang niet alles van elkaar wat onze werksituaties betreft. In pastoraal opzicht is het onmogelijk om iedereen te kunnen bedienen met hapklare brokken en pasklare antwoorden, maar in de Bijbel wordt gesproken over een geestelijke wapenrusting. Dat is genoeg!”
Waar bidt u concreet voor als het gaat om uw werk?
“Dat ik een stuk van mezelf mag verliezen om in dienst van God en de naaste te werken. Bij musici ligt ijdelheid of het afhankelijk zijn van het oordeel van anderen meer dan eens op de loer. Het is bevrijdend om daarvan los te komen. Juist dat zijn de momenten waarop je het musiceren het meest doorleeft. Er lijkt dan een verbinding te zijn met Boven.”
Wat helpt u om te geloven in de drukte van alledag?
“In dat opzicht ben ik bevoorrecht. Zowel in de kerk, als in mijn concert- en lespraktijk heb ik veelal te maken met geestelijke muziek. Dat kan een psalm, lied of koraalgebonden muziek van Bach of een andere componist zijn. Oftewel: er zijn altijd rijke teksten in de buurt. Het is aan mezelf wat ik ermee doe.”
Wat hoopt u dat mensen later zeggen over hoe u uw werk deed als christen?
“Dat het aanstekelijk was in de lofprijzing aan onze God en dat het daardoor anderen meenam in de dienst aan de Schepper. Wat mijn werk als orgel- en pianodocent betreft, hoop ik op hetzelfde en dat er ook een stuk onbaatzuchtigheid, geduld en naastenliefde te zien was.”